Eindhoven had een kerkhof, geen kerk

1.100 skeletten bij de Eindhovense Catharinakerk geven hun geheimen prijs.

Bij de opgraving in de Eindhovense Catharinakerk zijn de kenmerken van honderdenskeletten vastgelegd. Foto’s Laurens Mulkens

CNN, het NOS-Journaal, de schrijvende pers én de koningin. Allemaal kwamen ze in 2006 naar de opgraving van de begraafplaats van de laat-middeleeuwse Catharinakerk in Eindhoven. De opgraving trok veel aandacht omdat in de tanden van de bijna 1.100 skeletten uit de periode van 1200 tot 1850, dankzij kalkrijke bodem, het DNA goed bewaard was gebleven.

Dat maakte het mogelijk om bevolkingsmigratie te onderzoeken. En om te kijken of mutaties die bijvoorbeeld tegen hiv-besmetting beschermen vroeger al evenveel voorkwam als nu. Even kwam het DNA-onderzoek nog in gevaar omdat op de totale begroting van 2,5 miljoen euro een half miljoen ontbrak. Maar na een noodkreet uit Eindhoven kwam toenmalig OCW-minister Van der Hoeven het ontbrekende geld symbolisch zelf brengen.

Zeven jaar later is de publicatie over de opgraving eindelijk verschenen. Het is een boek en heet Een knekelveld maakt geschiedenis. Minstens drie jaar later dan verwacht. „Bepaalde onderzoeksresultaten lieten langer op zich wachten dan gedacht”, legt stadsarcheoloog Nico Arts uit.

Het boek is het (wettelijk verplichte) opgravingsrapport, maar tegelijkertijd een publieksboek. Het geeft niet alleen een overzicht van de geschiedenis van de Catharinakerk en het archeologisch onderzoek in 2005 en 2006, maar laat ook de vele onderzoeksmethoden en de stroom aan resultaten van Arts en zijn team zien.

Dateringen van bakstenen met OSL (optical stimulated luminisence) geven bijvoorbeeld aan dat het koor van de kerk eind veertiende eeuw is gebouwd. Bestudering van 70.000 vondsten had onder meer als uitkomst dat de vloer van de kerk eerst met grind en later met gebakken tegels en natuurstenen was bedekt. En pas in de tweede helft van de negentiende eeuw werd het gebruikelijk om de doden devotiemedailles of kruizen mee te geven. Analyse van de begravingen heeft duidelijk gemaakt dat in verband met de verwachte wederopstanding van Christus vrijwel alle doden met hun gezicht naar het oosten lagen. In de vijftiende of zestiende eeuw heeft een familie het afscheid van een vijftigjarige vrouw makkelijker gemaakt door haar te begraven in een eikenhouten kist met een raampje bij haar gezicht. Verder hebben Arts en zijn team met behulp van fysisch-antropologisch onderzoek een waslijst aan aandoeningen als jicht, syfilis en scoliosis kunnen opstellen, hebben ze aan de hand van darmparasieten vastgesteld dat de hygiëne lang te wensen overliet en kunnen ze dankzij isotopenonderzoek zeggen dat er in Eindhoven weinig vis op het menu stond.

Wie echter vooral benieuwd was naar de resultaten van het DNA-onderzoek zal toch nog langer geduld moeten hebben. „We kunnen wel al zeggen dat we bij ruim negentig procent van de onderzochte skeletten DNA hebben aangetroffen en dat de kwaliteit ervan zeer goed is”, zegt Eveline Altena van het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum. „Ik begrijp dat mensen het lang vinden duren, voordat we iets kunnen zeggen over de herkomst van de vroegste Eindhovenaren en mogelijke migratiestromen. Maar onderzoek van oud DNA is moeilijk en tijdrovend.”

Daar komt nog bij dat de technologische ontwikkelingen bij de meetapparatuur snel zijn gegaan. „Om verspilling van DNA te voorkomen hebben we soms gewacht op betere methoden. Voordat we daarmee aan de slag konden, hebben we alles uitgebreid moeten testen. Oud DNA is zeer gevoelig voor besmettingen.” Altena kan al wel zeggen dat er indicaties zijn dat er tussen 1200 en nu andere mannen Eindhoven binnen zijn gekomen. Maar op een verdere analyse van de migratie en de herkomst van de Eindhovenaren, alsmede op de uitkomsten van het DNA-onderzoek, medisch-genetische kenmerken en mogelijke verwantschappen zal toch nog even gewacht moeten worden.

Ook zonder de DNA-resultaten roept Frans Theuws, hoogleraar middeleeuwse archeologie aan de Universiteit Leiden, de opgraving van de Eindhovense begraafplaats al uit tot onderzoek dat inzichten over urbanisatieprocessen zal veranderen: Eindhoven begon als stad zonder kerk. „De inwoners hadden wel een eigen begraafplaats, maar gingen in het naburige Woensel naar de kerk.”

    • Theo Toebosch