Dan ook geen open grenzen en vrije markt meer

De dreiging waarvoor de EU op dit moment staat is even dodelijk als die waarvoor de Habsburgse monarchie honderd jaar geleden stond, schrijft de Britse diplomaat en denker Robert Cooper . Maar voor een goede afloop is geen wonder nodig.

De Habsburgse monarchie duurde vijf eeuwen. Ze was stevig maar ook plooibaar en riep bij haar burgers oprechte genegenheid op. Toch verdween ze in een rookwolk. Zal de Europese Unie, onbemind door de mensen die ze dient en nog nauwelijks met een geschiedenis, er beter af komen?

Eerlijk gezegd verdween de Habsburgse monarchie in meer dan een rookwolk. De kogels uit de revolver van Gavrilo Princip doodden aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Sofia. Daarna volgden vier jaar van artilleriebeschietingen. Deze zaaiden dood en verderf in het oude Europa, brachten Rusland revolutie en tirannie en leidden in Duitsland tot een machtswisseling die gepaard ging met een mislukte revolutie, daarna inflatie en crisis en ten slotte een wereldoorlog en volkenmoord. Uit die as verrezen de Europese Unie en de NAVO. De EU heeft veel weg van die oude Habsburgse monarchie maar er moet eerst iets worden gezegd over de NAVO, die haar onmisbare bondgenoot was en is.

De NAVO en de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Europa hebben de Europese landen de verzekering gegeven dat de VS hen tegen de Sovjet-Unie zou verdedigen. Nog belangrijker was dat de NAVO van die verdediging ook een collectieve onderneming maakte. Anders had elk land zijn eigen voorziening tegen de Sovjetdreiging moeten treffen en hadden sommige zich gedwongen gevoeld massale legers te vormen en andere misschien voor bilaterale allianties gekozen. Ongeacht de uitkomst zou Europa weer in de oude mislukte spelletjes van het machtsevenwicht en de wapenwedloop zijn vervallen.

De NAVO vormde ook een prikkel om gratis op de Amerikaanse militaire slagkracht mee te liften. Daarop hebben de VS van meet af aan kritiek gehad, maar het is paradoxaal genoeg ook een hele prestatie dat de Europese landen hun defensie-uitgaven laag hebben weten te houden: hieruit blijkt dat de NAVO een gevoel van collectieve veiligheid heeft verschaft in de beste betekenis van het woord. Eeuwenlang was Europa verdeeld door veiligheidsvraagstukken die het ten slotte hebben verenigd. Hieruit is de Europese Unie ontstaan. En door ook buiten het veiligheidsterrein – en zonder de VS – een collectieve identiteit te scheppen, heeft de EU weer bijgedragen aan de duurzaamheid van de NAVO, doordat ze heeft laten zien dat de Amerikaanse aanwezigheid samenwerking kan bevorderen en niet tot overheersing hoeft te leiden.

Inmiddels heeft West-Europa een vorm aangenomen die op de Habsburgse monarchie lijkt. Net als de Habsburgse monarchie is de EU geen nationale staat, maar een complexe mengeling van landen, volken, gecentraliseerde bureaucratie en lokale autonomie. Beide zijn gegroeid door vrijwillige toetreding (indertijd het dynastieke huwelijk genaamd) in plaats van door verovering. Net als de Habsburgse monarchie wordt de EU deels verbonden door een grensoverschrijdende elite: in het Habsburgse geval het officierskorps en het ambtenarenapparaat; bij de EU een zakenelite en een ambtenarenkorps, nationaal en Europees.

De Habsburgse monarchie en de EU hebben allebei vooral onderdak geboden aan de kleine Europese landen die moeilijk alleen kunnen voortbestaan. In de negentiende eeuw moesten die landen vermijden aan de willekeur van de minder liberale Duitse en Russische rijken overgeleverd te zijn. In de twintigste eeuw bracht dat grotere kader zowel politieke als economische veiligheid. Zonder de rampspoed van de Eerste Wereldoorlog zou de Habsburgse monarchie zich op haar chaotische manier verder hebben ontwikkeld, door wie dat wilde meer autonomie te geven. Kleinere landen zou het van alles blijven bieden, zoals wegen, spoorwegen, wetten, politie , rechtbanken, parlementen, onderwijs en een gecentraliseerde bureaucratie . De Habsburgse monarchie bevrijdde zijn lijfeigenen zo’n twintig jaar eerder dan Rusland en Amerika en voerde begin twintigste eeuw het algemeen kiesrecht voor mannen in. Dat was allemaal nuttig en droeg in menig deel van het rijk bij tot de modernisering, maar de volken van Midden-Europa hadden dit op een dag ook van Duitsland en misschien zelfs van Rusland kunnen krijgen. Uniek was dat de Habsburgers kleine nationaliteiten in staat stelden om voort te bestaan, hun cultuur en een zekere mate van autonomie te behouden, en zelfs tot bloei te komen. De geboden veiligheid was politiek, maar ze werd ondersteund – want dit was wel de negentiende eeuw – door een legermacht.

