Haar winst is niet dat ticket

Annette Gerritsen werd vierde op de 500 meter // Waarschijnlijk niet genoeg voor een olympisch startbewijs // Ze kwam ook van ver na een mislukt seizoen en racete eindelijk weer een beetje als vanouds

Snel even het groene petje van sponsor Activia op, beminnelijke glimlach erbij en Annette Gerritsen is klaar voor haar volgende televisie-interview. „Annette”, schalt er door de catacomben van Thialf. De pet moet af, roept een begeleider. Hier is een haarband, die meer ruimte laat voor haar blonde lokken.

Het plaatje is altijd perfect bij Gerritsen. Imago telt, weet ze. En toch, bij haar tweede interview stokt plotseling de glimlach. Emotioneel bijt de schaatsster op haar onderlip. Of de camera even kan stoppen. Ze zet een paar passen opzij. Veegt de tranen weg, tovert haar glimlach tevoorschijn en praat vrijuit over haar strijd van de afgelopen maanden. „Ik heb zo hard gewerkt.”

Als vierde eindigt Gerritsen zaterdag op de 500 meter bij het olympisch kwalificatietoernooi. Ruim achter Margot Boer, die wint met wereldtijden van 37,64 en 37,68 seconden. Ook haar ploeggenoot Laurine van Riessen en Thijsje Oenema blijven de 28-jarige sprintster voor. Op papier heeft Nederland op de kortste afstand recht op vier startplekken in Sotsji. Maar de kans op medailles is volgens de prestatiematrix van de schaatsbond klein. De vierde plaats op de 500 meter staat daarop als laagste ingeschaald, de derde plaats als één na laagste. Als tien Nederlandse schaatssters zich op de andere afstanden plaatsen voor de Spelen, doen de nummer drie en vier van de 500 meter niet mee. „Ik ga maar een kaarsje opsteken”, houdt Gerritsen zich groot.

Ze was er helemaal klaar mee

Vier jaar geleden schitterde ze nog in Vancouver met olympisch zilver op de 1.000 meter. Op die afstand eindigde ze nu op de eerste dag in Thialf kansloos als twaalfde. Geen Sotsji? Ooit begon Gerritsen in een talentvolle lichting in Jong Oranje, met onder anderen Sven Kramer en Ireen Wüst. Doorbraak naar de wereldtop, lucratieve contracten, boegbeeld in commercials. Maar waar Kramer en Wüst hoog bleven vliegen, viel Gerritsen de laatste jaren terug. Eind vorig seizoen, geveld door de ziekte van Pfeiffer, brak het lijntje. „Ik wilde het ijs niet meer op, was er helemaal klaar mee. Dat gevoel heeft een tijdje geduurd. Dan loop je te kwakkelen in de zomer, bungel je achteraan in trainingen.”

Coach Jac Orie bevestigt het. „Annette heeft de afgelopen jaren net teveel tikkies opgelopen.” Zie de nummer twee van het WK sprint 2011 deze zomer met zichzelf vechten in Toscane. In geen enkele sprint bergop kon ze haar ploeggenoten volgen. Wat waren haar zekerheden op weg naar Sotsji? Na Vancouver vertrok ze in het spoor van Marianne Timmer bij Orie. Weg was de stijgende prestatiecurve. Kritiek op de glamour van de Liga Ladies, strijd met trainer Timmer, terug naar Orie. Maar ook daar bleef de lijn dalen. Toen van de zomer de Pfeiffer eindelijk was bedwongen, viel ze begin augustus op skeelers keihard over een wildrooster. „We moesten op alle vlakken zeer veel rechtzetten”, zegt Orie.

Met de 500 meter in Thialf zaterdag als allerlaatste kans. Hoewel kans? Dit seizoen kwam Gerritsen nog niet in de buurt van de top. Bij de wereldbeker in Astana mocht ze meedoen als invaller maar startte ze twee keer vals. Gespannen werkt ze zaterdag haar opwarmingsrituelen af. Goede start, kansloos tegen Boer, maar wel een tijd van 38,51. „Veruit de snelste van het seizoen”, zegt ze tussen de races door. En na haar 38,52 in de tweede race heerst opnieuw tevredenheid. „Zo hard heeft ze al twee jaar niet meer gereden”, weet Orie.

Zuur dat de vierde plaats op de 500 meter vrijwel zeker geen recht geeft op een olympisch startbewijs, vindt de coach. „We hebben met Annette te weinig tijd gehad. In trainingen laat ze het af en toe al wel zien. Maar ze is nog niet vast genoeg om het constant te doen. Technisch verhaal, met haar heup. Maar het zit er nog wel.”

Natuurlijk steekt Gerritsen dezer dagen kaarsjes aan om toch naar Sotsji te mogen. Maar haar echte winst hangt niet af van kwalificatie of de prestatiematrix. „Pas de laatste weken heb ik goede tempo’s kunnen doen, kon ik rondjes rijden achter de jongens en partij geven aan de andere meiden. Vandaag ging het eindelijk weer een beetje als vanouds. Ik kon weer racen. Ik ben trots op mezelf.”

Ook als de camera’s weg zijn, blijft de lach. „Ja, ik heb van mezelf gewonnen.” Een onding als een prestatiematrix gaat toch geen einde maken aan haar carrière? „Zeker niet.”