Met karnemelk uit de schuur van Ome Leo

Voordat u gaat roepen dat dit recept voor oliebollen eerder in de krant heeft gestaan: dat klopt. En het is niet uit gebrek aan inspiratie dat ik dit jaar weer dezelfde bollen bak. Ze zijn gewoon het allerlekkerst. Het geheim zit hem in de karnemelk, een truc die ik leerde van Ome Leo – een lieve buurman uit mijn jeugd, die elk jaar in zijn schuurtje oliebollen bakte voor de hele buurt. Het zuur in de melk maakt ze luchtiger en dus ook wat lichter verteerbaar dan de gemiddelde bol. Da’s mooi, want dan kun je meer van op.

Meng de appel, citroenschil, rozijnen en krenten met 1 eetlepel bloem. Klop in een kommetje het ei los. Meng de rest van de bloem, gist, suiker en zout in een beslagkom. Maak in het midden een kuiltje en schenk hierin het ei. Begin te kloppen met een garde of handmixer en voeg gelijktijdig de karnemelk toe, tot een glad beslag ontstaat. Schep er het appel-rozijnenmengsel door. Laat het beslag, afgedekt met een vochtige theedoek, op een warme, tochtvrije plaats een uur rijzen, of tot het in volume verdubbeld is. Verhit de frituurolie tot 175 graden. (Bij gebrek aan thermometer: wanneer de olie onmiddellijk begint te borrelen wanneer je er een broodkorstje in laat zakken.)

Doop twee grote lepels eerst in de hete olie, schep een bolletje uit het beslag en laat het in hete olie glijden. Bak zo maximaal 5 oliebollen tegelijk (anders is de pan te vol en daalt de temperatuur van de olie teveel). Bak de bollen in ongeveer 5 minuten goudbruin. Sommige zullen vanzelf draaien wanneer de onderkant bruin is, andere moet je een tikje geven. Vis de bollen met een schuimspaan en laat ze uitlekken in een met keukenpapier bekleed vergiet. Bak op deze manier oliebollen tot het beslag op is. Bestuif royaal met poedersuiker.

    • Janneke Vreugdenhil