Lekker gek

Psychologie

Ellen de Bruin Introverte mensen kunnen zich extravert gedragen. Daarna voelen ze zich beter. Waarom springen ze niet wat vaker uit de band?

Terwijl gewone mensen deze weken het ene feestje na het andere etentje aflopen, houden psychologen zich onvermoeibaar bezig met de manier waarop die mensen zich daar gedragen. Vrolijk, meestal. Uitbundig, sociaal, praterig. Zelfs mensen die zichzelf introvert vinden, kunnen loskomen als ze gezellige vrienden om zich heen hebben. En daar genieten die introverte mensen erg van. Mensen die zeggen dat ze niet van groepen houden, graag alleen zijn, stilte fijn vinden; ook die mensen worden vrolijk en voelen zich goed, als ze zich extravert gedragen.

Dus is de grote vraag: waar komt die vrolijkheid vandaan – en waarom springen introverte mensen niet vaker sociaal uit de band? Het korte antwoord is: ze kunnen het wel, maar ze willen het niet. Waarop je meteen weer kunt vragen: maar waaróm dan niet?

Dit is interessant, schrijft de Australische psycholoog Luke Smillie deze maand in het wetenschappelijke tijdschrift Social and Personality Psychology Compass. Echt waar, lijkt hij naar collega’s te roepen die het maar een triviale zaak vinden. Mij hoeft hij niet te overtuigen: ik vind het razend interessant. De kwestie lijkt ook iets prikkelend normatiefs te hebben, in de trant van: waarom eten die introverte mensen hun groente niet? Maar dat is Smillies bedoeling niet. Hij weet best dat hij dan de stille woede over zich afroept van Susan Cain en aanhang – Cain publiceerde vorig jaar het succesvolle boek Quiet. The power of introverts in a world that can’t stop talking. Ik stel me Smillie trouwens graag voor als een stille, introverte wetenschapper die, terwijl iedereen aan het feesten is, op zijn werkkamer zit te zwoegen op de vraag: waarom ben ik nou niet meegegaan? Wáárom?

Eerst even een stapje terug: het is om te beginnen interessant dat introverte mensen zich extravert kúnnen gedragen, als hun dat gevraagd wordt in onderzoek. Niet van echt te onderscheiden. En daarna voelen ze zich nog beter ook. Waardoor? Niet doordat uitbundig, sociaal gedrag nou eenmaal lekker is, zegt Smillie. Ten eerste is dat een cirkelredenering, en ten tweede definieer je introverte mensen als mensen die dat niet lekker zeggen te vinden.

Een collega van Smillie opperde dat introverten zich na een sociale uitspatting beter voelen uit opluchting dat die voorbij is, dat ze hun stille hoekje weer in mogen. Maar in onderzoek zien introverte mensen er vrolijk uit terwijl ze zich sociaal gedragen en hebben ze er daarna geen last van. Andere optie: mensen vestigen met extravert gedrag positieve aandacht van anderen op zich. Extraversie is in onze westerse wereld de norm, zie Susan Cain; spontane types die nog een lantarenpaal zouden kunnen bevrienden, zijn populair. Maar voldoen aan sociale normen van anderen maakt niet meteen zó gelukkig. Nog een optie: mensen die zich extravert gedragen, bewegen daar meer bij. Maar: dat is niet genoeg beweging om vrolijk van te worden. Of roept een extraverte lichaamshouding vrolijkheid op?

Introverte mensen zelf weten het ook niet. Die vergeten steeds dat uitbundig sociaal gedrag hen vrolijk maakt. Het is een soort omgekeerde heroïne voor ze: daar verlangt een verslaafde intens naar, terwijl de beloning tegenvalt; hij heeft steeds meer nodig. De introvert verlangt er juist niet naar om uitgebreid te babbelen met anderen, maar voelt zich heerlijk als hij dat doet.

Het is een ware ontslaving.