Wordt dit land super-integer of juist niet?

14 december 2013 – De integriteitsindustrie draait op volle toeren. Het wemelt van de zuiverheidsevenementen. Vorige maand alweer de 5e Dag van de Integriteit. Gister een staatsrechtconferentie aan de Vrije Universiteit met pittige studies op het snijvlak van recht en openbaar bestuur: over integriteit. Zijn we bezig super-integer te worden of is het dweilen met

14 december 2013 - De integriteitsindustrie draait op volle toeren. Het wemelt van de zuiverheidsevenementen. Vorige maand alweer de 5e Dag van de Integriteit. Gister een staatsrechtconferentie aan de Vrije Universiteit met pittige studies op het snijvlak van recht en openbaar bestuur: over integriteit. Zijn we bezig super-integer te worden of is het dweilen met de kraan open?

Afgaande op het aantal bijeenkomsten, codes, commissies en procedures die het handhaven van hoge integriteitsnormen beogen   moet de nabije toekomst er wel  brandschoon uitzien. Er is ook veel schandaalnieuws, gedomineerd door de  provincies Limburg en Noord-Holland, maar op langere termijn lopen ook publieke- en  semipublieke bestuurders van elders tegen de lamp. De strafrechter heeft het er druk mee.

Het is een mooi geval van de toezichtparadox: groeit de vraag naar  toezicht omdat er zo ontzettend veel gesjoemeld wordt of  komen  meer gevallen aan het licht omdat we  steeds beter opletten? Lastig vaststellen of het nu erger is dan pakweg tien, twintig jaar geleden. Maar het gevoel dat we verlatiniseren, dat steeds meer bestuurders vatbaar zijn voor materiële en procedurele verleidingen wordt sterker.

Ook  ronduit veroordeelden tonen een verbluffend gebrek aan deemoed. Niet voor niets heeft de VVD een commissie-Integriteit ingesteld. De grootste regeringspartij moet een stroom berichten incasseren over eigen politici die zakendoen en machtsuitoefening combineren op manieren waar de partij niet mee geassocieerd wil worden. De commissie moet nog van zich doen spreken. Voorlopig is het woord aan het openbaar ministerie en de rechter.

De PvdA publiceerde deze week het rapport van een partijwerkgroep met onder meer de zwaargewichten Van den Berg (staatsrechtgeleerde) en Tjeenk Willink (oud-vice-president van de Raad van State). Zij adviseerden over modernisering van de Erecode van de partij. Het leverde overal  als ‘nieuws’ op dat een commissie wordt ingesteld die met de code in de hand kan adviseren over wenselijk gedrag.

De hoofdboodschap van de PvdA-werkgroep was echter: integriteit vergt een publiek debat dat nooit ophoudt. Ieder geval is net weer een beetje anders. Steeds bepalen  context, bedoelingen en morele  normen of er een integriteitprobleem is. Een erecode is maar één van de middelen die daarbij van pas kunnen komen. Het gesprek van voorzitter Spekman maandag in Pauw&Witteman werd snel toegesneden op een wethouder en een ex-burgemeester. Spekman piekte met een zeer zuinige uitleg van het recht op wachtgeld, terwijl zijn eigen commissie schrijft dat die regelingen er niet voor niets zijn.

Het  werkgroeprapport, dat afgelopen zomer al bij het partijbestuur lag, werd in de publiciteit ingehaald door het advies van een commissie waar o.a. Femke Halsema, Maxim Februari en Doekle Terpstra in zaten. Die commissie moest van de minister van economische zaken adviseren over ‘verantwoord bestuur en toezicht in de semipublieke sector’. Een gedragscode a.u.b.

De commissie-Halsema weerstond de uitnodiging om te gaan uitmeten wat allemaal wel en niet mag. Begin september publiceerde zij  een slank maar doordacht document getiteld Een lastig gesprek. Het was  een ontkrachting van de sirenezang der codes. In de semipublieke sector (ziekenhuizen, onderwijs, woningbouwcorporaties) werken bijna 2 miljoen mensen. Wat de commissie schreef voor die al niet geringe groep is makkelijk uit te breiden naar de hele publieke sector.

Iedereen die voor de (semi-)overheid werkt vertegenwoordigt een beschavingsideaal en een groot maatschappelijk belang, aldus Halsema c.s. Die moeten ,,zo secuur, gewetensvol en professioneel mogelijk handelen. Tegelijkertijd vraagt het van de burgers die van de diensten gebruik maken en van de politieke bestuurders die de sector aansturen, om de vele werknemers in de sector met respect en waardering tegemoet te treden. Om te komen tot grotere kwaliteit, toegankelijkheid en effectiviteit van publieke diensten is het onvermijdelijk met regelmaat een ‘lastig gesprek’ met elkaar te voeren over problemen en incidenten zoals die de sector de laatste jaren hebben opgeschrikt.’’

Het is geen wereldlitteratuur maar het staat er duidelijk. Als Van Rey en Hooijmaijers over hun bestuurspraktijken regelmatig een open gesprek in hun colleges, met hun ambtenaren en hun Provinciale Staten of gemeenteraad hadden gevoerd, dan waren de meeste nu omstreden zaken niet stilletjes gepasseerd. Niet iedereen had de moed gehad alles te bestrijden, maar openlijk goedkeuren is toch weer wat anders.

Gemeentelijke integriteitsbureaus en rekenkamers, academische juristen en landelijke instanties als de Algemene Rekenkamer en het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector – velen hebben een dagtaak aan het napluizen en preventief zuiveren van publieke daden van ambtenaren en politici. De onlangs gepubliceerde Modelgedragscode (‘Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen’) neigt met zijn 70 pagina’s naar ‘integritisme’, overdreven gedetailleerd integriteit willen regelen, met het risico dat wat er niet in staat als OK wordt beschouwd door mensen zonder moreel kompas.

De opdracht die de commissie-Halsema en de PvdA-werkgroep van deze week geven is moeilijker, maar volwassener. Regelmatig een lastig gesprek houdt iedereen bij z’n Betere Ik. Het Betere Wij krijgt pas een kans als de bestuurskundemode niet langer verbiedt dat er zoiets is als het publiek belang dat allen in de (semi-)publieke sector dienen. De definitie van ‘publiek belang’ is de uitkomst van - soms lastig - politiek debat.

mail: opklaringen@nrc.nl; tw @marcchavannes