DIT STUK NAAR maandag dan maar

Correspondent Zuid-Amerika

Mario Klebe Ferreira plantte juist een parasol in het zand toen hij achter zich hoorde schreeuwen. Hij keek om en zag hoe tientallen jongens in één lijn over het volgepakte strand renden, zoveel spullen meegrijpend als ze konden. ‘Vrouwen gilden, er brak paniek uit, mensen stoven uit elkaar,’ zegt de verhuurder van stoelen en parasols. ‘Binnen no time was het complete chaos.’

Het was de tweede keer in twee weken dat Ferreira toeschouwer was van een arrastão, letterlijk: sleepnet. Een massaberoving, op het beroemde strand van Ipanema (EVT TOEVOEGEN: HET STRAND WAAR OOK HET NEDERLANDS ELFTAL VERBLIJFT TIJDENS HET WK; ORANJE HEEFT DAAR HET HOTEL). In de jaren negentig werd de tactiek, waarbij groepen - vaak jonge - jongens al rovend over het strand trekken, veel gebruikt. Nu waren de overvallers ongewapend, ze maakten slim gebruik van de verwarring. ‘Er komen veel rijke mensen hier,’ vervolgt Ferreira. ‘Voor arme jongens is er veel te halen.’

Rio de Janeiro en geweld zijn in de beeldvorming onlosmakelijke met elkaar verbonden. De terugkeer van de massaberoving symboliseert het einde van een periode van relatieve veiligheid in de stad. Sinds augustus nam het aantal busberovingen met 92 procent toe, het aantal autodiefstallen met bijna een kwart. Een groeiend aantal Brazilianen en toeristen doet aangifte van berovingen.

Zoals op 13 december in de wijk Botafogo. Op weg naar de universiteit wordt een meisje

gedwongen haar telefoon af te staan. Ze zit in een bus, twee jongens bedreigen haar met een wapen. Ze beschrijft haar ervaring op de website onde fui roubado, ‘waar ik werd beroofd’. De website bevat geen officiële cijfers, maar geeft een beeld. In de afgelopen negentig dagen kwamen er 286 nieuwe meldingen bij.

Het zijn korte verhaaltjes, feitelijke beschrijvingen van berovingen, met een gekleurde punt gemarkeerd op de kaart van de stad. Die kleuren geven de aard van de beroving weer: diefstal, collectieve aanval, gewapend. ‘Ik schrik ervan dat ook in mijn wijk de criminaliteit toeneemt,’ zegt Leo Palta (26) op straat in zijn wijk Botafogo. Hij werd – net als veel carioca’s – meerdere keren beroofd, de laatste keer in 2010. ‘Ik ga met minder vertrouwen de straat op. Als homoseksueel ben ik er extra op beducht.’

De terugkerende onveiligheid heeft grote impact. De stad zuchtte lang onder geweld en criminaliteit. Door zichtbare verbetering durfde een groeiende groep inwoners hun alertheid te laten vieren. Nu keren oude reflexen terug.

Want niet alleen de zogenaamde kleine criminaliteit neemt toe. Ook het aantal moorden – dat tussen 2008 en 2012 juist drastisch verminderde – steeg alleen al in augustus met 19 procent ten opzichte van het jaar daarvoor (van 95 naar 113 moorden in een maand).

Het komt de stad slecht uit. Met gestileerde promotievideo’s en een uitgebreid communicatieapparaat werkt het stadsbestuur van Rio hard aan het imago van de stad. In de zomer organiseert Brazilië het WK voetbal, twee jaar later volgen de Olympische Spelen, die exclusief aan Rio zijn toegewezen. Met zijn fotogenieke ligging en tropische klimaat is Rio niet alleen een cidade marvilhosa, schitterende stad, het is ook een metropool van geweld.

De meerderheid van dat geweld vindt plaats in de beruchte favela’s, sloppenwijken die in Rio ook aan rijke buurten grenzen. In 2008 ging het stadsbestuur over tot een onconventionele aanpak: de pacificatie. De politie trok zwaarbewapend de wijken binnen en nam met veel machtsvertoon de controle over van heersende drugsbendes. Een speciale pacificatiepolitie (UPP) werd opgericht om de bewoners te beschermen.

Ruim dertig favela’s zijn momenteel gepacificeerd, van de meer dan duizend sloppenwijken die Rio telt. Die wijken liggen allemaal in de rijke zuidzone van de stad of schuren daar tegenaan. Daar vallen nu aantoonbaar minder doden.

Maar veel geweld verplaatst zich. Jonge trafikanten werden door de politie de rijke zone uitgejaagd, verder naar de randen van de stad. Het gevolg is grotere ongelijkheid tussen de rijke binnenschil van de stad en de armere buitenwijken. Brazilië (200 miljoen inwoners) kent minder armoede dan vroeger. In de afgelopen tien jaar klommen ruim veertig miljoen mensen op naar de middenklasse en dat aantal groeit. Toch neemt het geweld toe. Brazilië is nog altijd een van de meest ongelijke landen ter wereld.

In arme wijken is een groot gebrek aan ruimte om te ‘socialiseren’, verklaart politicoloog Edir Sader het toenemende geweld, in een interview met lokale media. ‘Scholen hier vervullen die rol niet, jongens en meisjes socialiseren nog steeds op straat.’ En daar, zegt Sader, leren ze niet om zich goed te gedragen, maar komen ze zelf al vroeg in aanraking met geweld.

Ignacio Cano, als socioloog verbonden aan het Laboratorium voor de Analyse van Geweld, wijst op falend politiebeleid. ‘In de jaren negentig kregen agenten een bonus als ze iemand vermoordden, sinds 2008 krijgen diensten juist betaald als ze dat niet doen. Het werkte goed, maar het effect is uitgewerkt,’ zegt hij. ‘Er is nog niets nieuws voor in de plaats.’

Dat er in oktober presidents- en gouverneursverkiezingen zijn, draagt volgens Cano ook niet bij aan de veiligheid nu. ‘Niemand durft grote beslissingen te nemen. Politici zijn bang voor fouten, dan doen ze vaak liever niets.’

Maar, benadrukt de socioloog, in vergelijking met de jaren negentig is de situatie nog altijd fors verbeterd. ‘Het hoogste moordcijfer ter wereld heeft Rio al lang niet meer,’ zegt hij. ‘Het probleem met de toenemende kleine criminaliteit nu is dat het een diepe indruk achterlaat op de gepercipieerde veiligheid van bewoners.’

Op het strand van Ipanema, waar de massaberovingen hun wederopstand beleefden, windt strandverkoopster Helena Maria da Costa (77) zich op. ‘Als het kalf verdronken is,’ foetert ze, wijzend op de tientallen agenten voor haar kraam. Ze grabbelt een blikje bier uit de piepschuimen koelbox en geeft het aan een klant. ‘Toen ze nodig waren, was er niemand. Nu zijn ze met zoveel dat ze niets meer te doen hebben.’ Dat is volgens Da Costa al twintig jaar een probleem. ‘Het gaat de politie alleen om de beeldvorming,’ zegt ze. ‘In Rio is de politie altijd te laat.’