La grande bellezza

Drie van de zes filmrecensenten kozen Paolo Sorrentino’s ‘La grande bellezza’ als film van het jaar, één als tweeluik met Harmony Korines ‘Spring Breakers’. Ook het visueel verbluffende sprookje ‘Gravity’ scoort, vooral als metafoor.

La grande bellezza is een film die recensenten verdeelt. Niet de filmliefhebbers: hij trok in Nederland ruim 100.000 bezoekers, uitstekend voor een kunstfilm.

Over de esthetische kracht van La grande bellezza bestaat ook geen meningsverschil. Met een soundtrack van sacrale koorzang en stamphouse zweeft de camera van Paolo Sorrentino rond de 65-jarige kunstcriticus Jep Gambardella. Hij zwerft melancholiek langs de kloosters en paleizen, dakterrassen en feesten van Rome. Als jongeman schreef hij een veelgeprezen roman, daarna werd hij arbiter van goede smaak en koning van de jetset.

Niet zozeer omdat hij een oppervlakkig mens is. In andere tijden was Gambardella een mysticus geweest, of een kluizenaar. Maar hij mist overtuiging. Gambardella schrijft zuchtend, louter voor geld. Taal, zijn instrument, ziet hij als zinloze blablabla; hooguit een nuttig wapen om gezwollen ego’s op hun plaats te zetten. Als jongeman vermoedde hij nog dat woorden naar iets verborgens leiden. Een Grote Schoonheid. Nu ziet hij alleen leegte.

Dus? Met zijn vrienden op het dakterras de weg naar het graf vergemakkelijken met roddels en amusante observaties? Het hoofd vullen met indrukken en mijmeringen? Want dat is de proustiaanse restoptie die Gambardella koos: van het leven zelf een kunstwerk maken.

Je kan in La grande bellezza een ode aan de stad Rome zien, een vervolg op La dolce vita, een aanklacht tegen Romeinse en Italiaanse lethargie, een reflectie op de Berlusconi-tijd, waarin alleen het oppervlak bewoog. Het is dat allemaal. Maar uiteindelijk draait het om dat nare woord: zingeving.

De apotheose is een ontmoeting tussen Jep Gambardella en een heilige non van 104 jaar die haar leven aan de zieken wijdt en alleen wortels eet. Zij las ooit Gambardella’s boek en herkende een verwante ziel. Met zijn bodemloze ironie en nauwgezette hedonisme zoekt hij hetzelfde als de non met haar geloof en zelfkastijding. De Grote Schoonheid, waar de vraag naar het waarom in het niets oplost. En ze beleven het. In de ochtendschemering.

Coen van Zwol

    • Coen van Zwol