Want de global shopper komt er niet

In Arnhem en Enschede zijn de filialen van de Bijenkorf morgen voor het laatst open. Het warenhuis trekt weg uit de provincie. „Arnhem wordt een goedkope stad.”

Foto Flip Franssen

Het staat er wat triestig bij, het rek met pakken van het Britse merk Peter Werth. Alles hangt rommelig door elkaar in de Bijenkorf in Arnhem. De pakken op de herenafdeling zijn maar een paar van de vele artikelen die voor een bodemprijs weg moeten. ‘80 PROCENT KORTING’, staat er op een groen bordje boven. ‘VAN €479, VOOR €95,80’, staat er op een roodgeel bordje naast, haastig handgeschreven.

Overal in het pand hangen die felgekleurde bordjes. Deze Bijenkorf is, net als het filiaal in Enschede, morgen voor het laatst open. Teleurstelling van de gemeentebesturen en protest van inwoners haalden niets uit.

De Bijenkorf vertrekt uit de provincie. In 2016 gaan ook de vestigingen in Den Bosch, Breda en Groningen dicht. Er blijven zeven filialen open, de meeste in de Randstad. Die moeten nog luxer en duurder worden, in de slag om de ‘global shopper’, de rijke toerist. En die winkelt niet in Arnhem.

De 78-jarige Hilbert Keizer pakt een blauw-wit gestreept colbertje uit het pakkenrek en trekt het aan. Zijn vrouw Clara (72) maakt de knoopjes dicht. Hij loopt naar de spiegel en knikt naar zichzelf. Dit jasje wil hij hebben. Clara houdt hem een ander exemplaar voor. „Deze is ook leuk hoor. Sprekender.”

Hilbert en Clara Keizer zijn hier voor het laatst. „Echt jammer” vinden ze het dat de Bijenkorf vertrekt, ze zijn verknocht aan het warenhuis. Ze komen er al sinds de vestiging bestaat, sinds 1975. Clara vertelt over de avonden voor vaste klanten, op dinsdagavond. Dan waren er modeshows en kon je make-up uitproberen. Klanten werden altijd begroet met een glaasje wijn, dat vond Clara het leukst. Of die keer dat ze dat fluwelen jasje voor Hilbert kochten, voor een klassiek concert. „Helemaal super” zag Hilbert eruit in dat jasje.

‘Het personeel heeft nog manieren’

Loes van den Berg (67) uit Arnhem pakt een colbertje van het rek en houdt het omhoog. Haar man Leo (66) kijkt er even naar en schudt zijn hoofd. Te klein. Leo’s maat is er niet meer. Ze kwamen iedere week wel even in de Bijenkorf. „Niet altijd om wat te kopen”, zegt Loes. „Voor de gezelligheid.” Ze voelt zich „prettig” in de winkel. Het personeel heeft nog „manieren”, zegt ze. „Ze spreken je hier nog gewoon aan met ‘u’.”

Dat personeel mag overigens niet met journalisten praten – dat is „beleid”, zegt het management. Aan dat beleid houden de werknemers zich keurig. Routineus werken ze rijen klanten weg. Alsof ze dat over een week nog doen. Dat is niet zo: in Arnhem gaan door de sluiting 99 arbeidsplaatsen verloren. In Enschede 54. Morgen is ook hun laatste dag.

De on-Bijenkorfse uitverkoop trekt ook klanten die niet behoren tot het klassieke Bijenkorf-publiek. De Chinese uitwisselingsstudent Falcon Miao zoekt bijvoorbeeld ook een pak. Hij hoorde dat er „closing deals” waren. En een oudere man uit Irak, die de Bijenkorf eigenlijk „veel te duur” vindt maar nu ook een nieuw jasje zoekt. Het aanbod kan hem weinig bekoren. „Het is ook veel te druk”, moppert hij. Mensen persen zich met moeite door de winkelpaden, rijen van meer dan vijftien wachtenden zijn geen uitzondering.

Vaste klant Jos Welling (71) gaat door de overgebleven pakken aan het rek heen – er zit niks meer voor hem tussen. „Vreselijk” vindt Welling het, dat „dit soort mooie winkels” uit Arnhem verdwijnt. „En wat komt ervoor terug? De Pri? Hoe heet die zaak?” Hij denkt even na. „De Primark, juist ja.”

Zowel in Arnhem als in Enschede neemt de goedkope Ierse kledingketen Primark zijn intrek in de panden. Geen zaak die bij oudere vaste klanten veel enthousiasme oproept. Goedkoop spul, vinden ze. Geen allure. Nee, daar zullen ze zich niet vertonen.

Vroeger, zegt Welling, had Arnhem de naam ‘Haagje van het Oosten’ te zijn. Arnhem was de ambtenarenstad, Nijmegen de industriestad. Het vertrek van de Bijenkorf vormt in zijn ogen het bewijs dat die periode nu echt voorbij is. „Het is over met Arnhem. Ze maken er een goedkope stad van.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Teri van der Heijden