‘Beauty is onze Nachtwacht’

340 kostuums zijn nodig voor het klassieke ballet The Sleeping Beauty dat Het Nationale Ballet tot Nieuwjaar speelt voor uitverkochte zalen. „Transpiratie is de vijand.”

Een balletrok uit The Sleeping Beauty. Foto olivier Middendorp

Voor Oliver Haller, sinds tien jaar hoofd van de kostuumafdeling van Het Nationale Ballet, is het de derde keer dat The Sleeping Beauty wordt hernomen, het beroemde Russische romantisch-klassieke ballet gebaseerd op het sprookje van Doornroosje. „De Jachtstoet is nog origineel”, zegt Haller zonder een spoor van triomfantelijkheid over de kostuums. „Al is dat zeer discutabel, want de stank van 32 jaar gaat er niet meer uit.” Achter hem zijn de zes coupeurs in het volgestouwde atelier bezig – alle kostuums moeten op maat van de dansers gemaakt en worden gepast, een ‘pas’ genoemd in de balletwereld. Haller vat hun werk samen: „Beauty. 398 passen, elk van 20 minuten aan en uit. Dit exclusief de 70 passen van de figuratie en exclusief de kinderen van de academie.”

De avondvullende productie The Sleeping Beauty bestaat uit 118 rollen, daarbij opgeteld de diverse kostuums per rol plus de verschillende casts. Sommige behoefden alleen nieuwe haakjes en wat verstelwerk, maar zeker de helft van de 340 kostuums van ontwerper Philip Prowse vergde verbouwing en enkele moesten geheel worden vernieuwd.

Jurgita Dronina, debutante in de hoofdrol Aurora, heeft net haar nieuwe tu voor de derde akte gepast. Haar kostuum uit de eerste akte krijgt aan het oorspronkelijke lijfje een nieuwe tu, zoals de klassieke tulen balletrok tutu hier tijdbesparend heet.

In de jaren 80 en 90 ging het ballet vanwege het enorme succes vaak. Te vaak, volgens Haller: „De kostuums werden uitgewoond. Daarna kwam Notenkraker ertussen en was er iets meer tijd voor herstel.” De authenticiteit valt na drie decennia niet makkelijk te evenaren. „Aurora’s vriendinnen hebben we nu vernieuwd, maar ze werden dusdanig ‘mooi’ dat we ze in beige water moesten gooien. Tussen het patina van vettigheden moest uiteraard een vetvlek komen, anders passen ze niet in het geheel.”

Nog zo’n probleem. De boze fee Carabosse en haar gevolg voldoen wel, maar het gevolg van de Seringenfee was óp. „Destijds waren het 6 stuks. Nu hebben we 10 nieuwe voor 24 meisjes. De offerte kwam uit op 5.000 euro per tu. Veel te begrotelijk. Ik heb de decoratie vereenvoudigd. Geen pareltjes onderaan hun tu’s; dat handwerk alleen zou vijf- à zeshonderd manuren vergen.”

Elk detail staat in de kostuumbijbel, de database waar Haller met passie over spreekt terwijl hij voorbeelden laat zien. Het duurde lang voor een Frans softwarebedrijf het programma naar zijn wensen wist te ontwikkelen. „Nu klik ik een kostuum aan en kan bekijken hoe het eruitziet, wie er wanneer in heeft gedanst, de maten, materialen, leveranciers en nummers van de stoffen. Gigantische hoeveelheden gegevens die we nodig hebben voor creëren en archiveren. Ik kan ook zoeken op productie, danser, stof, accessoire of ‘rode broek’. De kostuumbijbel spuugt bovendien de kleedbijbel uit, op maat voor de kleedsters.”

Dit systeem heeft Haller samen met De Nederlandse Opera opgezet. Hun bedoeling is dat het in de grote Europese theaters praktijk wordt. Covent Garden en de Parijse Opera schaften het al aan.

Van elk kostuum is een kleurenprint, voorzien van reepjes stof en garneersels, opgeborgen in ordners. Beauty telt 7 ordners. En dan zijn er de verhuisdozen: 1 voor elk kostuum plus 35 dozen met de reststoffen. „De kostuumvijand, transpiratie, vraagt rigoureuze oplossingen. Bij één serie moesten we alle okselpartijen wegknippen en nieuwe maken van de reststof.” En als die op is? „Dan zoek ik naar vervanging, soms hier op het Waterlooplein.”

Zodra Beauty in januari voorbij is, krijgt de directie een stand van zaken. „De Polonaise is zorgwekkend, er zitten gaten in. Je kunt je toch niet voorstellen dat de toeschouwers zeggen: ‘Het was een prachtige voorstelling, jammer dat de kostuums er niet uitzagen.’ Ik heb een reputatie hoog te houden. Beauty is onze Nachtwacht. En de Nachtwacht zou er slecht uitzien als het schilderij niet goed werd onderhouden.” Haller beschouwt de kostuums als kunstwerken, vanwege het ambacht en omdat er zo vaak in is gespeeld. Het gezelschap bezit museumstukken par excellence: enkele kostuums uit de Ballets Russes-tijd, bijna een eeuw oud.

Balletkostuums worden gedragen tot ze op de draad versleten zijn. Op één uitzondering na. Haller ontdekte ooit op een hangertje een kostuum met op het katoenen labeltje de naam ‘Nureyev’. „Dat bewaar ik in de kluis.”

    • Jessica Voeten