Waarom zijn stoplichten rood-oranje-groen?

Alles begint met vragen. Maar kinderen stellen andere vragen dan grote mensen. Zoals kinderen van school Het Podium op IJburg.

Als je nog klein bent, heb je andere vragen dan grote mensen. Misschien denk je dan dat alles er altijd al was: huizen, auto’s, bomen, computers, bergen, vliegtuigen.

Dat is niet zo, vertellen grote mensen dan. Toen je opa en oma klein waren, had nog niemand een computer of laptop thuis. Er waren wel een paar computers, maar die waren zo groot als twintig ijskasten. Ze rekenden ontzettend langzaam moeilijke sommen uit, en de uitkomst drukten ze af op lange stroken dun papier.

Beeldschermen met plaatjes die je weg kan swipen, zoals op een iPad of mobiele telefoon? Nee joh, die zijn er nog maar net. Die hadden zelfs vaders en moeders nog niet, toen ze klein waren.

Vliegen, ook zoiets. Dat was iets bijzonders toen je opa en oma klein waren. Iets meer dan honderd jaar geleden vloog er zelfs nog niemand – er waren toen nog helemaal geen vliegtuigen. Een auto kreeg al heel veel bekijks – hij heette toen nog ‘automobiel’.

Dan ga je je van alles afvragen natuurlijk. Hebben mensen echt al die dingen uitgevonden? En hoe leefden die vroegere mensen dan?

Zo hoor je over ridders met paarden, over boeren in hutjes van leem en stro. Over olielampjes en perkament. Of nog verder terug in de tijd, over farao’s en piramides, en over oermensen in grotten.

Misschien vertellen je vader en moeder wel dat er héél, héél vroeger geeneens mensen waren. Dat ooit de dinosauriërs de baas op aarde waren. En dat daarna andere dieren kwamen zoals apen waaruit de mensen zijn ontstaan.

Maar ja, hoe kunnen apen nou mensen worden, vraagt bijvoorbeeld Bas (5 jaar). Nog zoiets, waar zijn al die vroegere mensen gebleven?

Je kunt ook kleinere vragen stellen over vroeger. Saar (7 jaar) heeft op school gehoord dat Kerst de verjaardag van Jezus is. Maar waarom zijn er dan twee Kerstdagen? Vierden ze vroeger twee dagen lang verjaardagsfeestjes? Of iets heel anders: waarom zijn er op aarde twee soorten slangen gekomen – giftige en niet-giftige (Laura, 7 jaar)?

Of je kunt juist heel grote vragen stellen. Zoals: als alles een begin had, hoe zijn dan de sterren, de nachtzonnen, begonnen (Lotte, 9 jaar)?

Nou ja, eigenlijk kun je dus over alles om je heen wel vragen stellen. Hoe kan het dat een mier met gemak een takje draagt dat veel groter en zwaarder is dan hijzelf (Anna, 7 jaar)? Terwijl een mens meteen zou omvallen als hij zoiets zwaars moest torsen? Waarom zijn stoplichten niet roze-geel-blauw in plaats van rood-oranje-groen (weer Lotte)?

Vragen, vragen, vragen.

Soms zijn er antwoorden en soms niet. En dat geeft niks. Want alles begint met vragen.

Als niemand zich had afgevraagd of je mensen kon laten vliegen, waren er geen vliegtuigen gekomen. Als niemand zich had afgevraagd hoe rekenen eigenlijk werkt, dan waren er geen computers gekomen.

En als je je afvraagt of er op planeten die rond verre sterren draaien andere wezens wonen (Sebastian, 9 jaar), is dat een goed begin. Als je je dat afvraagt, kun je ernaar op zoek.

Wie weet zullen mensen na ons over honderden jaren zulke wezens vinden. En dan kunnen we die weer zóveel nieuwe vragen stellen...

Margriet van der Heijden