Hulp aan Syrië verleen je niet samen met de Syrische regering

De intentie van de organisatoren van de hulpactie ‘Help Syrië De Winter Door’ staat niet ter discussie, maar dat pleit ze niet vrij van naïviteit, meent Maarten Zeegers.

Hulp aan Syrië is niet populair. Vorig jaar werd bij een nationale televisieactie vier miljoen euro opgehaald voor de slachtoffers van de oorlog (120.000 doden, vier miljoen vluchtelingen).

Dat was een historisch laag bedrag. In vergelijking: de actie voor de storm op de Filippijnen (vijfduizend doden) haalde twee maanden geleden bijna 31 miljoen euro op.

Sommigen gaven aan geen geld te willen geven voor Syrië, omdat ze er geen vertrouwen in hadden dat het geld op de juiste plek terecht zou komen. Anderen hadden een meer principiële argumentatie: „Laat die haatbaarden het zelf maar uitzoeken in die zandbak. Het is toch altijd een puinhoop met die moslims.”

De afgelopen jaren heeft de islam onder Nederlanders een dusdanig negatief imago gekregen dat alles wat daarmee te maken heeft, direct verdacht is. Naarmate de Syrische opstand een steeds religieuzer karakter kreeg, ebde de sympathie bij de Nederlandse bevolking dan ook langzaam weg.

Vanuit de islamitische gemeenschap is de betrokkenheid daarentegen wel hoog. Nederlandse moslims hebben genereus gedoneerd aan hulpacties, opgezet door moskeeën en andere religieuze organisaties.

Nu de winterkou Syrië in zijn greep houdt, vond een groep particuliere initiatiefnemers het tijd voor een nieuwe inzamelingsactie voor de Syrische vluchtelingen, met de pakkende slogan: ‘Help Syrië de Winter Door’.

Hoewel de organisatie Help Syrië de Winter Door geen religieus oogmerk heeft, is ze indirect verbonden met de Marokkaanse en islamitische gemeenschap. De initiatiefnemers zijn allemaal moslims, een Marokkaanse televisiemaker besteedde ruim aandacht aan het project, en ook islamitische basisscholen deden mee aan de actie.

Via islamitische websites riep de organisatie op tot donaties, waarbij ze inspeelde op de emoties van gelovigen. „Help uw geloofsbroeder in Syrië. Zij hebben uw steun nodig!”

Het enthousiasme was aanvankelijk groot. „Wat een goede actie van onze oemma!’” viel te lezen. En: „Waar kan ik doneren! Eindelijk geen zionistische organisaties zoals Unicef.”

De inzamelingsactie werd een groot succes: twintig ton kleding, dekens, kacheltjes en andere goederen om de Syrische vluchtelingen de winter door te helpen.

Maar nog voordat het vliegtuig goed en wel in Damascus was aangekomen, barstte de kritiek los. De organisatie had toestemming van de Syrische autoriteiten voor de hulpactie en werkte daar dus ook mee samen. Men beweerde dat de hulpgoederen niet bij Syrische vluchtelingen terecht kwamen, maar werden verspreid onder aanhangers van het regime. Een islamitische website noemde de actie zelfs gekscherend: ‘Help Assad de Winter Door’.

De organisatie deed haar best deze aantijgingen tegen te spreken. Een delegatie ter plekke zag er op toe dat de hulpgoederen op de juiste plek kwamen.

Dat geloofde natuurlijk niemand. Help Syrie de Winter Door had van het regime geen toestemming gekregen om in de buitenwijken te opereren – en daar is de situatie het meest schrijnend. Het leger heeft dit gebied volledig omsingeld en een algeheel verbod ingesteld op de invoer van voedsel of brandstof, om zo de aanwezige opstandelingen uit te roken. De inwoners blijven in leven van wat ze zelf verbouwen. Brood is er nauwelijks nog te krijgen. Humanitaire organisaties hebben het regime ervan beschuldigd de opstandige bevolking opzettelijk te verhongeren.

De Syrische staatstelevisie (lees: het regime) was ook nog eens zo brutaal om gisteren een reportage uit te zenden over de komst van de hulpgoederen. Ze prees de organisatie „die niet de terroristen (lees: oppositie) steunde, maar solidair was met het Syrische volk (lees: het regime)”. Een woordvoerder van het Syrische ministerie van Sociale Zaken dankte het Nederlandse volk hartelijk voor de steun en drukte de kijkers op het hart dat hij er hoogst persoonlijk voor zou zorgen dat de goederen een goede bestemming kregen. Een bijzonder genante vertoning.

Daarbovenop kwamen ook nog eens beschuldigingen dat juist niet-moslims zouden profiteren van de ingezamelde spullen. Help Syrië de Winter Door pareerde deze kritiek door te stellen dat zij bij de hulpverlening geen onderscheid maakt op basis van religie of politieke voorkeur.

U zult misschien denken: een mens in nood is een mens een nood. Iedereen heeft recht op hulp, zowel moslims als niet-moslims. Prima, maar bedenk dan wel dat deze organisatie bij veel moslims de indruk heeft gewekt dat de hulp terecht zou komen bij geloofsgenoten. Veel van hen voelen zich daarom belazerd.

De intentie van de initiatiefnemers staat niet ter discussie. Het is duidelijk dat zij het hart op de goede plek hebben. Daar komt nog eens bij dat het niet eenvoudig is om zonder toestemming van de regering te opereren in Syrië. Het gebied dat in handen is van de rebellen is extreem onveilig. Niet alleen door luchtaanvallen uitgevoerd door het regeringsleger, maar ook vanwege gewapende criminelen, die de vrachtwagens met hulpgoederen in beslag zouden kunnen nemen, of de hulpverleners ontvoeren.

Dat pleit de organisatie echter niet vrij van naïviteit. Hulpverlening in samenwerking met het Syrische regime mag dan misschien wel de makkelijkste manier zijn om toegang te krijgen tot het land, de uiteindelijke bestemming van de hulp valt onmogelijk te controleren, ook al is er een delegatie ter plekke. Bovendien is de kans groot dat het regime dergelijke bezoeken misbruikt voor eigen propagandadoeleinden of andere smerige spelletjes.

De hele soap rond de hulpactie heeft er toe geleid dat het beeld over hulpverlening aan Syrië een nieuwe deuk heeft opgelopen, waardoor de bereidheid om te geven voor Syrië alleen maar minder zal worden. En dat kan toch nooit de bedoeling zijn.

Maarten Zeegers is journalist, woonde in Syrië en is schrijver van het boek Wij zijn Arabieren, portret van een ondoordringbaar Syrië.

    • Maarten Zeegers