De wrok van Botwinnik

Toen Anatoli Karpov twaalf jaar was, werd hij toegelaten tot het legendarische schaakklasje van Michail Botwinnik, die, nadat hij een aantal partijen van Karpov had gezien, tegen een assistent zei: „Die jongen heeft niet het flauwste benul van het schaakspel en voor hem is er in dit beroep geen enkele toekomst.”

Door vergeetachtigheid ging ik denken dat die uitspraak door een fantast verzonnen was, maar nee, Karpov schrijft het zelf in zijn boek Karpov over Karpov , uit 1991. Hij schrijft daarin ook dat Botwinnik, die zich volgens hem als God gedroeg, de leerlingen de stuipen op het lijf joeg door te vertellen dat hij bezig was met een schaakcomputerprogramma dat iedereen zou verslaan.

Jongens, er zullen voor jullie nog best baantjes in de schakerij zijn als hulpkrachten bij het programmeren van mijn computer, zei Botwinnik geruststellend. Karpov besefte dat Botwinnik, nu hij geen wereldkampioen meer was, een zielloze schaakmoordenaar wilde ontwikkelen die hem zou wreken door al zijn opvolgers te verslaan.

Ik las die dingen weer eens omdat Karpov en Jan Timman, beiden 62 jaar, op het ogenblik een korte match, van vier partijen, spelen in het Groninger Museum. De eerste partij was donderdag (het werd remise) en de laatste is deze zondag. De match wordt gepresenteerd als een afsluiting van het Russisch-Nederlandse Vriendschapsjaar. Oei, oei, als dat maar goed gaat.

Maar in ernst. In mijn database staan 103 eerdere partijen tussen Karpov en Timman. Nooit was er een incident en dat zal ook nu niet gebeuren. Hun eerste twee partijen waren ook in Groningen, bij het Europese jeugdkampioenschap van 1967/1968, dat door Karpov werd gewonnen. In de voorronde maakten ze remise en in de finale won Karpov.

In de volgende jaren speelden ze een aantal remises, Karpov won nog een keer en in 1978 won Timman voor het eerst. Dat was een mooie partij.

Jan Timman – Anatoli Karpov, Bugojno 1978

1. c4 e6 2. Pc3 d5 3. d4 Le7 4. cxd5 exd5 5. Lf4 Pf6 6. e3 0-0 7. Dc2 c6 8. Ld3 Te8 9. Pf3 Pbd7 10. 0-0-0 Pf8 11. h3 Le6 12. Kb1 Tc8 13. Pg5 b5 14. Le5 h6 15. Pxe6 Pxe6 16. g4 Pd7 17. h4 Zwart heeft de opening wat nonchalant gespeeld en met dit pionoffer begint wit een gevaarlijke aanval. Timman schreef later: „Terwijl Karpov zo lang zat te denken, begon mijn hart sneller te kloppen en mijn zelfvertrouwen te groeien.” 17…b4 18. Pe2 Lxh4 19. f4 c5 Hij offert een kwaliteit om wits aanval te temperen. 20. La6 Le7 21. Lxc8 Dxc8 22. Pg3 f6 23. Txh6 Dit torenoffer kan niet worden aangenomen, want na 23…gxh6 24. Dg6+ heeft wit een mataanval. 23…Pef8 Er blijven twee witte stukken instaan. 24. Th3 c4 Een betere kans was meteen 24…fxe5, al heeft wit groot voordeel. 25. Pf5 fxe5 26. fxe5 Dc6 27. Tdh1 Pg6

Zie diagram boven

28. Pd6 Dit is goed genoeg, maar er waren veel snellere manieren om te winnen. Timman zelf geeft 28. Pxg7 of 28. Th7 en de computer vindt het elegante 28. Th8+ Pxh8 29. Pxe7+ Txe7 30. Dh7+ nog sterker. 28…Pdf8 29. Pxe8 Dxe8 30. Th5 Dc6 31. Df5 a5 32. e6 Het is tijd om af te wikkelen naar een gewonnen eindspel. 32…Dxe6 33. Dxd5 a4 34. Tc1 c3 35. bxc3 bxc3 36. Txc3 Dxd5 37. Txd5 Pe6 38. Kc2 Kf7 39. Ta5 Pg5 40. Tc6 Pe4 41. Txa4 Pf6 42. Ta7 Pd5 43. Txg6 Kxg6 44. e4 Pb4+ 45. Kb3 Lf8 46. Tb7 Zwart gaf op.

    • Hans Ree