Regentijd: Brazilië staat onder water

‘Caramba!’, roept taxichauffeur José verschrikt terwijl hij plots de rem intrapt. In het oude centrum van Salvador de Bahia kachelen we van een heuvel omlaag, als José beneden water ziet: wat een weg was, is veranderd in een kolkende rivier. De stad is overstroomd.

Door de goten raast water dat uit de heuvels komt. Verkeer stopt, mensen vluchten naar binnen. Op de radio vertelt een nieuwslezer over de eerste modderstromen in de stad. Er zijn twee huizen ingestort. „Niets nieuws”, zegt José, behendig een diepe plas ontwijkend. „Met regen gebeurt dat altijd.”

Regen – dat is hier alsof er een krachtige douche aanstaat, terwijl iedereen is vergeten zijn kleren uit te trekken. Al keert het jaarlijks terug, het water lijkt Brazilianen toch steeds weer te verrassen. In het zuidoosten, waar overstromingen jaarlijks terugkeren, zijn nu alweer 40 mensen verdronken en 70.000 mensen ontheemd geraakt in wat de ernstigste overstromingen in 90 jaar worden genoemd.

Begin december gebeurde het in Rio. Terwijl Nederlandse sites liveblogs bijhielden over de storm op pakjesavond, stroomde Rio over. Ik at met vrienden pizza op een heuvel. Een blikseminslag had alle elektriciteit doen uitvallen. Zaklampen werden opgesnord en iedereen smulde vrolijk door. Alleen de koffiemachine deed het niet meer.

Na een tijdje in het donker besloten we naar huis te gaan. We schuifelden de heuvel af, grapjes makend over de Braziliaanse flexibiliteit. Tot we beneden kwamen. Hier begon het avontuur pas. De hoofdstraat stond blank. Auto’s reden stapvoets, vuilniszakken dreven door de straten. Het water stond bijna kniehoog. Ik stroopte mijn broek op en begon de tocht, die maar vijfhonderd meter bedroeg, maar eindeloos leek. De stank was vreselijk. Rio heeft een van de oudste rioleringssystemen ter wereld. In onderhoud is nooit veel geïnvesteerd.

„Kom binnen”, riep een stem na honderd meter, van bovenaan een trap. De man klonk dwingend en ik hupte dankbaar zijn portiek in. Iets verderop had ik bijna moeten zwemmen.

„Ik voelde net al een schok”, vertelde Antonio, een andere ‘schuiler’ in het portiek. „Dat gebeurt vaak, het water komt onder stroom te staan”, vervolgde hij, mijn ongeloof negerend. „Vorige zomer overleed hier verderop nog een vrouw.” Hij wees naar de hoek. „Hetzelfde weer als nu. Ze werd gewoon geëlektrocuteerd.”

Precies vanwege dit soort situaties maken Brazilianen zich boos over het WK voetbal. De staat investeert miljarden in dure stadions, maar verzuimt het elektriciteitsnetwerk op orde te krijgen en de riolering te onderhouden. De prachtige baai van Guanabara, waar in 2016 de olympische watersporters moeten schitteren, blijkt één groot open riool.

Een week later regende het weer in Rio. Foto’s gingen de wereld over van mensen die zich in veiligheid brachten op het dak van een bus: het water kwam tot vlak onder de rand. Met kleurige parapluutjes wachtten ze op redding. Intussen benutten de dieven het weer: uit stilstaande of verlaten auto’s is het makkelijk stelen.

In Salvador, waar Nederland zijn eerste WK-wedstrijd tegen Spanje speelt, ligt het stadion midden in de stad, aan een zijde omringd door heuvels. Met forse regen loopt de kom vol. In Salvador valt de meeste regen tussen maart en juli.

José de taxichauffeur krijgt er langzaam plezier in. Ik moet naar het vliegveld en hij zet alles op alles mij daar tijdig te krijgen. We maken rondjes op de heuvels, het gestokte verkeer in de diepe plassen zoveel mogelijk vermijdend. Als we na een helse rit (en vele verkeersovertredingen) op het nippertje arriveren en ik de terminal inren, blijken alle vluchten te zijn vertraagd.

Het staat nergens op de borden, medewerkers weten het ook niet meer. Chaos, en ook hier wachten Brazilianen lijdzaam op informatie. „Je opwinden heeft geen zin”, zegt een jongen naast mij. „In internationaal opzicht gedraagt Brazilië zich als de eerste wereld. Voor zijn burgers is het nog een onbetrouwbaar derdewereldland.”