Een economische dageraad – en hopelijk geen valse

Nee, de economische crisis ging niet over in 2013. Voor het hele jaar stevent de Nederlandse economie af op een krimp van een vol procent. De werkloosheid liep op, het vertrouwen zakte in en de tegenvallende economie noopte het kabinet tot nog eens 6 miljard euro aan bezuinigingen. Dat is, vijf jaar nadat het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman de financiële crisis inluidde en vier jaar nadat in Griekenland de eurocrisis begon, teleurstellend.

Zoals bij een slepende, onbegrepen ziekte breidde het aantal diagnoses en voorgestelde kuren zich gaandeweg uit. 1. Niet bezuinigen maar juist stimuleren, want hier is sprake van een spaarwoede van de private sector waar de overheid tegenwicht aan moet bieden. 2. Wél bezuinigen om het vertrouwen op langere termijn aan te wakkeren, want vertrouwensherstel kan alleen plaatsvinden als de burger weet dat er geen toekomstige rekeningen komen. 3. Dit is een balansrecessie, die alleen kan worden opgelost door een radicale sanering van de bankensector. 4. We zitten in een periode van ‘seculiere stagnatie’ waarbij alleen een buitengewoon agressief monetair beleid helpt. 5. Deflatie, het hardnekkig dalen van de prijzen, is het grootste gevaar. 6. Het is inflatie die door te soepel monetair beleid ons straks alsnog overvalt. 7. Spaarzin tegenover helikoptergeld in een westerse economie die geteisterd wordt door de opkomst van het Verre Oosten. 8. Die economie is verslaafd geraakt aan zeepbellen op de financiële markten of de vastgoedsector.

De verwarring is groter dan beleidsmakers doen geloven. Welke receptuur uiteindelijk de beste is, zal pas over vele jaren blijken.

Van internationale coördinatie is dan ook weinig sprake: veel van de diagnoses en oplossingen worden in meer of mindere mate in de verschillende landen in de praktijk gebracht. Nederland bevindt zich in wat het meest conservatieve blok mag worden genoemd: de eurozone. De beleidsvrijheid wordt hier ingeperkt door de arrangementen en overtuigingen die het zelf, in een niet zo ver verleden, heeft helpen optuigen. En door de beperkte slagkracht die de zeventien eurolanden in gezamenlijkheid kunnen opbrengen. Het komende jaar brengt, vijf jaar nadat de Amerikanen de banksector opruimden, een bankenunie die hopelijk leidt tot het verleppen van de achterdocht bij banken en het opbloeien van de kredietverlening. Maar meer dan doorgaan op de ingeslagen weg van begrotingssanering, onbesproken gedrag (doen wat Duitsland doet) en hopen op een opleving elders doet het kabinet niet. Wellicht kan het ook moeilijk anders. Het keurslijf van de eurozone en van de financiële markten is strak.

2014 moet het jaar worden waarin dit beleid, hoe beperkt ook,vruchten af moet werpen. De voortekenen zijn niet slecht. De economische groei in het derde kwartaal was 0,2 procent ten opzichte van het tweede. Dat klinkt mager, maar het is wel – met uitzondering van een eenmalige opleving in het tweede kwartaal van 2012 – het eerste positieve cijfer in bijna drie jaar. Het consumentenvertrouwen steeg afgelopen maand naar het hoogste – of beter gezegd: minst lage – peil in 2,5 jaar. Het vertrouwen van ondernemers is al weer vrijwel positief. En de internationaal relevante index van inkoopmanagers voor Nederland staat inmiddels op het hoogste niveau sinds begin 2011. De uitzendbranche, een vroege melder van de economische activiteit, is positief gestemd. En de jongste cijfers over de werkloosheid geven aan dat het percentage is gedaald van 8,5 procent naar 8,2 procent – al verhult dat aannemelijk een nog steeds slechte onderliggende trend.

Is dit de langverwachte dageraad? Er is al een valse geweest in 2010, waarna de recessie even hard terugkeerde. 2014 wordt ook het jaar waarin de bevolking veel oudere bezuinigingsmaatregelen pas gaat voelen. Daar tegenover staat een merkbaar rooskleuriger stemming – ook in de voor ons relevante andere landen. De voorspelde economische groei voor volgend jaar varieert tussen de 0,5 en 1 procent. Geen vetpot, maar wellicht het fundament voor het zelfvertrouwen dat nodig is voor een duurzaam herstel.

Nee, 2013 is het niet geworden. Maar misschien dat over een jaar geconcludeerd kan worden dat de crisis over is. Al is het dan aarzelend en bescheiden. Na vijf jaar in de woestijn is weinig aanleiding nodig om er verheugd over te zijn.