‘Snowboarder gaat sneller de berg af als ze veel eet’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Dat stond op 26 mei in nrc.next.

De aanleiding

Nicolien Sauerbreij, de meest succesvolle Nederlandse snowboarder aller tijden, bestelde tijdens een interviewgesprek met NRC Handelsblad een broodje mozzarella. Tot verbazing van verslaggever Rinskje Koelewijn. Nee, zij hoeft zich niet aan een of ander sportdiner te houden, legde Sauerbreij uit. „Ik kan veel eten. Hoe zwaarder ik ben, hoe harder ik van de berg ga.”

Dat bracht lezer Erwin Boutsma in verwarring, schrijft hij ons. „Ik twijfel aan de juistheid ervan.” De wrijving tussen Sauerbreijs snowboard en de sneeuw moet toch juist toenemen als ze zwaarder is? Remt dat niet af? En ook de luchtweerstand neemt toch toe als iemand zwaarder (en dus groter) is? next.checkt zocht uit wie van de twee gelijk heeft.

En, klopt het?

De redenering van lezer Boutsma lijkt waterdicht. In de notendop: als de massa van een object toeneemt, dan neemt de zwaartekracht toe en daarmee de kracht die het object uitoefent op het oppervlak. Meer wrijving betekent meer afremming. In principe zou Boutsma dus gelijk moeten hebben en zou een zwaarder iemand niet sneller moeten gaan dan een lichter mens.

Maar op sneeuw werkt het allemaal net een beetje anders.

De reden dat een snowboard (of ski) überhaupt zo goed glijdt over sneeuw is dat er zich tussen board en sneeuw een klein laagje water bevindt. Dat ontstaat door de druk die het snowboard uitoefent: daardoor smelt een flinterdun beetje van de bovenkant van de sneeuw. Dat waterlaagje neemt de frictie weg en dient letterlijk als een glijmiddel: het zorgt ervoor dat je soepel de berg af komt.

Hoe zwaarder je bent, hoe meer druk je uitoefent op de sneeuw onder je en hoe meer water er daardoor dus vrijkomt onder je board.

Dit is hoe promovendus Lucas Ellerbroek, van de Universiteit van Amsterdam, het zou uitleggen, vertelt hij:

‘Laurel en Hardy gaan samen de berg af. Laten we voor het gemak aannemen dat ze zich niet afzetten, maar gewoon laten glijden. De versnelling die zwaartekracht geeft is voor alle objecten gelijk. Maar de zwaartekracht op de dikke Hardy is groter dan die op Laurel, omdat hij meer massa heeft. Daardoor is de kracht tussen de sneeuw en zijn snowboard groter, het laagje water dikker en glijdt hij dus beter. Er is meer energie nodig om Hardy af te remmen als hij eenmaal op gang gekomen is. Hij gaat dus sneller.’

Dat waterlaagje bevriest overigens direct weer zodra je eroverheen geskied bent. Het wordt niet opnieuw sneeuw, maar ijs. Na één skiër zul je dat niet direct merken (het is immers flinterdun), maar na honderden en honderden kan het best vervelend worden: het is de reden dat populaire pistes soms in barre ijsvlakten kunnen veranderen.

Dankzij water glij je dus over sneeuw, maar waarom ski je dan toch niet lekker over natte sneeuw? Er treedt hier een ander effect op. In papsneeuw is die waterlaag weer zo dik dat er geen lucht meer bijkomt. Er wordt een vacuüm gecreëerd dat de ski naar beneden zuigt.

Conclusie

„Hoe zwaarder ik ben, hoe harder ik van de berg ga”, beweerde topsnowboarder Nicolien Sauerbreij in NRC. Dat leek lezer Erwin Boutsma sterk: een zwaarder iemand ondervindt tenslotte toch ook meer wrijving met de sneeuw? Klinkt logisch, maar op sneeuw blijkt dat niet zo te werken. Tussen board (of ski) en sneeuw zit een flinterdun waterlaagje dat als glijmiddel werkt. Als je zwaarder bent is dat laagje dikker en zul je dus harder de berg afgaan. next.checkt beoordeelt de bewering van Sauerbreij dus als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je graag gecheckt zou willen zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt