Hoe korter, hoe beter

Het laatste dat tussen de schaatshelden en Sotsji in staat, is Janny Smegen. Als starter schiet zij de schaatsers weg tijdens het Olympisch kwalificatietoernooi.

Zoals de gelukszoekers op de boot naar Amerika eeuwenlang het Vrijheidsbeeld in de verte zagen staan als het beginpunt van een beter leven, zo kijken Nederlandse schaatsers naar Janny Smegen. Zij is de starter die hen naar de sporthemel Sotsji moet schieten. Zaterdag jaagt ze de vrouwen over 500 meter, maandag volgt de vijf kilometer. Die 500 meter is het hoogtepunt, de afstand waar iedere honderdste seconde telt, waardoor de kleinste trillingen een valse start opleveren en een loopbaan kunnen breken. Een starter groeit in de loop der jaren naar steeds grotere wedstrijden en naar steeds kortere afstanden.

Een jaar of twintig geleden pakte Smegen voor het eerst een starterspistool. Toen was dat nog vooral een ding voor oudere mannen. Twee jaar geleden schoot ze op het WK Sprint in Calgary Christine Nesbitt naar een wereldrecord op de 1000 meter. Inmiddels is ze dat record kwijt aan de man die Brittany Bowe vorige maand naar 1.12.58 schoot.

Zelf gaat Smegen niet naar Sotsji. Sinds vier jaar staat ze op de internationale A-lijst, de groep waaruit de vier Olympische starters worden gekozen. Anderen staan er al tientallen jaren op en gaan voor. Die anderen zijn trouwens allemaal man.

Tekst Arjen FortuinFoto Bastiaan Heus

    • Bastiaan Heus
    • Arjen Fortuin