Liefde is... identiteit

Toef Jaeger grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Wat is tragischer dan een tragisch vrouwenleven? Drie tragische vrouwenlevens. In Moeders van de stilte (1) vertelt de Belgische psychologe Birsen Taspinar drie verhalen van migranten die het moeilijk hebben om in België te aarden. Melodrama ligt op de loer als je de verhalen samenvat: de huwelijksmigrant die te maken krijgt met een heel andere moraal dan waarmee ze is opgegroeid; de migrant die ernstig ziek wordt waardoor haar leven overhoop wordt gegooid en de vrouw die man en kinderen verloor bij een brand.

Taspinar schreef het boek met de bedoeling om inzicht te geven in deelverhalen die horen bij migratie, beweert ze, maar ze doet erg weinig moeite dat melodrama op afstand te houden: de stijl is behoorlijk zwaar aangezet, vol suggestief drama („de toekomst was een ongetemd paard dat op hol was geslagen en waar je niet op kon rekenen”) en enigszins clichématige wendingen („Duw-trek, dus-trek. De eeuwige dans der seksen.”) Voor de liefhebber van tragische vrouwenlevens dus.

Die liefhebber komt ook aan zijn trekken met Een leegte om te onthouden (2), de tweede roman van Alexander Maksik, over een Liberiaanse vrouw op een Grieks eiland die spaart voor een opleiding in Amerika. Ook hier ligt melodrama op de loer, want hoofdpersoon Jacqueline is niet louter een ambitieuze immigrant; ze draagt een gruwelijk verleden met zich mee met een vader die voor dictator Charles Taylor heeft gewerkt.

Maksik blijft aan de goede kant van de streep, al schuwt ook hij het effect niet: we krijgen alleen het perspectief van Jacqueline, haar pogingen om waardig te leven – ze houdt zich in leven met afval van toeristen, en geeft voetmassages tegen betaling – en om in het reine te komen met haar verleden, in ‘gesprekken’ met haar (afwezige) moeder. Dat het niet goed afloopt, ligt voor de hand en dat wordt erg breed uitgemeten, desondanks blijf je betrokken doorlezen.

Het overbruggen van verschillende culturen is wat journalist Robbert van Lanschot beoogt met mooie reportageverhalen in Breng me naar de Florida! (3). Het gaat hier niet om de Amerikaanse staat, maar om een nachtclub in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Hier en elders in Oost-Afrika ervaart, hoort en ziet Van Lanschot dat liefde niet universeel is. Liefde is een identiteit, die sommigen afleggen om alles achter te laten voor die ene man of vrouw. Maar je kunt je identiteit er ook aan ontlenen – zoals de Zweed die uniek wil zijn met zijn verzoek om onbesneden meisjes die hun schaamlippen ter consumptie willen afstaan. Of blanke mannen die graag slaaf willen zijn in een – dat dan weer wel – luxekamer in het Hilton.

Herman van Praag (4) zoekt de identiteit dichterbij in zijn boek Het verstand te boven. Hoewel, dichtbij, hij zoekt identiteit buiten ons brein, namelijk in de geest. Waren we alleen ons brein (die gedachte „schiet raak, maar mist de roos”) dan was er geen vrije wil en zouden we robots zijn. Verbeelding, geest en vernuft koppelt hij aan verstand tegenover religie. Hadden de liefdeszoekers en slachtoffers van de onvrije wil in Kenia dit boek maar gelezen dan wisten ze dat „identiteitsgevoel een mens twee overlevingsattributen verschaft. Aan de ene kant het besef een geestelijk tehuis te hebben, aan de andere kant het zelfvertrouwen dit huis te verlaten en de wereld zonder angst tegemoet te treden”. Van Praag betoogt dat handelen gebonden is aan keuzes uit het verleden (hij koppelt dit o.a. aan de staat Israël) en opvattingen tijdgebonden zijn.

Een opvatting waar de medewerkers aan Geschiedenis is overal (5) het onmogelijk mee oneens kunnen zijn. Ook hier is de leidraad verwondering, maar dan niet over de eigen geest maar om wat je om je heen ziet. En dan stuit je vanzelf op mooie verhalen over een reus van 236 cm en 230 kilo die in een Rotterdams ziekenhuis wordt opgenomen in 1958; over hoe onze identiteit gevormd wordt door een spelletje als Electro!, maar meer nog door de verwerking en herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Hoe anders dat is in Spanje waar de Burgeroorlog als herinnering een open wond is in plaats van een bindende factor, al is het maar voor 2 minuten per jaar. En hoe Zuid-Afrika met het verleden in het reine trachtte te komen door verzoening in plaats van bestraffing. „Het is niet overdreven om te stellen dat de westerse excuuscultuur de tegenhanger is van de niet-westerse waarheidscommissies.” En daarmee zijn we weer terug bij af: liefde en verzoening zijn niet universeel, maar gebonden aan een plek – plaatsen van herinnering en identiteit .