Polen worden geliefder, nu de Bulgaren komen

Angst voor verdringing op arbeidsmarkt

Tweederde van de Nederlanders vindt dat er te veel migranten uit Oost-Europa naar Nederland komen. Vooral over Roemenen en Bulgaren wordt negatief gedacht, zo blijkt uit een kwartaalbericht van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De bevolking maakt zich vooral zorgen over verdringing van Nederlandse krachten op de arbeidsmarkt en oneerlijke concurrentie. Daarentegen vinden de ondervraagden het wel goed als Oost-Europeanen komen werken als werkgevers geen Nederlanders kunnen vinden. Bovendien zijn arbeidsmigranten goedkope arbeidskrachten die hard werken.

Maar de voordelen wegen niet op tegen de nadelen, vinden Nederlanders. Zij denken dat de migranten voor meer criminaliteit zullen zorgen. Ze vrezen kleine criminaliteit als diefstal en dronkenschap in het verkeer maar ze denken ook dat de georganiseerde misdaad zal toenemen. In de studie staan quotes uit groepsgesprekken met ondervraagden. Iemand praat over „verkeerde mensen die hier naar toe komen” en een ander zegt; „onze spullen zijn niet veilig”.

Hoe het precies staat met de criminaliteit van migranten uit Oost-Europa is moeilijk te zeggen, schrijven de onderzoekers. „Er zijn aanwijzingen dat nogal wat van de criminaliteit wordt gepleegd door personen uit Oost-Europa die hier niet wonen of werken. Migranten in Nederland die hier wonen en werken hebben daar dan niets mee te maken, maar hun imago lijdt er wel onder.”

Nederlanders denken bovendien dat Oost-Europeanen misbruik maken van uitkeringen. Het Sociaal Cultureel Planbureau schrijft dat deze opvattingen waarschijnlijk worden beïnvloed door de berichtgeving over de toeslagenfraude door Bulgaren. 80 procent van de ondervraagden is van mening dat migranten die werkloos raken, terug moeten.

Laag opgeleide Nederlanders staan aanzienlijk negatiever tegenover Oost-Europeanen dan hoog opgeleide Nederlanders. Wel vinden beide groepen bijna even vaak dat arbeidsmigranten worden uitgebuit. En bijna driekwart van de ondervraagden vindt dat de overheid deze uitbuiting moet aanpakken.

Nederlanders waarderen Roemenen en Bulgaren minder dan Marokkaanse Nederlanders – die van de vier grote niet-westerse migrantengroepen het minst gewaardeerd worden. Over Polen denkt de bevolking dus positiever. In de studie staan quotes als; „Polen proberen nog werk te vinden, Bulgaren en Roemenen denken in een paradijs te komen”, „Polen zijn al veel meer vereuropeest dan Bulgaren en Roemenen” en „Polen liggen qua cultuur dichter bij de Nederlandse”.