Het waren onthullende zelfportretten

Na veertig jaar stopt de krant met het Hollands Dagboek. De eer is aan Max van Rooy, bedenker van de rubriek, om het laatste dagboek te schrijven. „Eerlijk gezegd heb ik het gestolen.”

Foto Roger Cremers

Woensdag 18 december

Om kwart voor drie is het zover: de als bij toverslag verschijnende, lage middagzon zet de grote woonruimte in lichterlaaie. Twee kobaltblauwe glazen vazen, gevuld met hulsttakken, geven met hun felblauwe schijnsels aan de verder bijna oogverblindend witte ruimte een theatraal karakter. Een schitterend beeld, dat mij langdurig tot niets anders dan tot kijken verleidt.

Na 30 jaar in Het Rusland in Amsterdam te hebben gewoond, woon ik nu met mijn vrouw Anita en onze jongenstweeling Casper en Sebastiaan (8) in dit appartement in de Amsterdamse Plantagebuurt.

Vanmorgen heeft een koerier van het Centraal Boekhuis honderd exemplaren gebracht van mijn in september vorig jaar verschenen boek Leve het been. Opgewekt zei de koerier: „Nou, mijnheer Van Rooy, veel succes met uw boek. Als ik het tegenkom ga ik het beslist lezen. Een prettige dag verder.”

Hij wist niet dat het (bescheiden) succes met mijn boek juist achter de rug was. Voordat het kennelijk onverkoopbare restant in de ramsj zou belanden, had uitgeverij Prometheus mij aangeboden een partij te kopen voor tien procent van de laatste verkoopprijs. Die prijs was een tientje. Te laat bedacht ik dat de blijmoedige koerier het eerste van de honderd teruggekochte boeken cadeau had moeten krijgen. Want daarvoor zijn ze bestemd, om weg te geven.

Donderdag

Gisteravond hebben we de jaarlijkse kerstmusical van de school van Casper en Sebastiaan gevierd in de Mozes en Aaronkerk. De feestelijke tophit van het schooljaar waarbij alle 250 schoolkinderen meespelen en zingen. In de laatste jaren was nooit een touw vast te knopen aan het musicalverhaal, maar dit jaar valt de draad in Danny en het mysterie van de verdwenen kerstbomen zowaar te volgen.

Het optreden van de kinderen ontroert mij altijd. Maar sinds de amputatie van mijn rechterbeen wegens een agressieve tumor, twee jaar geleden, lijk ik aan verhoogde sentimentele geraaktheid te lijden. Ongelogen, bijna de gehele voorstelling werd mijn blik vertroebeld door vochtige ogen. Nu zal het ouder worden de larmes faciles ook wel een kontje geven.

Onder de ouders die hebben geholpen bij de verwezenlijking van de kerstmusical schuilen professionals als Thomas van Luyn (liedteksten) en Henny Vrienten (muziek). Aan de laatste heeft Anita op het schoolplein weleens bekend dat zij als 13-jarige fan, door de warmte, door de drukte, maar, onder ons gezegd, vooral door woede, verdriet en teleurstelling is flauwgevallen bij een concert van Doe Maar in Den Bosch. Zij was idolaat van Henny Vrienten en Ernst Jansz en dacht dat zij het enige meisje was. Tot zij in de Brabanthallen duizenden andere smachtende meisjes zag. Dat kon kleine Anna niet aan. Zij ging onderuit en heeft thuisgekomen onmiddellijk al haar platen van Doe Maar in de vuilnisbak gesmeten. Haar eerste blauwtje. 22 Jaar later is het tussen mij en haar beter afgelopen.

Vrijdag

Groter contrast tussen de kerstmusical in de Mozes en Aaronkerk en het kaarslichtconcert (1.000 echte kaarsen) dat ik gisteravond met huisvriend Hans bezocht in de Portugese Synagoge, is bijna niet denkbaar.

Alleen al de gebouwen, hemelsbreed buurgebouwen. De neo-classicistische Mozes en Aaronkerk uit de eerste helft van de negentiende eeuw met het barokkerige kitsch-interieur en daarnaast het weerbarstige, sobere synagogegebouw uit de zeventiende eeuw. Licht tegenover zwaar. En warm tegenover koud, letterlijk.

