Europeanen ’t meest pessimistisch

Nergens ter wereld verwachten zo weinig mensen dat hun leven komende jaren verbetert

Het was een simpele en open vraag op verschillende reizen het afgelopen jaar: denkt u dat uw leven het komende jaar beter wordt? De taxichauffeur in Panama-stad, de toeristische gids in Chengdu (China), de uitbater van een restaurant in Franschhoek (Zuid-Afrika), de docente Spaans in Buenos Aires: alle vier antwoorden ze met een volmondig ‘ja’. Maar de Italiaanse student en de Spaanse ondernemer schudden hun hoofd. Veel Nederlanders haalden hun schouders op.

Het zijn impressies. Maar verschillende onderzoeken bevestigen dat beeld. Optimisme, het geloof in vooruitgang, de verwachting dat je leven in positieve zin verandert, is in Europa veel dunner gezaaid dan elders in de wereld. In maart deed het Franse bureau Ipsos een onderzoek in zes West-Europese landen. De conclusie: driekwart van de ondervraagden denkt dat het alleen maar slechter wordt. In oktober waarschuwde de Britse onderzoekscommissie naar sociale mobiliteit dat veel kinderen een lagere levensstandaard wacht dan hun ouders. En afgelopen zomer publiceerde het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup de resultaten van een jaarlijks wereldwijd onderzoek: nergens zijn mensen zo somber, verwachten ze zo weinig van de toekomst, als in Europa.

Het Gallup-onderzoek, uitgevoerd ruim voordat na Kerst de AEX door de 400-grens schoot en Herman Van Rompuy als voorzitter van de Europese Raad profeteerde dat de crisis voorbij is, geeft het meest gedetailleerde beeld. De vier meest pessimistische landen ter wereld liggen in Europa. Griekenland, Tsjechië, Slovenië en Hongarije voeren het lijstje aan. Bij de eerste vijftien sombere landen staan ook nog Spanje, Cyprus, Polen en Frankrijk. De vraag was of mensen verwachten dat hun leven de komende vijf jaar verbetert, gelijk blijft, of achteruit gaat. In geen ander continent zijn zo veel mensen pessimistisch over hun toekomst.

Het beeld over Europa wordt nog somberder als je ook in aanmerking neemt hoe veel mensen denken dat er niets verandert. Ook hier zijn het Europese landen die het lijstje aanvoeren – Japan is het eerste niet-Europese land, op nummer tien. Als je die twee lijstjes (het wordt slechter, of er verandert toch niets) bij elkaar neemt, moet de conclusie luiden: in geen werelddeel zijn zo weinig mensen te vinden die denken dat hun leven er in de komende vijf jaar op vooruitgaat.

Optimisme en een stijgend gevoel van welbevinden kunnen een eigen dynamiek aan de samenleving geven. Maar die dynamiek van het optimisme is in Europa beduidend lager dan elders. Mondiaal gezien is 57 procent van de bevolking optimistisch, zo blijkt uit de Gallup-cijfers. Daarbij steken de 29 procent optimisten in Nederland en de 30 procent in Duitsland schamel af. Het meest optimistische land in Europa is Albanië (53 procent), maar in de meeste Europese landen is het aantal mensen gedaald dat denkt dat hun leven erop vooruitgaat, tussen 2011 en 2012 (het laatste jaar waarvoor wereldwijde cijfers beschikbaar zijn).

In april en mei 2013 heeft Gallup in zes Europese landen telefooninterviews gedaan. Ook daarbij ging het om de toekomstverwachtingen. Het onderzoeksbureau vatte zijn bevindingen als volgt samen: „Sinds de jaren vijftig leefde de verwachting dat de volgende generatie het beter zal hebben dan die van hun ouders. [Nu laat nieuw onderzoek zien] dat de economische crisis het gevoel van vooruitgang heeft verpletterd. Europeanen verwachten nu dat de komende generatie minder baanzekerheid heeft, minder werkvreugde, minder zekere pensioenen, een lager salaris zal verdienen, minder tijd met haar familie zal doorbrengen en minder comfortabele huizen zal hebben dan de generatie van haar ouders.”

Bij de publicatie van het wereldwijde onderzoek deze zomer, gebaseerd op cijfers uit 2012, schreef Gallup: „Europeanen in het algemeen, en veel inwoners van Zuid- en Oost-Europese landen in het bijzonder, blijven de effecten van de aanhoudende economische crisis voelen. […] Het gebrek aan optimisme onder Europeanen kan ook serieuze gevolgen hebben voor de politieke en sociale stabiliteit van Europa. Mensen die in andere delen van de wereld wonen, zijn veel optimistischer over hun toekomst. Vergeleken met Afrika of Azië, waar mensen hun toekomst in veel zonniger termen zien, blijven veel Europeanen sceptisch dat hun leven in de toekomst zal verbeteren.”

De meeste optimisten werden in Afrika gevonden – ook al heeft dat direct te maken met de veelal ellendige levensomstandigheden waarin ze nu moeten leven. Het kan in veel landen eigenlijk alleen maar beter worden. Waarschijnlijk vinden we daar zo veel optimisme, schreef Gallup in zijn toelichting, „omdat mensen zich niet kunnen voorstellen dat hun leven nog erger wordt.” De zeventien landen waar slechts tien procent of minder verwacht dat alles hetzelfde blijft, liggen alle in Afrika.

Dit laat zien dat de mate van optimisme slechts ten dele iets zegt over het welbevinden van mensen. Dit najaar kwam er een ander wereldwijd onderzoek uit, het World Happiness Report. Daar staan Europese landen veel hoger in het rijtje. De kwaliteit van leven in Europa, in de brede zin van het woord, steekt op veel punten uit boven die elders ter wereld. Het is dan ook geen toeval dat de topvijf van optimisten uit het Galluprapport te vinden is in de onderste helft van de ‘gelukslijst’; de Comoren, Guinee en Benin figureren tussen de laatste zes.

Maar toch. Ook als je naar geluk kijkt, is de tendens in Europa negatief. Terwijl in Zuid-Amerika, grote delen van Azië en Afrika ten zuiden van de Sahara het geluksgevoel stijgt, is dat in Europa aan het dalen – het sterkst in West-Europa.

John Helliwell, een econoom aan de Universiteit van Vancouver en een van de opstellers van het World Happiness Report, licht per e-mail toe: „Het geluk van mensen wordt, meer dan door de feitelijke vooruitzichten, bepaald door wat mensen verwachten. Daardoor verlaagt pessimisme in dit geval het gevoel van geluk.” Samenvattend: Europa is een gelukkig continent, maar lijkt het vertrouwen in de toekomst te verliezen, of al te hebben verloren.

    • Marc Leijendekker