Hacker gelooft nog in privacy, met veel mitsen

NSA onderschepte verkochte laptops en installeerde software.

Nog slaperige jongelui spreken achter cornflakes en knipperende lichten de details van de nieuwste NSA-onthulling door. Terwijl deze zondagochtend de eerste hackers – zwarte capuchon over het hoofd en koffiebeker in de hand – het bedompte congrescentrum inlopen, publiceert het Duitse weekblad Der Spiegel over de hackersunit van de NSA. Dit gespecialiseerde team zoekt naar voor NSA moeilijk verkrijgbare informatie door laptops te onderscheppen en eigen software te installeren nog voordat ze geleverd zijn, zwakheden in software op te zoeken en USB-sticks te gebruiken die via radiogolven data verzenden. Het team is opgericht in 1997, toen internet nog geen gemeengoed was.

Het is symbolisch voor deze editie van het oudste hackerscongres ter wereld – voor de dertigste maal georganiseerd door de Chaos Computer Club. Het internet, zo is de opvatting, heeft in 2013 definitief zijn onschuld verloren. Overheden en grote bedrijven hebben de macht overgenomen.

En dus liggen hier stickers met Edward Snowden, tips voor het gebruik van versleutelde mail en plakplaatjes om camera's van computer en telefoon af te plakken. Op een spandoek staat „Stop mass spying”.

Overal wordt gediscussieerd. In de foiré van de grote zaal staat een groepje twintigers. Onderwerp van gesprek: internetveiligheid. Encryptie zou moeten worden geïntegreerd in de programma’s die gewone gebruikers dagelijks gebruiken, zegt een jongen. Zijn buurman is sceptisch: „De meeste mensen weten niet wat dat slotje in het adresveld van hun browser is.”

Pieter van Boheemen heeft staan meepraten. De 27-jarige biotechnicus is voor het eerst op de conferentie. Samen met een collega heeft hij een lezing gegeven over zijn werk: het manipuleren van dna om cellen te programmeren. Van Boheemen is geen gewone computergebruiker. Zijn computer draait niet op Windows, maar op Linux. En de biotechnicus gebruikt al langer encryptie om zijn communicatie te beveiligen. Net als de naar schatting 7.000 andere bezoekers weet hij dat internet geen veilige plek meer is. „Ik kwam hier naar toe met de vraag of we nog gered kunnen worden van alle invasies van onze privacy. Het antwoord op die vraag is ja.” Hij glimlacht. „Met ontzettend veel mitsen.”

Zondagavond. De grote zaal zit vol, maar nog steeds verdringen bezoekers zich voor de deuren. Achter een tafel zit Jacob Appelbaum, een voormalig hacker die zich in een ijltempo ontwikkelt tot een van de leidende figuren in de internationale beweging van internetactivisten. Achter het katheder staat Sarah Harrison, de Wikileaks-medewerker die Snowden hielp te ontsnappen naar Moskou.

Op een enorm scherm verschijnt het gezicht van Julian Assange. De oprichter van Wikileaks – witte baard, wollen shawl – spreekt via een videoverbinding vanuit de ambassade van Ecuador in Londen. Tijdens zijn toespraak zal de verbinding meerdere malen uitvallen, en voor het publiek in de zaal is het duidelijk wie daar achter zit. „Laten we de NSA maar de schuld geven’’, grapt Appelbaum.

Assange en Appelbaum hebben een revolutionaire boodschap vandaag, zoals blijkt uit de subtitel van hun lezing: a call to arms. De wapenkreet is een wereldwijde oproep tot lekken en is gericht aan iedereen die werkt met computersystemen.

„Willen alle systeembeheerders in de zaal hun hand opsteken”, vraagt Appelbaum. Hij overziet de zaal. „Als jullie bedrijf iets deed wat niet al te fris was, zouden jullie dan wegkijken?” Appelbaum laat een stilte vallen. „Jullie moeten een morele afweging maken”, zegt hij dan. „Jullie hebben de macht om anderen in deze wereld te informeren.” Dan verschijnt Assange weer op het scherm. „Wij technici vormen een politieke klasse. En we kunnen hetzelfde doen als de arbeiders tijdens de industriële revolutie.”

Systeembeheerders hebben als geen ander toegang tot – geheime – informatie. Volgens Assange kunnen ze daarom een voortrekkersrol spelen in de strijd tegen „informatieapartheid” op internet. Gebeurt er niets, zo houdt hij de volle zaal voor, dan zal de huidige generatie de laatste zijn met vrijheden.