Let op: zonder winkels verloederen stadscentra

Grijpen we niet in, dan loopt de leegstand in winkelstraten verder op, waarschuwt Jeroen Bleijs.

Veghel heeft een steegje, dat leidt naar het centrum van de stad, verlicht met sprookjesachtige led lampjes en mysterieuze geluiden. Het lichtgordijn moet voorbijgangers naar het centrum lokken. De gemeente hoopt zo de op de loer liggende leegstand voor te zijn. Het is natuurlijk allemaal goed bedoeld, net als de vele pop-up stores, de tijdelijke winkels die een winkelgebied weer moeten vlottrekken. Maar kunnen zulke initiatieven de dreigende winkelleegstand voorkomen?

De cijfers liegen er niet om. De afgelopen twee jaar steeg de leegstand met 20 procent. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving bedraagt ze op dit moment 8 procent. Voor 2020 lopen de verwachtingen voor de gemiddelde leegstand sterk uiteen: van 14,5 procent (ABN/AMRO) tot zelfs 17 procent (Booz & company/Financieel Dagblad). Dit zou een verdubbeling van de leegstand betekenen voor de komende 7 jaar.

Grote winkeldozen zoals we die kennen uit Frankrijk, zijn Nederland bespaard gebleven. Daarmee heeft Nederland de winkels voor de historische steden weten te behouden. Dat is uniek.

Ook bijzonder zijn de vele steden van relatief beperkte omvang, die ook nog eens dicht bij elkaar liggen. Dat zijn, dankzij de Gouden Eeuw, ook nog eens hele mooie steden: Gouda bijvoorbeeld, of Zutphen en Culemborg. In de afgelopen jaren hebben die mooie stadskernen het maximale aantal winkels opgenomen. Daardoor telt Nederland het meeste winkeloppervlakte per hoofd van de bevolking van Europa.

De economische crisis heeft deze groei gestopt. Maar er zijn meer oorzaken aan te wijzen die een drastisch effect hebben op onze binnenstedelijke winkelgebieden. Ten eerste kopen we vaker online. Daardoor zullen onder meer kleding-, elektronica- en woonwinkels verdwijnen. Ten tweede worden winkels groter. Vaak passen die grote winkels niet in de kleine winkelpanden in de oude historische stad. Bovendien kun je er vaak niet voor de deur parkeren. Ten derde bedreigen de opkomende pick-up points de binnenstad. Hier worden online gekochte spullen in de auto geladen. Deze ‘punten’ moeten niet alleen goed bereikbaar zijn, ze trekken ook meer detailhandel aan.

Waarom zou je dan nog helemaal naar de binnenstad gaan?

In reactie hierop poetsen gemeenten hun winkelimago op. Kijk maar naar Veghel. Ook wordt vaak het succes genoemd van de Haarlemmerstraat in Amsterdam. In NRC Handelsblad stond het artikel ‘Ineens zit de loop erin’ (25 sept.) waarin werden de successen beschreven van opkomende winkelstraten in Rotterdam en Amsterdam. Zo’n titel suggereert dat deplorabele winkelstraten zo weer zijn op te peppen – koren op de molen van bestuurders van gemeenten.

Maar de realiteit blijkt weerbarstiger.

Nu al gaan Nederlandse steden met elkaar concurreren. Winkelketens moeten kiezen. De toon is gezet door de Bijenkorf, die onlangs aankondigde zich terug te trekken in de meest attractieve steden van Nederland. Het is het lot van de minder attractieve steden. Omdat we zo ontzettend veel winkelkernen hebben, zullen alleen de aantrekkelijkste overleven. De rest verdwijnt of krimpt sterk.

Dat besef leeft bij veel gemeenten niet of nauwelijks. Maar binnensteden waar niet op tijd wordt ingegrepen, komen in een neerwaartse spiraal terecht. De verloedering slaat toe. Winkelketens trekken weg. Lange lege winkelstraten zijn het gevolg.

Dat beïnvloedt niet alleen het functioneren van het winkelgebied zelf, maar heeft ook gevolgen voor de leefbaarheid en de veiligheid van de hele binnenstad of stadswijk. Daarmee is de problematiek anders dan die van de leegstand van kantoren. Kantoren staan veelal in geïsoleerde gebieden aan de rand van de stad, terwijl winkelgebieden het hart van onze steden en wijken zijn.

Leegstand is dus niet alleen het probleem van ondernemers en pandeigenaren. Het is het probleem van de stad. De noodzaak om deze winkelgebieden te transformeren, kan daarom niet alleen aan de markt worden overgelaten. Daarvoor is het proces te complex en zijn de risico’s te groot. Een integrale aanpak is nodig om te komen tot een herwaardering van het winkelgebied.

Welke nieuwe functies zouden winkelpanden kunnen krijgen? Dat hangt sterk af van de locatie. Een winkelstraat kan een woonstraat kunnen worden. Of een een ‘bedrijfsverzamelstraat’: kleine ondernemingen die zich graag in de stad nestelen in plaats van op een anoniem bedrijventerrein. Maar wil zo’n ommezwaai slagen, dan moet ze wel worden gecoördineerd. De overgebleven winkels moeten namelijk wel bij elkaar terecht komen om ze goed te laten functioneren. Dit geldt ook voor de nieuwe bedrijfjes of nieuwe bewoners.

De aanpak van winkelgebieden vergt naast sturing ook een forse investering. En ja, die is echt nodig. Want de maatschappelijke kosten van een verloederd stadscentrum zullen vele malen hoger zijn.