Oorlogen van nu en straks

We hebben de gewoonte om tegen het einde van het jaar lijstjes te maken met de grote opmerkelijkheden van het jaar. Mannen en vrouwen die zich op allerlei terreinen bijzonder hebben onderscheiden, geweldige sportprestaties, nieuwe woorden, nog veel meer buitengewoons. En dan inventariseren we de verschijnselen waarvan de ontwikkeling vaak wat minder positief uitpakt. Meer treinconducteurs dan ooit tevoren zijn door ontevreden passagiers aangevallen, meer bejaarden beroofd, meer fietsers door scooters aangereden. We blikken terug. Dat vinden we ‘leuk’ (sleutelwoord van deze tijd) en wie weet heeft het ook zijn nut, voorzover er ‘goede voornemens’ uit ontstaan die misschien worden uitgevoerd. In ieder geval is dit de week van de grote inventarisatie en de beste wensen.

Maar er is één aspect van de toekomst waar we in deze tijd nooit bij stilstaan. Dat is de uitvoerbaarheid van onze grootste internationale plannen. We hebben er op het ogenblik twee in verregaande staat van uitvoering. Het volgend jaar gaan ongeveer 370 soldaten naar Mali, het Afrikaanse land waar op het ogenblik een burgeroorlog woedt. Ze gaan daar de inlichtingendiensten versterken, misschien Malinese rekruten opleiden en ongetwijfeld nog meer nuttigs doen.

Een land begint of mengt zich in een oorlog omdat het de overtuiging heeft, die te kunnen winnen. Hoe staat het daarmee in Mali? In feite is het Westen op 11 september 2001 in een nieuw type oorlog betrokken geraakt. Het eerste front ontstond een paar maanden later met de bombardementen op Tora Bora, het gebergte waarin Osama bin Laden zich verborgen zou houden. Onder leiding van Amerika ontstond een coalitie waaraan Nederland substantieel heeft deelgenomen. Meer dan twaalf jaar later is deze oorlog nog niet afgelopen. In het grensgebied met Pakistan duurt de guerrilla voort en Afghanistan is een failed state. Twee jaar later begon de oorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein. De dictator werd gevangen, berecht en geëxecuteerd, maar ook Irak is een failed state gebleven waar nog wekelijks godsdienstig geïnspireerde massamoorden plaatsvinden. Oorlogen van geringer omvang in Noord-Afrika sla ik over.

Sinds drie jaar hebben we de oorlog in Syrië die zich heeft ontwikkeld tot een onafgebroken en steeds chaotischer wordend bloedbad. De strijd heeft nu met zijn meer dan honderdduizend doden en miljoenen daklozen en vluchtelingen de gevolgen van een humanitaire ramp. Vreemde mogendheden steunen de ene partij of de andere, maar intussen is het stadium bereikt waarin nergens nog aan ingrijpen wordt gedacht. Waarom niet? Omdat de fronten, als we daarvan tenminste nog kunnen spreken, te ingewikkeld zijn geworden. Misschien heeft het Westen in Afghanistan en Irak zijn les enigszins geleerd maar niet volledig.

De oorlog in een islamitisch land voltrekt zich volgens radicaal andere regels. Dat wisten de Fransen al toen ze in het midden van de vorige eeuw het ‘Algérie française’ probeerden te verwezenlijken. Met rampzalige gevolgen. Nu gaan we onder leiding van Frankrijk naar Mali, waar we in principe in een soortgelijke strijd worden gemengd zonder dat we krijgskundig veel wijzer zijn geworden. Dat zou ook een goed onderwerp zijn voor een nieuwjaarsvoorspelling.

Het andere onderwerp dat in het lijstje ontbreekt is de JSF, de Joint Strike Fighter, het wondervliegtuig dat we ons aan het begin van deze eeuw hebben aangeschaft, eerst 85 stuks, nu 37. Het eerste exemplaar zal volgens de berichten van nu over omstreeks zes jaar operationeel zijn. En in wat voor soort oorlog zal het dan zijn diensten kunnen bewijzen? Het tijdperk van de grote landoorlogen is voorbij. In de nieuwe guerrilla bewijzen de drones hun diensten. We zouden eens een toekomstsimulatie voor 2020 moeten maken. Niet uitgesloten dat we dan één exemplaar van de JSF louter voor het mooi hebben.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.