De beste voornemens houd je voor jezelf

Goede voornemens hebben niets meer te maken met de innerlijke wil tot verandering, maar alles met de wens om gezien te worden en dat werkt niet,

constateert Yaël Vinckx.

Sommigen steken op oudejaarsnacht, middernacht, een papiertje in brand. Daarop hebben ze alle zaken geschreven die zich niet mogen herhalen in het komende jaar. Anderen steken op oudejaarsavond, middernacht, een kleine heteluchtballon aan. Daaraan hebben ze een kaartje gehangen met alle zaken die wel goed moeten gaan in het komende jaar.

Het binnengaan van een nieuw jaar is omgeven met rituelen. Er zijn onontkoombare rituelen, zoals oliebollen, champagne en vuurwerk – je krijgt die dag altijd wel ergens zo’n bal of glas in je hand geduwd. Er zijn gewenste rituelen die je uitvoert met familie, vrienden of alleen – mijn vriendin gooit ieder jaar zo’n ‘what-not-to’ lijstje in het haardvuur. Zelfs degenen die niets van oud en nieuw willen weten, hebben hun ritueel. Die gaan om half twaalf in bed liggen, dekbed over het hoofd.

Maar hoewel de vorm verschillend is, is de inhoud vaak hetzelfde. Zo maken we bijna allemaal goede voornemens; vier op de vijf Nederlanders ging 2013 in met een goed voornemen, blijkt uit ING Economisch onderzoek, eind vorig jaar. We nemen ons ook bijna allemaal hetzelfde voor. Afvallen staat op nummer één, meer beweging op twee, stoppen met roken op drie. Ook hoge ogen scoren meer tijd voor het gezin, of voor mezelf natuurlijk. En in de recente crisisjaren doet zuinigheid het goed.

En dan zijn we ook bijna allemaal zwak in de knieën, want uit hetzelfde onderzoek van de ING blijkt dat 95 procent van de afvallers snel weer hetzelfde weegt als op 1 januari – of meer.

De desillusie is groot, evenals het gevoel van falen en onvermogen. Misschien daarom is er de laatste jaren zo veel aandacht voor Blue Monday. Die maandag in de laatste volle week van januari werd door de Britse psycholoog Cliff Arnall in 2005 uitgeroepen tot de ‘depressiefste dag van het jaar’. En al valt er op wetenschappelijk gebied van alles op ‘deprimaandag’ af te dingen, vast staat dat het een donkere dag is, waarop de lente eindeloos op zich laat wachten en goede voornemens aan gruzelementen op je bord of in de asbak liggen. Als je daar niet neerslachtig van wordt.

Er is iets aan te doen, zeggen deskundigen. Stel prioriteiten. Maak een stappenplan. En, nog belangrijker ontdekte ik na een middag talloze zelfhulpboekjes door te hebben gebladerd, schrijf je voornemens op. Met de hand, want dan neem je jezelf serieuzer dan wanneer je typt. (Ik zeg het maar na.) Onderteken ze, in het bijzijn van anderen en vraag hen gelijk om je er aan te houden. Schreeuw je voornemens vervolgens van de (virtuele) daken. Dan is de kans groter dat je goede voornemen uitkomt dan wanneer je deze voor jezelf houdt.

Maar na een middag bladeren doemt de vraag op: Waarom hebben we anderen nodig om ons aan onze goede voornemens te houden? Is het openheid? Of ijdelheid? Zijn wij zo zwak? Of kunnen we alleen goed doen als de goegemeente een schouderklopje uit deelt?

Het antwoord luidt ja. We willen goed doen en we willen het goed doen - vooral in de ogen van anderen. En bovenal willen we ervoor geprezen worden.

Dit alles heeft ook de jonge Amerikaan Alex Sheen begrepen. De voormalige manager richtte vorig jaar zijn project Because I said I would op, en werd dit jaar een hype. Het systeem is simpel. Sheen stuurt je tien memovelletjes met daarop de zin ‘because I said I would’. Jij vult op dat velletje een belofte in – aan jezelf of aan iemand anders. Die belofte hang je bijvoorbeeld aan je badkamerspiegel of geef je aan degene aan wie je de belofte hebt gedaan. Is de afspraak nagekomen, dan krijg je het papiertje terug met, als het meezit, een compliment van de gever. En dus, belangrijk! belangrijk! voel jij je goed.

Inmiddels hebben Sheen en de zijnen volgens eigen zeggen meer dan 150.000 kaartjes naar 48 landen gestuurd.

Sheen begon zijn Because I said I would nadat zijn vader overleed in september 2012, aan kanker. „Hij was een vader die zich aan zijn beloftes hield.” En dat is, zo ontdekte Sheen, een groot goed in een wereld waarin een belofte snel is gemaakt maar nauwelijks wordt nageleefd.

Dat klinkt kazig, en dat is het ook, maar ik kan niet ontkennen dat het project mij intrigeerde.

Sheens website staat vol met grote en kleine beloften. Een vierjarig meisje dat schrijft: „Ik beloof dat ik in mijn eigen kamer ga slapen”. Twee negenjarige jongens uit Texas, die schrijven: „Ik beloof dat ik nooit in de gevangenis zal belanden”. (Wat is dat voor land waar negenjarigen zich hier mee bezig houden?) Een jonge vrouw die jarenlang van pleeggezin naar pleeggezin trok: „Ik zal mijn verleden nooit laten bepalen wie ik ben”. Zomaar een man: „Ik zal nooit sms’en en facebooken terwijl ik auto rijd”.

En ja, er zijn ook gewoon mannen en vrouwen die beloven meer te sporten, minder te eten en nooit meer te roken.

Sommige mensen fotograferen hun beloftes en sturen die op naar Sheen. Die zet ze dan weer op zijn facebook (44.000 volgers). Zo wordt de druk verder opgevoerd.

En toch. Het is jammer dat het zo moet. Want een belofte wordt mooier, puurder ook, als hij niet publiek wordt gemaakt. Een uitgeschreeuwd voornemen heeft niets met de innerlijke wil tot verandering te maken, maar alles met de wens om gezien te worden, en met de hang naar bevestiging.

Helaas ben ik ook ontvankelijk voor druk van de buitenwereld. Daarom heb ik mijn goede voornemen – in 2014 wil ik graag een familieroman publiceren – al halverwege dit jaar gedeeld met de schamele 374 ‘vrienden’ op mijn facebook. Oh ijdelheid. Er moet ook vier kilo af. Maar dat voornemen houd ik, tegen alle adviezen van de zelfhulpgoeroes in, nog even voor mezelf. Overigens ook uit ijdelheid.

    • Yaël Vinckx