Column

Zestig camera’s

Kjeld Nuis werd de schlemiel van de schaatszondag. De Nederlands kampioen was na afloop van zijn mislukte 1.000 meter de weg kwijt. Een olympisch startbewijs op die afstand lijkt ver weg. Nuis: „Ik snap er niks van.”

Maanden geleden dachten Nuis en zijn coach Jac Orie nog een beslissende tik uitgedeeld te hebben aan de concurrentie. Ze hadden een avond Thialf afgehuurd. Over de schaatsbaan was een enorme halve cirkel gebouwd met zestig camera’s erop gemonteerd. Zo kon je een ongeëvenaarde videoanalyse maken.

Tijdens een oktoberuitzending van Pauw & Witteman toonde Nuis de beelden. Elke spier, elk bot kon worden geobserveerd. Zo secuur hadden we een schaatser nog niet eerder kunnen bespieden.

Vergeleken bij deze hypermoderne screening, verbleekten de technische hoogstandjes van de NSA. De Amerikanen leken na ‘de methode-Nuis’ op een stelletje snotneuzen die al blij waren als ze met een leeg glas tegen de muur hun buren konden horen mompelen.

Nuis stond tijdens het onderzoek figuurlijk in zijn blote kont. Alle kennis over zijn lichaam lag op straat. Bij coach Orie – van oorsprong bewegingswetenschapper – liep het kwijl uit de mond. Hij kon exact de hoeken in het lichaam meten. „Kijk, hier is het nog 106,8 graden. Als je moe wordt, is het 113.”

Dit deed niemand op de wereld. Nuis had een voorsprong genomen op zijn tegenstanders.

Paul Witteman was overtuigd. „Jij gaat naar Sotsji.”

Nuis: „Nou, blij dat jij dat zegt.”

Wie Nuis in oktober zag zitten kon niet twijfelen. De jongen had alles mee. Op tijd lachen, op tijd weer nuchter. Op een filmpje tilde hij fluitend halters van 120 kilogram boven het hoofd.

Nuis was een champ.

Gisteren ging Nuis weifelend van start tijdens het kwalificatietoernooi. Hij holde 1.000 meter lang achter de feiten aan. Over de hoek in zijn knie en heup doe ik maar even geen uitlatingen. Nuis werd kansloos zesde.

Nuis had er „effe geen woorden voor”, om daarna – zonder dat hij het leek te beseffen – een perfecte analyse te geven: missertje bij de start, beetje te geforceerd gereden, laatste bocht verprutst.

Schaatsen blijft wankel gedoe op smalle ijzers. Om over rondgierende zenuwen in het lijf nog maar te zwijgen.

De desillusie was van het gezicht van Nuis af te lezen. Maar het was nog erger om het contrast te zien met de jongen die tijdens Pauw & Witteman nog zo veel vertrouwen had in de goede afloop.

Jeroen Pauw sloot destijds af. „Nou Kjeld, we gaan naar je kijken in Sotsji. Maar eerst december.”

Dan het antwoord van dat kaarsrechte hoofd; ik schat in een hoek van 90 graden met zijn schouders. Nuis: „Zeker.”

Zestig camera’s flitsten tegelijkertijd. Daarna werd het aardedonker.