Nog een merkwaardige gelijkenis met de Europese Unie is dat de monarchie een macht was zonder een naam, of liever gezegd een macht met verschillende namen die geen van alle helemaal juist waren: het Habsburgse Rijk? Het Oostenrijks-Hongaarse Rijk? De Habsburgse monarchie? Ze drukken geen van alle precies het karakter uit. Evenals de Europese Unie was het Habsburgse Rijk een ingewikkeld geheel dat in geen enkele geschikte categorie paste. Voor het huidige Europa zijn Gemeenschappelijke Markt en Europese Economische Gemeenschap te weinig en is Europese Unie te veel: de EU is geen unie in de zin waarin de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk dit zijn. De naam ‘verenigd’ is een ambitie, maar wat voor zin heeft een ambitie als niemand weet waar die op neerkomt?

Er zijn wel twee belangrijke verschillen. Ten eerste is de EU , in tegenstelling tot de Habsburgse monarchie, geen staat. De Habsburgse monarchie was een soevereine mogendheid met een vorst die kon worden afgebeeld op bankbiljetten en op prenten die te vinden waren in de nederige hutten van boeren in de verre uithoeken van het rijk. En het rijk had een leger. Toen de crisis kwam, had de monarchie de leiding. De EU is geen staat – ondanks vlag en volkslied. Immers, in de huidige eurocrisis is de macht snel teruggekeerd naar de lidstaten. Zo zou het overigens ook gaan in een veiligheidscrisis. Doordat de monarchie een staat was, waren haar onderdelen landen met een beperkte autonomie. Doordat de EU geen staat is, bestaat ze uit staten: soeverein, gelijkwaardig en haar uiteindelijk de baas.

Het tweede belangrijke verschil tussen de EU en de Habsburgse monarchie zit in de manier waarop ze kleine landen helpen voortbestaan dankzij schaalvoordelen. In de vijf eeuwen van de Habsburgse monarchie bood zij vooral veiligheid tegen bedreigingen van buiten – eerst tegen het Ottomaanse Rijk, later tegen nationale staten. Nu is veiligheid niet langer het grote probleem – met dank aan de NAVO en het einde van de Koude Oorlog. In plaats daarvan is welvaart het zichtbaarste schaalvoordeel van de EU, dankzij een Europa zonder grenzen.

Het onzichtbare voordeel is de veiligheid van goede politieke betrekkingen. Deze komen voort uit de gezamenlijke onderneming om wetten voor Europa te maken. De praktijk van die samenwerking is misschien vervelend en tijdrovend, maar ze leidt wel tot betrekkingen met buurlanden zoals geen enkel land die ooit heeft gehad. De EU heeft met zo veel succes een omgeving geschapen waarin kleine landen een aangenaam bestaan kunnen leiden, dat de verleiding voor Vlaanderen, Schotland, Catalonië en anderen om de luxe van een eigen land te smaken groter wordt.

Dit kan geen verrassing zijn, omdat kleine landen vertrouwelijker en samenhangender zijn dan grote landen, en dichter bij de burger staan. Maar de vraag is of ze het systeem als geheel belasten doordat ze eensgezinde besluitvorming bemoeilijken. Bij de EU is de ervaring dat er meer problemen van grote landen dan van kleine komen. Grote landen zijn maar om twee redenen wenselijk: de veiligheid van een groot leger en de welvaart van een grote markt. De Habsburgse monarchie bood die veiligheid en liet tegelijkertijd verscheidene nationaliteiten bloeien. De EU biedt de welvaart en stelt kleine landen in staat te bloeien en een stem te hebben in de regelgeving waarmee ze wordt bestuurd.

