Ook ‘buitenlanders’ winnen

De Belgische hegemonie is niet meer zo vanzelfsprekend // De Nederlanders, zoals Lars van der Haar, tellen mee in het veldrijden

„Allez, da’s de bedoeling nie, hè.” Een dikke man – zwarte muts, kaplaarzen en een biertje in zijn handen – ziet het onheil naderen in de Superprestige van Diegem, een dorpje boven Brussel.

Op een groot scherm kijkt hij naar de Nederlandse veldrijder Lars van der Haar (22), die in de achtervolging is op drie koplopers, de Belgen Sven Nys, Tom Meeusen en Niels Albert. Zijn gezicht onder de modder, speeksel in de mondhoek en benen die almaar malen.

De Belgische hegemonie in het veldrijden is lang niet meer zo vanzelfsprekend als voorgaande jaren, waarin het niet de vraag was óf er een Belg won maar eerder wie? Steeds meer veldrijders uit andere landen mengen zich in de strijd om de overwinning. De veranderende verhoudingen werden het beste geïllustreerd op Tweede Kerstdag. In Heusden-Zolder won Van der Haar – vóór de Tsjechen Martin Bina en Zdenek Stybar en de Duitser Philipp Walsleben. De beste Belg, Rob Peeters, werd ‘slechts’ vijfde.

De internationalisering maakt de sport spannender. En attractiever. Maar aan populariteit sowieso geen gebrek, want het Vlaamse wielerhart klopt het hele jaar. Van de Omloop het Nieuwsblad in februari tot de Sluitingsprijs op de weg in oktober, en van de blubber van Ruddervoorde tot de slotkoers in Middelkerke, half februari. In België is het het hele jaar koers.

Gisteren kwamen er bijna twintigduizend wielerfans (à 10 euro entree) naar het sportpark van Diegem. Ze liepen op kaplaarzen, waren warm gekleed en gokten naar hartenlust op de lokale favoriet, Niels Albert. Ze wapperden met Vlaamse vlaggen, dronken liters bier en hadden verwachtingsvolle, gespannen blikken in hun ogen. Van de koers gaat het hart nog sneller kloppen.

Half zes, net na zonsondergang, werd het peloton weggeschoten. Een loodzwaar parkoers lag in het vooruitzicht; over balken, trappen en lastige hellingen. Onderweg trotseerden de renners drassige paden, korte, felle klimmetjes en publiek dat af en toe handtastelijk is.

Mathieu van der Poel (18) had het parkoers eerder die dag met succes bedwongen. Hij klopte op indrukwekkende wijze de Belgische concurrentie en is leider in het wereldbekerklassement bij de junioren.

Piepende oren

Van der Poel had na zijn race bijna piepende oren van het kabaal dat het publiek had geproduceerd. „Dat is in België praktisch overal zo”, zei hij, glimmend van trots met twee bossen bloemen in zijn handen. „Wat hier naar de junioren komt kijken, heb je niet eens bij de profs in Nederland. Daar kunnen wij nog veel van leren.” Zoals? Van der Poel vindt het bijvoorbeeld „onbegrijpelijk” dat de NOS zo weinig aandacht besteedt aan het veldrijden. „Niet eens een samenvatting! Dat zou nu op zijn plaats zijn.”

Want de Nederlanders spreken nadrukkelijk een woordje mee in het veldrijden. Behalve Van der Haar, met drie zeges leider in het wereldbekerklassement, regeren ook junior Mathieu van der Poel, vorig seizoen wereldkampioen in het veld en op de weg, en belofte Mike Teunissen, vorig seizoen ’s werelds beste.

Lars van der Haar, dit seizoen winnaar van drie wereldbekerwedstrijden, probeert de Belgische dominantie bij de eliterenners te doorbreken. Hij bemerkt vooralsnog een positieve bejegening. Vroeger, in de tijd van Richard Groenendaal, was dat lang niet vanzelfsprekend. „Het publiek vindt het tot nu toe alleen maar leuk dat ik vooraan meerijd”, knipoogt Van der Haar. „Ze zijn positief, moedigen me aan, maar ik weet natuurlijk niet of dat zo blijft als ik vaker wedstrijden win.”

Samenspannen met andere ‘buitenlanders’ ziet Van der Haar niet echt zitten. Voorheen werd het nog weleens zo gespeeld. Dan probeerden de niet-Belgen een combine te smeden tegenover de Belgen. „Ik geloof daar niet zo in”, zegt Van der Haar. „Als je een koers wilt winnen, zul je van iedereen moeten winnen. Ook van de buitenlanders.”

Van der Haar hoopt dit jaar te pieken op het WK in eigen land, in Hoogerheide, begin februari. België leverde vorig seizoen de wereldkampioen, Sven Nys. Dat succes werkt als een magneet, meent Van der Poel. Als de Belgen succes hebben, trek je meer publiek, redeneert de zoon van oud-wereldkampioen Adrie van der Poel. „Dat er zo veel volk op afkomt, heeft er natuurlijk ook mee te maken dat de Belgen zeker weten dat hier een aantal landgenoten vooraanrijdt. Ik zie dat niet zo snel veranderen in de toekomst. Elk jaar zie je weer nieuwe Belgische talenten opkomen.”

Gisteravond, tijdens de zesde Superprestige (van de acht) van het seizoen, was het podium als vanouds: de Belgen Sven Nys (eerste), Tom Meeusen (tweede) en Niels Albert (derde) zwaaiden met de bloemen. Lars van der Haar (zesde) kwam tekort. „Ik was vandaag gewoon niet goed genoeg”, vertelde hij, in het felle schijnsel van het kunstlicht. „Dat kan gebeuren, maar ik baal er wel van.” Met suizende oren stapte Van der Haar vervolgens de bus in. België vierde feest. Voor een Belg. Sven Nys.