Criminaliteit daalt, maar niemand die het wil horen

Nederland wordt veiliger, maar de Nederlanders willen dat maar niet geloven. Wat Nederlanders denken over misdaad en wat wetenschappers er over schrijven.

Tekst Tom Vennink, illustraties Martien ter Veen

De overheid heeft een nieuw boek uit. Een pil van 708 pagina’s. Het heet Criminaliteit en Rechtshandhaving en is al toe is aan zijn elfde editie. Volgens minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) is het „een onmisbare bron voor het te voeren justitiële beleid”. En dat is het. Want er staat in hoe veilig Nederland is, hoe goed de politie haar werk doet en of we misdadigers wel achter de tralies zetten.

Maar er is iets geks aan de hand met dit boek. Of misschien moeten we zeggen: er is iets geks aan de hand met ons.

Hoewel het boek al toe is aan zijn elfde editie, en hoewel het geschreven is door drie auteurs met autoriteit (het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, en de Raad voor de Rechtspraak), trekken wij, de burgers, ons niets aan van hun geploeter. We blijven stug geloven dat het de verkeerde kant op gaat met veiligheid in Nederland, dat ‘het misdaadprobleem’ groter wordt. Dat ons strafklimaat soft is en dat we als de wiedeweerga strenger moeten gaan straffen.

Maar zijn onze rechters echt softies? En wordt Nederland wel onveiliger?

De cijfers spreken het tegen, al jaren. Ook andere aannames over de politie en het strafrecht stroken niet met wat onderzoeksinstituten er jaarlijks over schrijven. Het nieuwe boek leest wat taai, maar in houd heeft het wel. Tijd om vier misdaadmythes naast de feiten te leggen.

Misdaadmythe 1: Nederland is steeds onveiliger

De meerderheid van de bevolking, 64 procent, heeft het idee dat de misdaad de laatste jaren toeneemt. En dat vindt de meerderheid al jaren blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau dat deze maand verscheen. Ja, zeggen zeven op de tien Nederlanders, „misdaad is een echt probleem aan het worden”.

Zijn die zorgen terecht?

Niet volgens het aantal aangiftes en meldingen dat de politie binnenkrijgt over misdrijven. Dat zijn er steeds minder. In het nieuwe boek van de overheid staat dat er in Nederland al jarenlang sprake is van een criminaliteitsdaling. Sinds 2005 liep het aantal geregistreerde misdrijven terug met 15 procent. Dan hebben we het over misdrijven die de politie rapporteerde. Maar ook de niet-gerapporteerde misdaad tuimelt omlaag volgens slachtofferenquêtes onder burgers: slachtofferschap van criminaliteit daalde met een kwart. Er zijn minder fietsendiefstallen, autodiefstallen, berovingen, bedreigingen, mishandelingen, drugsmisdrijven, brandstichtingen, en veel minder vernielingen. Wel waren er meer woninginbraken, winkeldiefstallen en vuurwapenmisdrijven. Maar over het algemeen is er minder criminaliteit in Nederland. Dus nee, ons land wordt niet onveiliger, het tegendeel is waar.

Misdaadmythe 2: Nederland is soft met straffen

Driekwart van de bevolking vindt dat het strafklimaat in Nederland mild is, becijferde het Sociaal Cultureel Planbureau in 2012. Strenger straffen is het credo. Maar vergeleken met andere landen zijn onze straffen niet laag, integendeel. Het criminaliteitsboek van de overheid: „Nederland kent in vergelijking met andere West- en Noord-Europese landen een streng strafklimaat.”

Een manier om dat te meten is door in verschillende landen het aantal gevangenen te delen door het aantal veroordeelden. Wat blijkt? De kans op een gevangenisstraf in Nederland is hoog. Sterker, het aantal gevangen per veroordeelde is hier niet alleen hoog, het verschil met andere Noord- en West-Europese landen wordt sinds 1994 alleen maar groter. Nederlandse rechters zijn geen watjes. Ze straffen juist zwaar, en doen dat vergeleken met landen om ons heen steeds strenger.

