Smetvrees

Een jaar geleden speelde ik even voor profeet; ik waagde me aan een voorspelling voor 2013. Het leek er toen op alsof de economische crisis, tot opluchting van velen, alle andere kwesties naar de achtergrond had gedrongen. Het zich jarenlang voortslepende debat over ongrijpbare begrippen als cultuur en identiteit leek achterhaald. Het draaide gewoon weer om cijfers. Goed ging het niet, het ging zelfs behoorlijk slecht, maar we wisten tenminste weer waarover we het hadden.

De gedachte dat onwelgevallige geluiden verdwijnen als je ze weert, is funest

Dat leek mij een misvatting.

Het idee dat identiteitskwesties vooral kleinzielige oprispingen waren van mensen die irrationeel en emotioneel reageerden op het proces van globalisering, leek mij een gevalletje hoogmoed. Onbehagen over bedreigde eigenheid, verlies van culturele waarden en de teloorgang van een gevoel van geborgenheid mochten in de publieke debat vooral vertolkt worden door stemmingmakers die feiten ondergeschikt maakten aan de emotie, dat wilde niet zeggen dat het louter hersenspinsels waren. En dat je ze ongestraft kon negeren.

Dat was ruim voor de Pietitie.

Het was ook bijna een jaar voor de ingezonden brief van acht opiniemakers, gericht aan deze krant, waarin de redactie verzocht werd ons lezers te vrijwaren van de anti-Europa-artikelen van publicist Thierry Baudet en de zijnen. Die brief, ondertekend door voornamelijk economen, getuigde van een onnavolgbare mengeling van hautaniteit en smetvrees: „Het zou de krant sieren in aanloop naar de Europese verkiezingen de geest te slijpen, in plaats van af te stompen met anti-Europese retoriek.”

Het zal bedoeld zijn als pleidooi om de rede voorrang te geven boven de emotie, de feiten boven het gevoel. Maar het las als een oproep tot censuur – en dat woord gonsde dan ook door de sociale media.

Dat de briefschrijvers dat effect niet leken te voorzien, spreekt boekdelen. In hun epistel zetten ze zich af tegen het complotdenken van de anti-Europa-beschouwers, die het voortgaande proces van eenwording zien als een „aanval” op de natiestaat en een „uitholling” van onze democratie. Maar hun eigen retoriek is niet minder emotioneel – het discours van Baudet en de zijnen is volgens hen een rechtstreekse aanval op onze beschaving.

Lees en huiver: „Al te gemakkelijk wordt getornd aan de basisinstituties en -waarden van deze open samenleving, bevochten en opgebouwd door onze ouders en grootouders. Het nieuwe normaal is dat hoe harder je schreeuwt hoe meer aandacht je krijgt. Feiten doen er steeds minder toe, en velen halen hun schouders erover op; het ‘moet kunnen’. Inderdaad ‘moet kunnen’, maar zijn we dan zo verwend geraakt aan onze vrijheid van meningsuiting dat we deze meningen onbesproken laten? Want elke keer als we dat doen, wordt er weer een leugen witgewassen. Wie beschermt onze verworvenheden nog?”

Bevochten door onze ouders en grootouders – pleez. Het is precies de taal die je niet wilt horen. Pruilend, meewarig, neerbuigend. Het is de taal van de vermoeide schoolmeester, de luie drager van de beschaving die geen zin meer heeft het nog eens uit te leggen, de weldenkende die hoofdschuddend opmerkt dat er iets heel vies beneden hem uit de grond opborrelt – waar is de deksel?

Euroscepsis heb je in alle soorten en maten, van beredeneerde zorg over het democratisch tekort tot aan een virulente flirt met de apocalyps. De meeste anti-Europapartijen in Europa zijn onmiskenbaar nieuwe loten aan de stam van de Contra-Verlichting – de cultuur, de groep, de natie als zaligmakend. Een van de sprekers die deze maand, naast Geert Wilders, was uitgenodigd om op het congres van de Italiaanse anti-Europa-, anti-immigratiepartij Lega Nord te spreken was de Russische parlementariër Zoebarev, lid van de nationalistische partij van Poetin. Hij sprak, volgens de Italiaanse media, over ‘waarden’ – zoals daar zijn „het gezin, de natie, de terugkeer naar het geloof”. Ook een Russische anti-abortusactivist was uitgenodigd. Het was een feestje van de nieuwe Contra-Verlichting, gesproken werd de taal van de Romantiek – opstand, patriottisme, de vlag en de natie.

Ik neem die taal serieus. Het komende jaar, daar hoef je geen profeet voor te zijn, zullen zulke tegenstellingen alleen nog maar scherper worden, met de Europese verkiezingen in mei als lakmoesproef. Want meer nog dan een discussie over Europa is het een discussie over waarden – welke waarden er voor ons toe doen en hoe we die hun beslag geven. Dat vraagt niet om een debat over wie er mee mag doen aan het debat. De gedachte dat onwelgevallige geluiden vanzelf zullen verdwijnen wanneer je ze uit de kolommen van de kwaliteitskrant weert, is pijnlijk onwerelds – en funest.