Wie is de man die (bijna) alle fouten uit de artikelen op nrc.nl haalt?

Wil Rikmanspoel heeft 'altijd een rood potloodje in het hoofd'. Foto sxc.hu

Als we op nrc.nl een foutje maken in een artikel, kun je ons daarover mailen. Degene die dat verreweg het vaakst doet, is Wil Rikmanspoel. Op de redactie gaat die naam vaak over de tong, maar de persoon erachter bleef een mysterie: wie is die man die zo vaak mailt? En waarom doet hij dat? We belden hem op.

Wil kenden we totdat we de telefoon oppakten alleen via zijn mailtjes. Die hebben een vast format: hij citeert de zin of het zinsdeel waar een fout in zit, schrijft “zou moeten zijn” en herhaalt daarna de tekst, maar dit keer gecorrigeerd. De toon is nooit laatdunkend, maar ook nooit joviaal. Het is puur de mededeling, strikt maar rechtvaardig.

Aan de telefoon is Wil Rikmanspoel (65) een vriendelijk klinkende man die het duidelijk fijn vindt over taal te praten. Na “35 tot 40” jaar als redacteur te hebben gewerkt, waarin hij tijdschriften en boeken redigeerde, persklaar maakte, zette en opmaakte, ging hij een klein jaar geleden met pensioen. Sindsdien doet hij nog wel freelancewerk, maar daarnaast heeft hij “te veel tijd over en altijd een rood potloodje in het hoofd”.

Daarom vroegen we Wil ook om de eerste versie van dit artikel streng door te lopen. Zie daarvoor de stukjes rode, doorgestreepte tekst.

Wil zit veel achter de PC computer. Hij heeft de laatste artikelen van nrc.nl en volkskrant.nl op zijn startpagina staan en leest zodoende daardoor bijna elk nieuwsbericht. Bij ons staat onder elk bericht een feedback-knop, waarmee de schrijver van het artikel direct gemaild kan worden om hem of haar op een fout te wijzen (of om aanvullende informatie te geven, bijvoorbeeld). Zo’n kans moeten we hem niet bieden, zegt Wil, want dan wordt hij fanatiek.

Genoeg small talk, tijd om hem naar een oordeel te vragen. Natuurlijk, er zijn redenen voor foutjes: nrc.nl heeft geen eindredacteur en vaak worden artikelen onder tijdsdruk geschreven, of een redacteur is met drie stukken tegelijk bezig. Maar toch, een vrijbrief om fouten te maken is dat zeker niet.

Dus hoe doen we het, Wil?

“Nou, het valt niet mee. Ik heb een ‘langweekend’-abonnement op NRC Handelsblad en vind dat het de kwaliteitskrant van Nederland is. Maar het is jammer dat dat die op de site ontsierd wordt door onzorgvuldigheden. In ieder bericht zit wel een slordigheidje. En ik reageer alleen op taal- en spelfouten, terwijl er natuurlijk wel meer misgaat. Jullie lijden bijvoorbeeld aan de om-ziekte: dat woordje kan heel vaak beter weggelaten worden. Over foutieve of vergeten komma’s mail ik meestal ook niet, of over clichés, zoals een politicus die iets ‘stelt’ of ‘aangeeft’ in plaats van gewoon ‘zegt’.”

Welke fouten komen het vaakst voor?
Op die vraag blijkt hij voorbereid te zijn, want hij heeft al een lijstje gemaakt van recente slordigheden.

“Jullie maken de gebruikelijke dictee-fouten. De grootste problemen ontstaan met het al dan niet aaneenschrijven van woorden, zoals bij ‘dicht()bij’ en ‘te()veel’. Je schrijft ‘dicht bij het station’, maar ‘het station is dichtbij’. En het is ‘een teveel’ aan regels, maar ‘te veel regels’. Je schrijft het los als je ook op die plek ‘te weinig’ kunt zeggen.”

Wil gaat verder met zijn lijstje. Een opsomming:

  • Zowel A als B ‘zijn’ fout, terwijl je dan ‘is’ moet schrijven.
  • Jullie halen ‘omdat’ en ‘doordat’, oorzaak en reden, nogal eens door elkaar.
  • Het aan elkaar of los schrijven van bijvoorbeeld ‘het ziet ernaar uit’. Jullie schreven laatst ‘het ziet er naar uit’ in een bericht over een moord. Toen mailde ik: ‘dat zal er inderdaad naar hebben uitgezien’.
  • Net zoiets is ‘er vanaf zien’ en ‘ervan afzien’: het tweede is juist.
  • Westers is niet met een hoofdletter als je het over ‘de westerse wereld’ hebt.
  • In fotobijschriften blijkt relatief vaak een fout te zitten. Die blijft blijven soms onvertaald, zodat het de tekst er nog in het Engels onder staat, of er zijn een paar Engelse woorden, bijvoorbeeld namen, overgebleven.

Hoe reageren wij over het algemeen op jouw mailtjes?

“De eerste die uitgebreid reageerde, was Lex Boon. Met hem raakte ik eens in een mailconversatie verwikkeld, waarna hij om mijn adres vroeg zodat hij om mij een cadeautje kon te sturen. Er zijn ook redacteuren die het minder op prijs lijken te stellen. Meestal krijg ik echter helemaal geen reactie. Of gewoon een kort antwoord in de trant van ‘thanks, ik heb het aangepast’. Ik verwacht ook geen antwoord.”

Het gesprek verplaatst zich daarna nog even naar het taalniveaugebruik van Nederlanders in het algemeen, waar hij ook niet kapot van is: “Als oude lul mag ik dat zeggen.” Zowel in het onderwijs als bij persmensen, zegt hij, is het niet zo goed als vroeger.

“Het wordt belangrijker gevonden wát wat er gezegd wordt, dan hoe hoe. Als je iets maar lang genoeg fout doet, dan wordt het vanzelf als goed beschouwd.”