De Habsburgse monarchie werd eerst bedreigd door de val van het Ottomaanse Rijk. Daardoor kwam ze fysiek te dicht bij Rusland en werd ze politiek te afhankelijk van Duitsland. Lang voor de Eerste Wereldoorlog verloor ze al gaandeweg haar multi-nationale karakter (af te lezen aan het gebruik van het Duits als de officiële taal van het rijk). Daarna ging ze ten onder aan de oorlog zelf en aan haar onvermogen haar bevolking fysieke bescherming en haar landen politieke bescherming te bieden.

Vervolgens kregen deze landen zelfbeschikking van de zegevierende nationale staten. Dit bleek een giftig geschenk, want door hun machtige buren en de eigen zwakke politieke cultuur hadden ze niets te vertellen. Dat ze toch hun vrijheid herwonnen en de democratie in de Europese Unie hebben hersteld, strekt niet alleen hen, maar ook de EU en de NAVO tot eer.

Anders dan in de wereld van begin vorige eeuw is de geopolitieke omgeving in het huidige Europa goedaardig. Het Midden-Oosten en het Middellandse-Zeegebied zijn woelig, maar niet erger dan normaal, de Koude Oorlog is voorbij en Rusland wil voornamelijk geld verdienen – een vreedzame bezigheid. Zelfs de Balkan boekt aarzelend vooruitgang. Niemand denkt aan oorlog.

Maar de dreiging waarvoor de EU op dit moment staat, is even dodelijk als die waarvoor de Habsburgse monarchie honderd jaar geleden stond. De onbeheerste groei van legers en vloten aan het begin van de twintigste eeuw, toen maar weinigen de consequenties van de nieuwe militaire technologie inzagen, is ingeruild voor onbeheerste financiële wereldmarkten met instrumenten die maar weinigen begrijpen. En de crisis treft de EU in het hart. Brengt de EU geen welvaart meer, maar leidt ze in plaats daarvan tot verarming, dan zal ook zij ineen storten. Omdat de EU anders dan de Habsburgse monarchie geen staat is, maar een gemeenschap van staten, stort niet het centrum in, maar begint het verval aan de rand. Gaat zij ooit ten onder, dan gebeurt dit eerder piepend en krakend dan met een klap. Deze vis gaat rotten aan de staart. Niet aan de kop.

De klap komt niet in Brussel maar in de straten van Athene, Rome of Madrid. Misschien zien we de eerste tekenen al. En als de klap komt, bezwijken daarmee ook de open grenzen, de interne markt, de praktijk van welwillende betrekkingen met anderen, de samenwerking op vele terreinen. Terwijl de kern er een is van goede politieke betrekkingen, die ons meer dan 55 jaar vrede en een gevoel van saamhorigheid hebben gebracht.

Aan het begin van The Struggle for Mastery in Europe, die geweldige beschrijving van de diplomatie die tot de Eerste Wereldoorlog leidde, schreef A.J.P. Taylor: „In de toestand van de natuur die Hobbes zich voorstelde, was geweld de enige wet en was het leven ‘akelig, wreed en kort’. In deze toestand van de natuur hebben mensen nooit geleefd, maar de grote mogendheden van Europa altijd wel.”

Vreemd genoeg liet Taylor de eerste twee bijvoeglijke naamwoorden van Hobbes weg. In het origineel staat: „en was het leven van de mens eenzaam, arm, akelig, wreed en kort”. Hobbes schrijft over het leven van de mens buiten de samenleving. Maar de analogie van Taylor met staten werkt nog krachtiger als we die twee adjectieven er wel bij zetten: staten worden arm en gevaarlijk door hun eenzame karakter. Staten zijn, net als mensen, beter af in een gemeenschap. Onze grootste verworvenheid is dat de grote mogendheden van Europa niet meer leven volgens de regels die Hobbes verwoordt (of het gebrek daaraan). Verliest Europa dit, dan verliest ze opnieuw alles wat met de Habsburgse monarchie verloren ging.

De inzet van het Euro-spel is hoog: de monetaire unie was bestemd om welvaart te brengen (en de band met Duitsland te versterken!). Als armoede en politieke instabiliteit de uitkomst zijn, dan zal de EU het lot van de Habsburgse monarchie delen. Dit is niet onafwendbaar. Anders dan bij oorlog zijn er geen winnaars als de financiële markten instorten . Falen wij, dan komt dit door fouten in onze economie, vergissingen van onze politiek of door collectieve domheid. Voor een goede afloop is geen wonder nodig. De enige vereisten zijn een open discussie, een open geest en de bereidheid om te luisteren en te leren. Een helder verstand en menselijke solidariteit – meer hebben we niet nodig, plus een zeker inzicht in alles wat we te verliezen hebben.