Moderne kunst is oud

Dit is een spel om de kunst in leven te houden. Like deze foto en ik stuur je een naam van een kunstenaar. Zoek naar jouw favoriete werk en upload het naar Facebook.”

Ik zag dit meerdere keren voorbij komen in de afgelopen weken. Mensen postten werk van Dali, Munch, Warhol, Monet, Magritte. Dat zijn nou niet meteen kunstenaars die dit soort spelletjes nodig hebben om de aandacht vast te houden. Maar goed, het is een sympathiek Facebook-initiatief: het biedt een veilige, vrijblijvende manier om het over kunst te hebben, met een kleine kans om iets doms te zeggen. Je hoeft alleen maar je lievelings te kiezen.

Tweede Kerstdag. De Berlinische Galerie. Het is stampvol in de Wien-Berlin tentoonstelling, voor elk schilderij staan minstens tien mensen. Mijn audio-guide keuvelt gemoedelijk over Egon Schiele en Gustav Klimt die rebelleerden tegen de klassieke Weense school.

Ik noteer de namen van Emil Orlik, Lotte Laserstein, Otto Dix, om origineel over te komen als ik straks op Facebook aan de beurt ben. Ze zullen ervan smullen. Het shockeert niet meer. De honderd jaar oude rebellen zijn de nieuwe publiekslievelingen. We printen ze op legpuzzels, sleutelhangers, rompertjes, flesopeners. Ze trekken volle zalen.

Op de verdieping boven de tentoonstelling hangt de kunst van na 1945. Er is niemand te vinden. In het hoekje Dadaist/Kineticism was het al aanmerkelijk rustiger, maar boven is de mens volledig verdwenen. Ook uit de kunstwerken zelf, trouwens. De zalen lijken een parodie van zichzelf: er hangen vage foto’s, een doek met repeterende streepjes in pasteltinten, een licht knippert aan en uit. Op bordjes staat uitleg: ‘This work should be understood as... .’ ‘This work questions....’

In dit soort zalen herinner ik me de aandoenlijke pogingen van mijn vader, medisch specialist, om als onderdeel van de intellectuele bagage ons enkele basisvaardigheden moderne kunst bij te brengen. Hij was zelf geen kenner, maar had wel een idee hoe het hoorde. Dan positioneerde hij ons drieën voor een doek met een streep (of twee) en vroeg hij hardop: „Waarom bestaat dit?” Hij moedigde ons aan om daarover te filosoferen. Moet kunst mooi zijn? Moet kunst begrijpelijk zijn? Enzovoort. De vragen zelf waren het doel.

Ik denk dus niet dat het aan mijn opvoeding ligt dat ik me nu vaak verveel in de meeste musea voor hedendaagse kunst. Hedendaags blijkt in teleurstellend veel gevallen niet zo hedendaags. Hedendaags blijkt meestal een verzamelnaam voor vijftig tot zestig jaar oude kunstwerken die tegen een establishment aanschoppen dat al heel lang dood is.

Zonder het shockeffect blijft er niet veel van over: verknipte kolderieke objecten, met bordjes om uit te leggen wat het precies is waar dit ooit tegenaan schopte. We hebben er gangen vol van staan.

Ik zag de afgelopen jaren ook fantastische moderne kunst, zowel oud als nieuw. Lucian Freud. Banksy. Ik zag gigantische sculpturen in DIA: Beacon, bij New York. In grote zonverlichte zalen, waar ik voor eeuwig wilde blijven. Spektakelkunst. Misschien zijn wij niet meer te shockeren, maar je kunt ons wel imponeren.

De grote ballonhonden van Jeff Koons zijn in ieder geval, tja, cool. Niet saai. Achtenvijftig miljoen werd ervoor neergelegd. De kunstwereld was geschokt. Er werden vragen gesteld. Mission accomplished.

In Nederland steeg het museumbezoek dit jaar spectaculair. Maar de moderne kunst bleef achter. Daar zijn waarschijnlijk honderd-en-een andere oorzaken voor te bedenken, maar misschien speelt mee dat het hedendaagse nogal grijs is, modern conservatief. Het opzienbarendste wat ik tegenkwam dit jaar was een zwart vierkant van Malevitsj. Uit 1915. Het riep dezelfde vragen op, die ik twintig jaar geleden door mijn vader leerde stellen, maar het verveelde me.

De gangen aan oud-nieuwe kunst leren ons dat de shock ooit wegebt. Ooit houden ook vier meter hoge ballonhondjes op met imponeren. Ik hoop dat het binnenkort razend spectaculair, shockerend en opzienbarend wordt om weer iets prachtigs te schilderen. Zoals Abend über Potsdam, van Lotte Laserstein. Of Schieles portret van Eduard Kosmack. Als dat dan niet meer shockerend is, dan heb je altijd nog iets moois. Iets wat je honderd jaar na dato met liefde en trots op Facebook kunt posten.

Rosanne Hertzberger is microbioloog