Gaan culturen steeds meer op elkaar lijken?

De wereld wordt kleiner, het mondiale verkeer van mensen en ideeën intensiever. Maar de globalisering maakt culturen niet eenvormiger.

Foto’s EPA/Bloomberg/AFP

Globalisering maakt de wereld kleiner. En volgens een wijd verbreid idee worden culturen er eenvormiger door. Maar dat laatste klopt niet, zegt de Indiër Arjun Appadurai. Hij is de eerste antropoloog die zich heeft verdiept in de culturele dimensie van globalisering. Afgelopen november kreeg hij ter gelegenheid van de honderdste dies van de Erasmus Universiteit een eredoctoraat. Culturele globalisering – lees: verwestersing – lokt allerlei lokale reacties uit, zei Appadurai in een gesprek en marge van de feestelijkheden. „Westerse invloeden worden niet passief ondergaan”, onderstreept de Indiase antropoloog, die sinds de jaren tachtig in de Verenigde Staten woont en tegenwoordig hoogleraar is aan New York University. Globalisering kan ook leiden tot heftige culturele reflexen.

Als voorbeeld noemt Appadurai zijn geboortestad, Bombay, waar hij opgroeide in een brahmaanse Tamil-familie. Het was lang de meest kosmopolitische stad van India. Een knooppunt van internationale handel en geldverkeer, een schakel tussen Oost en West. Een stad van minderheden ook: Gujarati, Tamils, Farsi en Arabieren; hindoes en moslims. Maar in de jaren negentig, toen India werd meegezogen in de maalstroom van globalisering, zorgde dat in Bombay juist voor een terugslag. De miljoenenstad werd een bolwerk van de uiterst rechtse hindoepartij Shiva Sena. Die herdoopte hem in Mumbai en ontketende een gewelddadige etnische zuivering tegen Noord-Indiërs, Tamils en moslims.

Appadurai beschrijft dit proces in zijn nieuwste boek, het eerder dit jaar verschenen The future as a cultural fact. Doordat India zich in de jaren negentig opende naar de wereldmarkt, riep dat de vraag op ‘wat is er bijzonder aan ons’? Hindoechauvinisme is opgeleefd door de zorgen die Indiërs hebben over hun positie in een grotere wereld.

Jeans en fastfood

Toegegeven, zegt Appadurai, de invloed van het Westen op de rest van de wereld is groot. Culturele globalisering verloopt via migratie en (elektronische) media, grensoverschrijdende stromen van mensen en ideeën. En het is waar dat migranten meestal naar het Westen trekken, en dat westers cultuurgoed de wijde wereld in gaat. Het Engels heeft de slag om de positie van wereldtaal ruimschoots gewonnen. Andere in het oog springende manifestaties van culturele mondialisering zijn moderne stedelijke architectuur, kleding (jeans), drank (whisky, wijn en cola), fastfood (McDonald’s), populaire muziek, tv-series en films.

Maar ook al is de aantrekkingskracht van het Westen groot, dat wil niet zeggen dat het ‘Oosten’ en het ‘Zuiden’ alles lijdzaam ondergaan, en zelf geen invloed hebben. Het kan ook zo zijn dat niet-westerse cultuuruitingen (films, muziek) hier aanslaan. Appadurai: „Kijk eens naar de populariteit van de Aziatische beeldcultuur: van manga, de Japanse versie van het stripverhaal, tot dansfilms uit Bollywood en kung fu-producties uit Hongkong. Van die laatste twee genres wordt beweerd dat ze vooral in de smaak vallen bij de Indiase en Chinese diaspora in het Westen. Dat is gedeeltelijk waar, maar door deze cultuuruitingen mee te nemen zorgen migranten voor een tegenbeweging in de wereldwijde culturele hoofdstroom.”

De Aziatische film laat ook sporen na in het mainstream-amusement van Broadway, Hollywood en West End, vult Appadurai aan. Producers ontlenen aan Bollywood genretypische elementen: de dans, de megaproductiebenadering, de manier van een verhaal vertellen, de muziek. „Voor zijn Kill Bill-cyclus gebruikte regisseur Quentin Tarantino zowel elementen uit Aziatische vechtfilms als uit de Japanse manga.”

Er zijn meer tegenstromen. ‘Wereldmuziek’, vooral Afrikaanse, verovert een niche van de wereldmarkt. Nog populairder zijn Latijns-Amerikaanse soaps, de telenovelas uit Mexico, Colombia en Venezuela. Ook leren we steeds vaker Arabisch en Chinees, vanwege het toegenomen economische gewicht van deze niet-westerse landen.

Een andere reden waarom globalisering niet leidt tot culturele homogenisering, is dat ‘verwestersing’ vaak alleen overname is van de vorm, en niet van de inhoud. De sociologen Giselinde Kuipers en Jaap Kooijman hebben laten zien dat de Amerikaanse cultuur in Europa geen dwingende invloed van buitenaf is, die mensen passief ondergaan (Sociologie 2-3/2008). Europeanen eigenen zich Amerikaanse cultuurelementen actief, maar selectief toe, en maken er iets van waarin ze zich herkennen. Iets dergelijks deed de Europese elite in de 17de eeuw met tabak uit Amerika, die daar een rituele en medicinale functie had en hier veranderde in een algemeen gebruikt genotmiddel.