Burgers zien eigenlijk ook wel in dat het strafrecht hier niet zo soft is, als ze er dieper over nadenken tenminste. Wordt ons gevraagd of het strafklimaat hier te mild is dan knikken de meesten instemmend, maar dat beeld verandert als we zelf een oordeel moeten vellen in een rechtszaak. Hoe meer informatie we krijgen over een strafzaak, hoe eerder we kiezen voor een taakstraf in plaats van een gevangenisstraf. Burgers kiezen niet voor strengere straffen dan rechters, blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum in 2011. Conclusie: burgers pleiten wel voor strengere straffen, maar komen daar op terug zodra ze daadwerkelijk in de schoenen van een rechter staan. Want onze straffen zijn zo laag nog niet.

Misdaadmythe 3: De politie is matig in het oplossen van criminaliteit

Ons korps van 63.000 politieagenten heldert misdrijven op. Hoe goed is de politie daarin? We hebben er niet veel vertrouwen in, maar ook niet weinig. Het CBS peilde dat we de politie als crimefighter een vijf geven, op een schaal van nul tot tien. Een ‘matig’.

Niet alle criminaliteit belandt op het bord van de politie. Burgers rapporteerden in 2012 8,3 miljoen incidenten, maar gaven er slechts 1,1 miljoen door aan de politie. Van de acht incidenten vinden burgers er zeven niet belangrijk genoeg. Of ze verwachten dat de politie ze toch niet oplost. Van de 1,1 miljoen zaken die ze wel meldden, loste de politie er 270.000 op – minder dan een kwart. Het ophelderingspercentage ligt nu op 23,7 procent. In 2005 was dat nog 25,2 procent.

Hebben we hier te maken met een slechter presterend politiekorps? Dat is wel erg kort door de bocht. De daling wordt voor een groot deel veroorzaakt door een terugval in het aantal opgeloste verkeersmisdrijven, en die is verklaarbaar: er rijden minder mensen onder invloed (makkelijk op te helderen) terwijl het aantal mensen dat doorrijdt na een ongeval ongeveer gelijk blijft (lastig op te helderen).

Nog wat nuance: de pakkans verschilt nogal per misdrijf. Bedreig je iemand met een vuurwapen, dan is de kans groter dan 80 procent dat de politie erachter komt dat jij dat was. Maar bij diefstal van een autoradio is die kans kleiner: 3 procent kans dat de politie je pakt.

Dat we niet veel vertrouwen hebben in de politie als crimefighter is dus verklaarbaar. Maar als je minder dan een op de vier misdaden oplost, is dat dan een matig waard?

Misdaadmythe 4: is een zaak opgelost, dan krijgt de verdachte straf

Heeft de politie een verdachte te pakken, dan stuurt ze die steeds minder vaak door naar het Openbaar Ministerie. Gebeurt dat wel, dan betekent dat niet dat er dan ook een straf uitrolt. Van de 218.000 zaken die in 2012 bij het OM belandden, leidde dat in een op de drie zaken niet tot een sanctie. Een groot deel wordt niet eens behandeld omdat het bewijs niet geleverd is, de zaak verjaard is, of verdachte te ziek is.

Mensen rapporteerden vorig jaar 8,3 miljoen incidenten. Uitgedeelde straffen: 121.700. Dat is 1,5 procent. Niet echt een afschrikkende statistiek voor iemand met kwade bedoelingen.

Even samenvatten. Nederland wordt veiliger, maar de crimefighters presteren slechter. Wat klopt hier niet?

In de eerste plaats is de veiligheidstoename de verdienste van de burger. „Preventie, daar doen we steeds meer aan, en dat is het effectiefste middel tegen misdaad”, zegt Ben Vollaard, onderzoeker en misdaadeconoom aan de Universiteit van Tilburg. Nu onze auto’s, deuren en ramen aan beveiligingsnormen moeten voldoen is inbreken moeilijker. Die maatregelen zorgden ook in andere Europese landen en in de VS voor minder misdaad.

