Lang leve de crematie

Een eeuw geleden begonnen we in ons land met cremeren in een officiële crematieoven Aanvankelijk protesteerden de overheid en burgers Inmiddels is verbranden populairder dan begraven

Illustratie Thinkstock

Tjonge, wat zijn hier veel dooien gevallen, zei mijn vriendinnetje Inge terwijl ze tussen de grafstenen door huppelde. Zeven jaar waren we, en we brachten een bezoekje aan mijn opa, die op begraafplaats Westerveld lag. Mooi was het, midden in de natuur, vlak bij de Bloemendaalse duinen. Maar wij hadden geen oog voor de bemoste beukenbomen of de sneeuwklokjes op de graven. Er was al genoeg om naar te kijken. Grafkelders. Kindergrafjes van leeftijdgenootjes, met half vergane teddyberen. En het crematorium: bovenop een duintop, met een toren als die van een sprookjespaleis.

„Daar verbranden ze mensen”, fluisterde Inge. Ik huiverde. Die nacht werd ik huilend wakker uit een droom over een grote oven. „Ze verbranden er alleen dode mensen”, troostte mijn moeder me. Tevergeefs. De gedachte dat een mens in as kon veranderen, was te eng.

Nu, ruim twintig jaar later, loop ik weer op Westerveld. Ditmaal om twee opa’s te bezoeken, en een oom. Twee graven en een urn.

Nog altijd graven met teddyberen, nog altijd beukenbomen. Maar er is ook iets veranderd: tussen de grafstenen staan metershoge informatieborden. Jubileumborden. ‘Westerveld: 125 jaar begraafplaats, 100 jaar crematorium’. Vooral dat laatste is interessant. Westerveld was namelijk het allereerste crematorium van Nederland. Precies een eeuw geleden begonnen we in ons land met cremeren.

Een uur en 23 minuten

Of nou ja, met het moderne cremeren: lijkverbranding in een officiële crematieoven. Want overledenen verbranden, dat deden onze voorouders ook. Door de opmars van het christendom raakte begraven populair, wie geloofde in wederopstanding stond erop dat zijn stoffelijk overschot intact bleef. In 785 verbood Karel de Grote cremeren zelfs, vanwege het heidense karakter. Als overledenen toch werden verbrand kregen nabestaanden de doodstraf. Die werd – oh, ironie – voltrokken op de brandstapel.

Toch begon men in de negentiende eeuw weer te cremeren. Met het uitdijen van de bevolking raakten begraafplaatsen vol. Cremeren was ruimtebesparend en hygiënisch. Reden genoeg om in 1874 de Vereeniging voor Lijkverbranding op te richten. In Duitsland vond dat jaar de eerste succesvolle crematie plaats.

„In een speciaal ontworpen heteluchtoven van Siemens werd het stoffelijk overschot van de Engelse Lady Dilke in een uur en drieëntwintig minuten gecremeerd”, vertelt Henry Keizer, bestuursvoorzitter van de Facultatieve Groep. „De verbranding werd van minuut tot minuut gevolgd, tot van de 60 kilo zware Lady Dilke anderhalve kilo as overbleef.”

De Facultatieve Groep verzorgt crematies en levert wereldwijd ovens. „De temperatuur in onze ovens ligt wel wat hoger dan in de gemiddelde broodoven: op 1.100 graden Celsius.” Het verbranden van een lichaam duurt nu ongeveer vijf kwartier. Daarna worden de grovere botstructuren mechanisch verpulverd tot as. Met een magneet worden de spijkertjes van de kist verwijderd. Ook andere metaalresten – protheses bijvoorbeeld – worden verwijderd en gerecycled.

Opstandige burgers

Geïnspireerd door de succesvolle verassing van Lady Dilke gingen de Nederlandse crematievoorstanders aan de slag. Op het terrein van begraafplaats Westerveld mocht de Vereeniging voor Lijkverbranding een crematorium bouwen. Keizer: „De overheid wilde het cremeren aanvankelijk verbieden en ook onder burgers was er weerstand. In het Concertgebouw in Amsterdam werd een protestbijeenkomst gehouden. De zaal zat stampvol.” Mensen waren bang dat criminelen misbruik zouden maken van cremeren: als een stoffelijk overschot werd verbrand, konden sporen van misdaad makkelijk worden uitgewist.

Daarom werd bij wet bepaald dat 36 uur moest worden gewacht tussen de doodverklaring en de crematie. Ook moest er altijd lijkschouwing plaatsvinden. De ‘Vereeniging’ besloot tot een naamswijziging en ging voortaan door het leven als de Vereeniging voor Facultatieve Lijkverbranding, om het vrijwillige karakter te benadrukken. Dat verzachtte de protesten.

In september 1913 was het crematorium gereed. Op 1 april 1914 vond de eerste crematie plaats: die van dr. C.J. Vaillant, oud-bestuurslid van de Koninklijke Facultatieve.

Keizer: „Mensen waren nog altijd huiverig. Vaillant was de enige die dat jaar werd gecremeerd; in de jaren erna ging het om slechts enkele crematies per jaar. Pas in 1954 werd het tweede Nederlandse crematorium geopend, in Dieren.”

Inmiddels telt ons land ruim zeventig crematoria. Sinds 2003 ligt het nationale ‘crematiepercentage’ boven de 50 procent. In 2012 vonden er in Nederland 83.379 crematies plaats, op een totaal van 140.709 overledenen.

As over de Hudson River

In oktober 2013 onderzocht de Consumentenbond uitvaartkosten van dertig begraafplaatsen en elf crematoria. Het huren van een aula en het regelen van de ‘basisasbestemming’ kost tussen de 1.075 en 1.505 euro. Ter vergelijking: een graf inclusief grafsteen kost volgens de test minimaal 1.745 euro. Na crematie blijft de as dertig dagen in het crematorium – dat is wettelijk verplicht. Keizer: „Dan kunnen nabestaanden nadenken over de asbestemming. De keuzevrijheid in ons land is bijzonder. In Duitsland heb je bijvoorbeeld een strikte regel, de Friedhofzwang, die voorschrijft dat urnen begraven moeten worden.”

Die keuzevrijheid is recent. Tot 1998 werd de as bijgezet in een columbarium (urnennis) of verstrooid en was het verboden om zelf een urn te openen. In 1993 kwam Paul de Leeuw in opspraak omdat hij in zijn programma De schreeuw van De Leeuw de urn van zanger René Klijn had opengewrikt en de as had uitgestrooid over de Hudson River in New York.

Omdat er bij een uitvaart zo veel knopen zijn door te hakken, vindt Keizer dat we bij leven met elkaar in gesprek moeten gaan over de dood. „Laten we elkaar open en eerlijk vertellen wat we willen.” Zelf maakte ik op mijn zevende al een plan. Die dag op Westerveld, met mijn buurmeisje Inge, besloot ik dat ik zoals Sneeuwwitje wilde eindigen. In een glazen kistje, boven de grond. En dan wakker gekust worden door een prins.

    • Gemma Venhuizen