De fenomenale flamencogitarist Eric Vaarzon Morel speelde onder meer twee stukken die hij dit jaar ook tijdens de dodenherdenking in de Hollandsche Schouwburg speelde: Sefardiem en Petenera. Dat joodse muziek hem inspireerde, kan niemand ontgaan maar de melancholie blijft lichtvoetig, wordt nooit lamentabel. Met zijn duizelingwekkende virtuositeit ontstaat al improviserend een muzikaal weefsel als ragfijn kantwerk. Altviolist Oene van Geel won afgelopen maart de VPRO/Boy Edgarprijs, de belangrijkste Nederlandse prijs op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek. Ook al zo’n duivelskunstenaar. Samen zijn de twee onverslaanbaar. De avond eindigt in een warm café.

Zaterdag

’s Middags komt Anita thuis met de mededeling dat zij ‘iets nobels’ heeft gedaan: twee tasjes met paracetamol, onderbroeken en shampoo gebracht naar een kleine opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Het gevolg van een oproep op Facebook. Aanvankelijk wilde zij twee asielzoekers bij ons thuis uitnodigen voor een behoorlijke maaltijd. Via Facebook benaderde zij een vrouw om dit te bespreken. De vrouw begreep het niet, dacht dat wij de asielzoekers bij ons thuis onder de douche wilden zetten. Had ook gekund.

Enfin, de mooie kerstgedachte resulteerde uiteindelijk in twee tasjes. Het centrum ontving Anita met blijdschap. Zij kreeg twee klerenkasten van beveiligers mee naar boven, naar de vertrekken waar de asielzoekers huizen. Voor paracetamol, onderbroeken en shampoo waren zij dankbaar. Een van hen, een man, informeerde nog wel of de shampoo voor mannen, of voor vrouwen was.

Zondag

Schoon schip aan het eind van het jaar, daar streef ik naar. Voor duidelijkheid over mijn invalide-parkeervergunning moet ik mailen met mevrouw Stompé. De douchestoel die ik in bruikleen heb en terug wil geven, wordt opgehaald door de firma Beenhakker, die ook mijn rolstoel leverde. Namen die mij vrolijk maken.

Maandag

Vandaag gaat mijn prothesebeen terug naar het revalidatiecentrum. Twee jaar lang heeft het ongebruikt, in een soort golftas in mijn klerenkast gestaan. Door de hoge amputatie rest een korte stomp waardoor de bovenkant van het kunstbeen tot in mijn lies reikt. Dat knelt, vooral als je zit.

Mijn kunstbeen gaat nu vermoedelijk naar Ghana in het kader van een samenwerkingsproject. Casper en Sebastiaan vinden het jammer. Zij hadden met het been plannen voor hun verjaardagsfeestje. Vooral de meisjes die nooit eerder bij ons thuis kwamen, wilden zij met het fopbeen verrassen.

Dinsdag & woensdag

Op Kerstavond Stephanie (28) en Guus (31) te eten. Grappenderwijs vertelt Anita dat zij op hun woorden moeten passen omdat ik deze week het ‘Hollands Dagboek’ schrijf. Desgevraagd leg ik uit wat het is en dat ik het laatste Dagboek mag schrijven omdat ik in 1973 deze wekelijkse rubriek voor de krant heb bedacht. Eerlijk gezegd heb ik het gestolen uit de Engelse Sunday Times of The Observer.

Waarom, vraagt Stephanie. Omdat het onthullende zelfportretten oplevert van de meest uiteenlopende figuren uit onze samenleving. De namedropper, de borstklopper, de stille kracht, de rijkaard, de kampioen, de uitslover, de aristocraat, de bevlogene, de schreeuwlelijk, de kosmopoliet, de getalenteerde, vul maar in.

Zelfportretten zoals nu in overrompelende mate in de social media worden getekend, stellen we gezamenlijk vast. En heffen het glas op mijn lief Dagboek dat het toch mooi 40 jaar heeft uitgehouden.