Maar er zijn ook specifiek Nederlandse oorzaken voor de hogere veiligheid. Het aantal heroïneverslaafden nam de afgelopen jaren bijvoorbeeld sterk af. „En daar zitten nogal wat veelplegers onder”, volgens Vollaard. „In de jaren negentig zorgden ze voor veel diefstal in de grote steden. Maar nu zijn ze vergrijsd, overleden, of opgesloten, want dat doen we sinds 2002 langer.”

Goed nieuws dus, Nederland wordt veiliger! Maar waarom horen we daar nooit wat over? Het kabinet repte met geen woord over het nieuwe boek. Er ging niet eens een persbericht uit.

Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar veiligheid en burgerschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: „Het is riskant om als politicus te benadrukken dat het veiliger wordt. Criminelen en hun daden worden enorm uitvergroot. Denk aan een Volkert van der G. die vrij gaat komen. De minister zou de criminaliteitsdaling kunnen claimen, maar dat doet hij niet. Want dan wordt hij afgerekend op nieuwe incidenten.”

Electoraal populair maakt een politicus zich er niet mee, denkt ook criminoloog Marc Schuilenburg. Veiligheid verkoopt niet, onveiligheid wel, stelt hij. „Je kan pas stemmen winnen met dit thema als je zegt dat je stevig wil straffen en stevig wil doorpakken. Die boodschap is minder overtuigend als er minder misdaad is.”

De minister zegt dus dat hij ons veiligheid wil brengen, maar als het zover is zegt hij liever niets.

Volgens rechtsfilosoof Dorien Pessers heeft een politicus baat bij een burger die in onzekerheid verkeert. Pessers: „De verspreiding van angst blijkt een bij uitstek politiek instrument te zijn. Het kenmerkende van angst is namelijk dat het geen vast object heeft. Het object kan permanent verschuiven. Mensen zijn bang voor terreur en criminaliteit, maar ook voor armoede en werkloosheid, of voor dalende huisprijzen of dalende beurskoersen.” Een bange burger is gevoelig voor een politicus die beterschap belooft. Een politicus die de armoede omlaag gaat brengen, en de werkloosheid, en de criminaliteit. Ja, zo eentje willen we! „Politici die het register van de angst en onveiligheid bespelen, zijn mede daarom vaak zo succesvol”, aldus Pessers.

Voor de politiek valt er dus weinig voordeel te halen uit het boek. Maar hoe zit het met een krant of een radioprogramma? Aandacht van de pers kreeg het boek nauwelijks. Alleen het Algemeen Dagblad en De Telegraaf berichtten over het boek. Maar de kop luidde boven beide artikelen ‘Jaarlijks 1,14 miljoen misdrijven’, in plaats van ‘15 procent minder misdaad’. Andere landelijke kranten besteedden geen redactionele aandacht aan het onderwerp.

Waarom dat zo is, vragen de auteurs van het boek zich ook af. Het WODC houdt zich bezig met onderzoek naar de reden voor de desinteresse van de pers in dalende jeugdcriminaliteit. Krant, radio, tv – ze doen weinig met het thema. WODC-directeur Frans Leeuw heeft er wel een verklaring voor: „Een beetje goed nieuws doet het slechter dan een beetje slecht nieuws.”

Daar heeft Leeuw gelijk in. Negatief nieuws doet het beter dan positief nieuws, bevestigen mediaonderzoeken. Was gebleken dat de criminaliteit niet afneemt, maar juist groeit, dan hadden we het tijdens de lunch misschien wel over het boek van de overheid gehad.

Nu is het ook zo dat mensen een bericht over een veiliger Nederland minder goed onthouden dan een bericht over een onveiliger Nederland. „We zijn gevoeliger geworden voor onveiligheid”, zegt Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur. Beunders ziet daar twee oorzaken voor: het kabinet dat er op blijft hameren dat het veiliger moet in Nederland, en de toename van onzekerheid in het algemeen. „We zijn angstiger geworden. Economische crisis, meer echtscheidingen – de onzekerheid is groter”, aldus Beunders. Het bericht dat veiligheid is toegenomen „past daar niet in”. Zulk nieuws blijft niet hangen, we vergeten het.

Daarom nog een keer: het wordt veiliger in Nederland, echt.