Het wordt menens in de zorg

De verzakelijking baart financiële successen, maar ook overnamegevechten in de zorg. Verzekeraar of ziekenhuis: wie het grootst is, heeft de meeste macht.

Het gebeurde vrijwel geruisloos, maar het was wel een wondertje. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) presenteerde, als eerste bewindspersoon in meer dan tien jaar, meevallers op haar begroting. De zorguitgaven zijn traditioneel hoger dan verwacht. Onder het bewind van Schippers lijkt daar een eind aan gekomen. Lijkt, want voordat de samenleving werkelijk zicht heeft op de zorguitgaven in 2013 zijn we wel een paar jaar verder. Dat verklaart waarom kosten in de zorg zo moeilijk te beheersen zijn.

Maar toch is het aannemelijk dat er een trendbreuk is gerealiseerd. Belangrijkste argument: Schippers heeft op landelijk niveau weer budgettering ingevoerd, net als vroeger. De minister is met zorgverzekeraars, ziekenhuizen en artsen een plafond overeengekomen. In 2012 en 2013 werden uitgaven gemaximeerd op 2,5 procent groei, exclusief inflatie. Voor komend jaar is die afspraak aangescherpt tot 1,5 procent. Als de groei hoger uitvalt heeft de zorgsector een probleem, niet de minister.

Deze anti-liberale maatregelen vallen goed – zelfs binnen de VVD. De introductie van meer marktwerking bleek misschien wel tot lagere prijzen te leiden, maar die financiële meevaller werd weggevaagd door de extra productie. Er zit geen natuurlijke rem op medische behandelingen. Het kan altijd beter en meer.

Aantal ontslagen neemt rap toe

Tegelijkertijd belooft 2014 financieel gezien een mooi jaar te worden voor de plaatsen waar marktwerking wel vrij is. De concurrentie tussen zorgverzekeraars is hevig, er wordt voornamelijk op prijs geconcurreerd. Kritiek op miljardenwinsten bij de verzekeraars verstomt nu de koopkracht van burgers komend jaar vooral stijgt door de lagere zorgpremies bij de verplichte basispolis van de ziektekostenverzekering.

Maar deze successen zijn allemaal financieel. Waar wordt de kostenbeteugeling gevoeld? Wat betekent dit voor de kwaliteit van de zorg? Vraag aan een ziekenhuisdirecteur wat zijn recente ervaringen zijn in de onderhandelingen met zorgverzekeraars en het leed komt boven. Verzekeraars zijn assertiever geworden bij de inkoop, precies zoals politici beoogden. Weg gezapige sfeer. De toekomst van een ziekenhuis wordt aan de onderhandelingstafel bepaald. Veel perifere ziekenhuizen moeten van de verzekeraars krimpen. Het aantal ontslagen in de zorg neemt rap toe.

De grootste Nederlandse groeisector maakt even pas op de plaats. Ziekenhuizen, laat staan fysiotherapeuten, logopedisten en andere artsen ervaren de eisen van verzekeraars als een dictaat. Kleine praktijken stapten vergeefs naar de rechter.

Verzekeraars zijn veel groter dan ziekenhuizen. Vanwege het machtsspel willen ziekenhuizen zelf ook weer groter worden – wie onmisbaar is heeft macht. Als een ziekenhuis, zoals de grote instellingen in Zeeland en Friesland, onmisbaar is, moet de verzekeraar wel een toontje lager zingen. Verzekeraars hebben wettelijk de plicht om voor hun verzekerden zorg in de nabijheid te garanderen. In 2014 zal net als de laatste jaren daarom weer een reeks ziekenhuisfusies worden aangekondigd.

Het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis toonde ook de schaduwkant van een zakelijker benadering van de zorg. Het ziekenhuis werd inzet van een hoogoplopend conflict tussen aandeelhouders en een daaruit voortvloeiend overnamegevecht met diverse interventies van de rechter.

Tegelijkertijd kunnen ziekenhuizen de komende jaren niet meer wegkomen met hun gebrek aan transparantie. De samenleving zal meer openheid eisen over tarieven en zorgprestaties, zeker als de burger een groter deel zelf moet betalen. In 2014 gaat het eigen risico naar 360 euro en zullen patiënten vaker merken dat zij met hun prijsvechterspolis moeten bijbetalen voor niet gedekte zorg.