Een potje potje vet

De Amerikaanse inlichtingendienst weet meer over ons dan wij over oliebollen. In welk vet? Overtuigend antwoord komt er niet.

Twee voorlichtingsbureaus. Het regerings-voedingscentrum zegt dat we bakken moeten in maïsolie, of soja, of zonnebloem of olijf. Het Voorlichtingsbureau voor Olie en Vet, van de gezamenlijke olieslagers, noemt nog pindaolie, maar weet niet van frituren in olijfolie. Niemand noemt raapolie, die in Nederland nauwelijks, maar in Duitsland en Scandinavische landen in elke super te koop is. Het meest, zegt het bureau van de regering, wordt in Nederland gefrituurd in zonnebloemolie. Maar waarom dan? Nergens zinnig antwoord. Ook niet op etiketten in winkels, waar oliën vanwege de oliebollen in voordeelverpakkingen op het schap staan.

Oliefabrikanten die vloeibaar vet leveren om in te bakken of frituren, maken helemaal geen olie. Ze mengen. Het is waar te nemen in Franeker, tussen Harlingen en Leeuwarden. Er staat een oude fabriek waar verschillende oliën van het merk Levo worden gemaakt. Nee gemengd. Tankwagens rijden het terrein op, niet om olie op te halen, maar om te brengen. Vaak sojaolie, geladen bij Cargill in Amsterdam. Want daar gebeurt het. Zonnebloemolie ook. Zonnebloempitten worden gelost uit reusachtige bulkschepen en Cargill haalt er de olie uit.

Calvé, Burg, Levo en andere ‘fabrikanten’ kopen het met tankwagens tegelijk in, doen er wat mee en verpakken hun oliën in flessen en blikken. Over wat ze door elkaar roeren zijn ze niet openhartig. Levo bijvoorbeeld, verkoopt veel tienliterblikken slaolie aan Chinese restaurants. Vraag Levo waarom Chinezen zo graag zijn olie afnemen, zegt de directeur dat het de goedkoopste is. Maar wat is zijn slaolie dan precies? Het geldt voor alle slaolie op de markt. Het is samengesteld uit oliesoorten die op dat moment het minste kosten op de wereldmarkt. Slaolie is tegenwoordig vooral sojaolie.

En waarom, mijnheer de directeur, zou ik in uw olie frituren en niet die van een ander merk? De directeur lacht en kletst eromheen. Er is geen goede reden voor olie van hem boven die van andere fabrikanten.

Een heel lekker en al heel oud Libanees oliebolletje heet falafel. Een bitterbal met kikkererwtenvulling. Vraag het de chef van een Libanese supermarkt in Amsterdam. Welke olie is geschikt voor falafel? De man pakt zonder aarzelen een fles maïsolie. Waarom mijnheer? Is de beste, zegt-ie en dat moet genoeg zijn. Zelf soorten olie bij elkaar gieten wordt afgeraden. Waarom? Vraag niet zoveel. Maar zonnebloem-, koolzaad- en maïskiemolie samen in een fles in de supermarkt. Hoe heet het mengsel? Frituurolie. Waarom, daarom!

    • Wouter Klootwijk