Alsof Jeroen Dijsselbloem dit werk al vele jaren doet

Zelden toonde een minister van Financiën in zijn eerste jaar zoveel daadkracht. En zelden bleef hij zo populair.

Het jaar, of beter zijn ministerschap, was nog maar nauwelijks begonnen of Jeroen Dijsselbloem prikte in 2013 een paar ballonnen door. Bijvoorbeeld dat we zeker al het aan Griekenland verstrekte geld terug zullen krijgen. En alsof één vervelende boodschap niet genoeg was: ook de redding van de Nederlandse banken tijdens de financiële crisis gaat de schatkist uiteindelijk veel geld kosten. De tientallen miljarden die rond 2008 in ABN Amro en Fortis zijn gestoken, moeten we voor een deel afschrijven, zei Dijsselbloem doodleuk tijdens een nieuwjaarsreceptie van zijn partij.

Zo duidelijk zou hij heel 2013 blijven. Soms gecombineerd met humor, soms met een ongeduldig en narrig toontje.

Naast duidelijkheid toonde hij ook daadkracht, al dan niet gedwongen. Aan het begin van het jaar nationaliseerde Dijsselbloem SNS Reaal, dat aan zijn vastgoedportefeuille ten onder dreigde te gaan. Tegelijkertijd zette hij de financiële sector verder onder druk. Door zwaardere kapitaalseisen in het vooruitzicht te stellen en door de veelbesproken bonussen van bankiers aan te pakken. De strengste bonusregels van heel Europa, liet hij trots weten.

En, nog belangrijker, Dijsselbloem speelde een centrale rol bij de totstandkoming van de akkoorden met – in zijn woorden – „mijn meest geliefde oppositiepartijen”. Dat gebeurde rond de extra bezuinigingen, de pensioenen en het wonen. Allemaal nodig om aan een meerderheid in de Eerste Kamer te komen en tevens het kabinet overeind te houden.

Zelden zal een minister van Financiën in zijn eerste jaar zoveel hebben gerealiseerd. En zelden zal zo’n actieve minister zo populair zijn gebleven. Natuurlijk was er felle kritiek op de bezuinigingen, natuurlijk spraken bankiers schande van het knellende beleid, maar dat leek de populariteit van Dijsselbloem amper te raken. In de Tweede Kamer kon hij weinig fout doen, tijdens de Libelle Zomertour stonden de lezeressen in de rij om met hem op de foto gaan.

En dan was er nog Europa. Toen hij pas twee maanden minister was, werd hij voorzitter van de eurogroep. En ook in dat gremium baarde hij opzien. De meeste weerstand kreeg Dijsselbloem tijdens de reddingsactie van de Cypriotische banken in maart. Hij liet de internationale pers direct weten dat banken in het vervolg niet meer door staten – dus belastingbetalers – moeten worden gered, maar door de aandeelhouders, obligatiehouders en rijke spaarders.

Onvergeeflijke taal op zo’n moment, vonden de critici. Maar diezelfde aanpak staat nu centraal in de aankomende Europese bankenunie die de financiële sector aan strenge regels onderwerpt. Tot stand gekomen onder voorzitterschap van de Wageningse landbouweconoom Dijsselbloem.

    • Erik van der Walle