Bar Schumich

Column // Georgina Verbaan

Eerste Kerstdag. Ik was alleen. ‘s Ochtends had ik mijn dochter uitgezwaaid die met mijn ex naar haar opa en oma ging. Ik had deze dag geschikt geacht om van alles te lezen waar ik nog niet aan toegekomen was. In plaats daarvan moest ik mezelf om een uur of vijf des middags van de bank bikken. Ik had daar de hele dag vastgekoekt in mijn pyjama gelegen en naar comedyseries gekeken. De lachband had zich inmiddels geïnternaliseerd. Even was de klassieker ‘Ik zit hier heel alleen kerstfeest te vieren’ door mijn hoofd geschoten. Daarop volgde de lachband. Verwarrend. Ik besloot de pyjama af te pellen en onder de douche te stappen. Ik moest naar buiten. Frisgewassen vrat ik nog wat restjes aardappelsalade in het felgele licht van mijn geopende koelkast. Buiten was het stil. Ik liep naar Bar Schumich. Ik had daar al eens een nacht met mijn jas over mijn slaapkleren tussen de laveloze Ieren doorgebracht toen ik ‘even’ sigaretten ging halen. Je moet letterlijk en figuurlijk een drempel over om op Eerste Kerstdag een kroeg binnen te stappen, maar ik deed het toch en werd als een verloren gewaand familielid onthaald door een man die later een ex-kickbokser zou blijken. Weifelend trok ik mijn jas uit. „Well I’ll be damned!” klonk het warm en schel tegelijk. Het was Ruth. Oorspronkelijk uit Cornwall. Een vriendin die ik al zeven jaar ken van vrijwilligerswerk. Ruth begon al snel te klagen over van alles en nog wat. Over restaurants waar je zelf je eten op een bakplaat moet gooien, en dat ze dan liever thuis blijft om Romatomaten uit een plastic bakje te eten. Naast haar zat een zwijgzame man met een vriendelijk edoch doorleefd gezicht en een lange grijze staart. Ik kreeg een biertje van hem, begreep ik, toen er één voor me stond waar hij knikkend naar wees. Dat het Kerst was werd collectief ontkend. Ruth ging terug naar Cornwall, voorgoed. Ze was inmiddels 65 en wilde geen „old woman in a city of young people” zijn. De jukebox draaide ‘Jolene’ van Dolly Parton. „I’m not liking these lyrics much”, blafte Ruth. „I’m begging of you please don’t take my man?? A smack in the face is what I’d give her.” Tot mijn schrik sloeg de stille man met de staart plots zijn hand op de toog en sprak profetisch het woord: Kerst. De kroeg viel stil. „Ya, I have to go soon”, zei Ruth. Ik ga haar missen.