Business uitrollen – dat is mijn manier van rouwen

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

(Boven) „Het restant van ons gezin: mijn zoon Mervyn en ik.” (Onder) „Onze dochter Anne-Birgit en mijn echtgenote Mary Anne: prachtige vrouwen!”

„We wisten al heel lang dat onze dochter Anne-Birgit niet oud zou worden. Dat is nu eenmaal de keiharde realiteit bij de diagnose cystic fibrosis, taaislijmziekte. De 21 jaar heeft ze gehaald. Ze heeft alles uit haar korte leven gehaald wat erin zat: ze was een krachtige en vrolijke meid, een dondersteen, bij tijd en wijle.

„Op een van haar laatste dagen, in het ziekenhuis, zei ze tegen mij: ‘Pap, ik wil dat je nu andere mensen gaat helpen’. Ik ben een zakenman, een consultant, een projectmanager. Na de dood van Anne-Birgit heb ik gezocht naar klussen in de gezondheidszorg. Maar dat was mijn wereld niet: te bureaucratisch, te traag.

„En ja, hoe gaat dat: de drukte van het alledaagse leven diende zich weer aan, ik kreeg een baan bij een ICT-bedrijf, ik werd lid van de gemeenteraad. Maar de wens van Anne-Birgit hield ik in m’n achterhoofd. Ik dacht: op een dag komt ’t er vast wel van. Je dochter iets beloven is één ding, het ook durven en het doen als ervaringsdeskundige is toch heel iets anders.

„Mijn vrouw Mary Anne overleed in januari 2011. Plotseling. Hartinfarct. ’s Ochtends zou ze nog gaan tennissen. Ik denk wel eens: ze is gestorven aan een gebroken hart; de dood van Anne-Birgit is ze nooit echt te boven gekomen.

„Ik zat in die tijd tegen m’n pensioen aan, ik was vaak in het buitenland, dus hup: aan de slag maar weer. Afgelopen januari ben ik gestopt: 65 jaar, klaar, mooi geweest. Toen opeens klopten mijn dochter en mijn vrouw keihard aan m’n deur: hallo, rouwverwerking, wij zijn er ook nog! Je kunt gerust zeggen dat ik dit voorjaar in een depressie heb gezeten. Ik voelde me als een kat die al z’n nagels had uitgezet en toch van een glazen helling afgleed. Ik dacht: wat overkomt me nu, d’r was zóveel verdriet dat in me loskwam.

„Mijn vrouw was mijn maatje, m’n soulmate. We hadden zoveel meegemaakt samen, we waren vergroeid met elkaar. Er komt vast wel weer eens een vrouw in mijn leven, maar die zal dan totaal anders moeten zijn dan Mary Anne, want zij is voor mij onvervangbaar – en die concurrentie valt voor niemand te winnen.

„Opeens drong het een half jaar geleden ten volle tot me door: mijn vrouw is hier niet meer, en onze dochter ook niet. Ik dacht eerst: verdriet neemt vanzelf af naarmate de tijd vordert. Nu denk ik het omgekeerde: gemis wordt groter naarmate ik langer zonder hen ben.

„Ik ben ervan overtuigd dat ik hen straks daar boven weer tegenkom. En liever vandaag nog dan gisteren. Dat voelde ik afgelopen zomer heel sterk. Maar ja, ik ben nu eenmaal híer. Wie ben ik om te beslissen wanneer ik klaar ben om dáárheen te gaan?

„Toen schoot me de opdracht van onze dochter weer te binnen: ‘Pap, ik wil dat je nu andere mensen gaat helpen’. Daar kon ik wat mee. Ik besefte dat ik niet alleen sta in m’n gemis. In Nederland gaan per jaar 135.000 mensen dood. De meesten laten een partner en/of kinderen na. Dat is een enorme markt, besefte de zakenman in mij. Het is mijn manier om na te denken over de vraag hoe ik mensen kan helpen.

„Businessplan maken, nieuwe organisatie van de grond trekken – dat is waar ik goed in ben. Rouwverwerking moet een product zijn waar grote vraag naar is. Dus visie schrijven, onderzoek doen naar rouwprocessen, productmarktcombinatie bepalen, kosten in kaart brengen, materiaal voor workshops uitwerken, prijs berekenen – daar kreeg ik weer energie van.

„Ik heb met allerlei mensen gepraat hoe ik mijn product in de markt kan zetten. Ik sprak een dominee die zei: ‘Mensen hebben een lossere band met de kerk, áls ze daarmee al een band hebben. Vroeger kon je als dominee of pastoor makkelijk contact houden met mensen die iemand verloren hadden. Nu vallen velen buiten ons blikveld’.

„Ik sprak een begrafenisondernemer die zei: ‘Wij organiseren eens per jaar een herdenkingsbijeenkomst voor nabestaanden. Dan merk je hoeveel rouw er bij velen nog te verwerken valt. Als uitvaartondernemer kunnen wij daar verder niet zoveel mee. We willen niet de indruk wekken dat we contact met mensen willen houden om geld aan hun rouw te verdienen’.

„Zelf hoef ik er ook niet rijk van te worden. Nee zeg, ik ben 66 jaar, ik heb een goed pensioen. Maar ik wil het wel professioneel aanpakken; anders blijft het amateuristisch en vrijblijvend.

„Ik heb een website laten maken, waarop mensen over hun verdriet kunnen schrijven. En ik heb meteen een Engelstalige versie gemaakt. Ik heb over de hele wereld gewerkt; uit al m'n internationale contacten weet ik maar al te goed dat rouwverwerking zich niet aan landsgrenzen houdt.

„Begin deze maand ben ik naar de notaris geweest om een stichting op te richten. Nu zoek ik bestuursleden. In het nieuwe jaar ga ik de business uitrollen.

„In mijn werk heb ik ervaring opgedaan met workshops geven. Ik heb nu een programma opgezet dat drie dagen kan duren. Maar laat ik beginnen met een sessie van een dag, met ruim de tijd voor de deelnemers om hun verhaal kwijt te kunnen, een test, een verhaal van mij over stress, samen eten en drinken – zo’n dag is zo voorbij. Ik ben bezig zaaltjes van hotels en zo te bekijken: ambiance, catering, kosten – het moet allemaal goed en betaalbaar zijn.

„De eerste workshop wil ik in februari of maart houden. De groep mag maximaal twaalf mensen tellen, het minimum is acht. In totaal wil ik honderd mensen in 2014 geholpen hebben. Dat is mijn target voor het eerste jaar.

„M’n uiteindelijke doel is niet dit werk zelf te doen. Ik zie mezelf als de olie in een nieuwe machine: ik wil een organisatie neerzetten die mensen helpt bij rouwverwerking, op een effectieve, professionele en betaalbare manier. Dat is de klus die ik hier nog te klaren heb. Dan heb ik straks daarboven iets moois te vertellen aan mijn vrouw en mijn dochter.”

Gijsbert van Es

Meer over het initiatief van Hans Fransen: zie www.jouwrouwverwerking.nl

    • Gijsbert van Es