Failliet gaan kan ook een zonnige kant hebben

Dit jaar maakten meer ondernemers een doorstart dan er failliet gingen. Jobs Brussee is één van hen. „Aan een eskimo verkoop ik nog een ijskast”

Jobs Brussee: „Op een drol moet je niet kauwen.” foto ROGER CREMERS

Waar het mis ging? Dat is wat iedereen wil weten. Maar het beste antwoord kwam misschien wel van zijn dochter van 21. Die zei: „Pap, als je niet kunt delegeren en je bent je beste verkoper, dan kun je nooit groter groeien dan jezelf.”

Toch had Jobs Brussee (50) tot dit voorjaar achttien man in vaste dienst in zijn twee elektronicazaken in Rijnsburg en Oegstgeest. Toen zijn klanten wegbleven, werd het steeds moeilijker om zijn mensen uit te betalen. Hij ging failliet maar maakte binnen een maand een doorstart. Over wat hij kwijt is denkt hij liever niet te veel na. Hij moet door. „Gewoon knallen” en bovendien: „Op een drol moet je niet kauwen. Die moet je doorslikken”. Brussee heeft veel ondernemerswijsheden paraat om zichzelf op de been te houden.

Hij poneert ze zittend tussen losse onderdelen en kapotte apparatuur in de kelder van zijn winkel in Rijnsburg. Achter hem aan de muur hangen foto’s van zijn gezin in betere tijden. Brussee verloor op zijn huis na alles wat hij bezat. Ruim vijf ton zat er in zijn zaak. Weg. Naar de schuldeisers. De bank voorop.

Maar de winkel is weer open. Met dank aan vijf vermogende klanten die hem het geld verschaften om zijn zaak terug te kopen. Van de achttien man personeel, hield hij alleen een monteur. Zijn zoon staat nu in de winkel, zijn vrouw helpt met de boekhouding. Verder doet hij alles zelf. „Dat deed ik eigenlijk altijd al.” Hij lacht. „Alleen die hoge vaste kosten ben ik kwijt”.

De zaak van Brussee is een van de bijna 23.000 bedrijven die in 2013 een doorstart maakten. Dat is ruim drie keer het aantal faillissementen. Bedrijven die uitstel van betaling aanvragen tellen mee in de cijfers. Sommigen gaan daarna alsnog failliet. Of veel doorstarters het volhouden in afgeslankte vorm betwijfelt data-analist Ivo de Jong van de Kamer van Koophandel. „Het aantal midden- en kleinbedrijven blijft dalen dus zo succesvol zijn de meesten niet.”

Brussee is vastberaden er alles aan te doen om zijn herkansing wel te laten slagen. Hij heeft geen keus. „Als ik geen doorstart had gemaakt had ik mijn huis moeten verkopen.” Hij liet zich, jaren terug alweer, adviseren over een voordelige belastingconstructie. Via zijn bedrijf leende hij zichzelf een ton. Met een faillissement hield hij geen rekening. Tot de curator op de stoep stond. „Die wilde dat geld terug”.

„Achteraf was het stom”, zegt hij nu. Hij moest er zijn boot, een aanlegsteiger en een aantal auto’s voor verkopen. Zelfs een deel van het geld dat zijn vrouw erfde ging naar de schuldeisers. In het dorp zeiden ze dat hij er ruim van geleefd had. Dat kan hij niet ontkennen maar toch stak het. Want dát was niet de reden dat hij failliet ging.

Brussee wijst op de veranderingen in de economie. Andere grote elektronicaketens in de sector gingen hem voor. „En niet de minste.” It’s bijvoorbeeld, of Block. Wat je vaak hoort gebeurde hem ook, mensen die naar zijn zaak kwamen voor advies om later via internet een goedkoper model aan te schaffen. Tegen die concurrentie kon hij, met zoveel vast personeel in dienst, niet op.

En zijn faillissement ? Dat bleek „een blessing in disguise”. Brussee ziet de dingen graag van de zonnige kant. „Volgens mijn vrouw verkoop ik nog een ijskast aan een eskimo.” Lacht weer. Hij is flexibeler en kan zich nu meer focussen. Op zijn vermogende klanten bovenal. Strijkijzers en wasmachines doet hij niet meer. Alleen nog het duurdere segment. Bang & Olufsen. Én maatwerk, zoals de privébioscoop in een Gooise villa waar hij net nog „30.000 euro aan handel wegzette”.

De zaken gaan weer goed, zegt hij. Daarom heeft hij zijn monteur en een zzp’er na zes maanden „keihard werken” getrakteerd op een weekendje skiën in Oostenrijk. In een geleende Mercedes van een vriend. Dat wel. Want een personenauto heeft hij niet meer. En schuldenvrij is hij evenmin. Dus blijft Brussee het de komende jaren rustig aan doen. Niet meer dan 2.000 euro gunt hij zichzelf nu maandelijks. Voor de crisis was dat drie keer zo veel. Maar toen zat zijn vrouw „altijd alleen thuis”. Nu helpt het hele gezin mee. „We zijn meer naar elkaar toe gegroeid. Dat is het mooie er aan.”

    • Ariane Kleijwegt