Een vergelijkbare toe-eigening voltrekt zich nu met westerse cultuurelementen in de niet-westerse wereld. Een muzikaal voorbeeld. De Nigerese Toeareg-muzikant Omara Moctar – zijn artiestennaam is Bombino – speelt op zijn elektrische gitaar autochtone melodieën. Dat die goed in het westerse gehoor liggen, komt niet door de teksten – dat zijn verhalen in het voor westerlingen onbegrijpelijke Tamashek – maar door het westerse bluesschema dat hij gebruikt: een mineurtoonladder met een verlaagde blue note. Moctar liet zich onder meer inspireren door Jimi Hendrix.

‘Evangelie van voorspoed’

Blootstelling aan de wereldmarkt, via migratie en handelsverkeer, kan in de niet-westerse wereld tot onverwachte culturele reflexen leiden. Zoals in Bombay gebeurde, met het oprukken van de rechtse hindoepartij Shiva Sena.

In Afrika nemen die reflexen een andere vorm aan. Dat de grote buitenwereld tegenwoordig binnen bereik is, maakt geen einde aan het hekserijgeloof, maar vergroot in veler ogen juist de actieradius van deze duistere praktijken. In Afrika vreest men kwaadaardige invloeden vanouds niet van buitenaf, maar uit de familiekring. Heksen belagen verwanten, uit jaloezie. Tegenwoordig zouden heksen gebruik maken van mobiele telefoons en vliegtuigen om hun verwanten overzee te houden aan hun plichten jegens het thuisfront. De antropoloog Peter Geschiere haalt in zijn nieuwe boek Witchcraft, Intimacy and Trust zijn vakgenoot Galia Sabar aan, die schreef over de angst van Ghanese migranten in Tel Aviv voor hekserij door de familie thuis. Iemand vertelde haar: „De heksen zijn nu in Israël; de joodse rabbi’s beschermen ons niet langer. Zij komen van thuis, onze familie in Ghana stuurt hen.”

De Ghanezen waren aanhangers van de Pinksterbeweging, die in Afrika een onstuimige groei doormaakt. Dat succes is deels te danken aan haar ‘evangelie van voorspoed’: ware gelovigen hoeven niet te wachten op het hiernamaals; zij kunnen rijk worden in deze wereld. Maar de Pinksterbeweging belooft ook een breuk met hekserij en de familie, legt Geschiere uit.

Oude vormen en gedachten herleven ook in Mongolië. De Mongoolse antropologe Manduhai Buyandelger publiceerde dit jaar het boek Tragic Spirits. Daarin beschrijft ze hoe Boerjaten, nomaden van haar geboorteland die door de ineenstorting van de socialistische staat gemarginaliseerd raakten, hun toevlucht zoeken bij het oude, lang onderdrukte sjamanisme. Economische shocktherapie – liberalisering van de handel en privatisering van staatsbedrijven – bracht verarming, vooral in de plattelandsstreken waar ‘Tragic Spirits’ zich afspeelt. Buyandelger volgde Boerjaten op hun trektochten en hoorde dat zij hun tegenspoed toeschrijven aan verwaarlozing van de voorouders onder het socialisme. Zij proberen nu de geesten van de ouden te verzoenen en de geschiedenis van hun volk te reconstrueren met lang verboden sjamanistische rituelen.

Gedragscodes

Cultuur is meer dan ritueel, beeldtaal en toonladders. Het hart van een cultuur bestaat uit gedragscodes: omgangsvormen, denkbeelden over goed en kwaad, ideeën over de juiste inrichting van de samenleving. De hedendaagse westerse formule voor dit pakket normen is ‘democratie en mensenrechten’.

Sinds de jaren zeventig is het aantal democratieën in de wereld spectaculair toegenomen, maar rond 2000, een hoogtepunt in de globalisering, stokte deze groei. Rusland deed stappen terug en dat had invloed op zijn buren in de Kaukasus en Centraal-Azië. China heeft de laatste tijd de politieke hervormingen van de jaren negentig teruggedraaid, in weerwil van aanhoudende economische groei.

We zien steeds meer hindernissen voor verspreiding van westerse normen, zoals vrouwenrechten, vrijheid van meningsuiting, vrije toegang tot informatie. China blokkeert informatiestromen. Poetin beroept zich op het recht om af te wijken van het Westen waar het gaat om homorechten. Zijn dit achterhoedegevechten of is dit de voorhoede van een tegenbeweging?

Antropoloog Arjun Appadurai zegt hierover: „Ik ben van mening dat de natiestaat nog maar één reden van bestaan heeft. En dat is de rol van curator van een cultureel verschil, die zich politiek laat gelden met culturele argumenten. Iedereen moet immers meespelen op de wereldmarkt; dat gevecht ligt achter ons. Zelfs wetgeving en rechtspraak internationaliseren. De ruimte die is overgebleven voor de natiestaat is duiding van wat het betekent Chinees te zijn, Russisch te zijn. Veiligstellen van identiteit, daar gaat het nu om.”

In Europa leven sterke sentimenten tegen immigratie. In het Midden-Oosten is islamisme in opkomst. En in Azië zien we Han-exclusivisme en hindoechauvinisme. Roept globalisering zulke reacties op? Appadurai: „Ik denk dat volledige openheid voor mensen en ideeën niet acceptabel is, omdat functioneren op een planetair niveau ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Er is altijd een tendens om je eigen waarden dichterbij te zoeken. In die zin produceert globalisering steeds het lokale.

„Of dit lokale altijd anderen moet uitsluiten, is de vraag. Er zijn beschaafdere vormen mogelijk. Je kunt zeggen: we houden van het mondiale, toch willen we ook leven in gemeenschappen die hun eigen zaakjes regelen, maar zonder dat iemand in een minderheidspositie wordt gedwongen. Om het lokale in een gezonde vorm te gieten, zonder uitsluiting, dat is het werk van de politiek.”

    • Dirk Vlasblom