Nederlands zakenleven: maak het niet te knus...

Dit was het jaar van de Nederlandse bestuursvoorzitter. In de top van het Nederlandse bedrijfsleven deden zich een paar opmerkelijke wisselingen voor. Peter Wennink nam in Veldhoven het roer over bij chipmachinefabrikant ASML van de Fransman Eric Meurice. Bij pakjesvervoerder TNT Express vertrok Marie-Christine Lombard en kwam de Nederlander Tex Gunning. De commissarissen van ING kozen als opvolger van Jan Hommen weer voor een Nederlander.

En bij olie- en gasbedrijf Royal Dutch Shell is Ben van Beurden per 1 januari 2014 de opvolger van Peter Voser, een Zwitser. Shell is formeel een Britse vennootschap, maar met het Haagse hoofdkantoor en zijn vaderlandse historie voelt het concern ook Nederlands.

De wisselingen volgen op een decennium waarin steeds meer buitenlandse managers hier aan de top kwamen. Sommigen, zoals Michel Tilmant bij ING, waren eerder ‘meegekomen’ toen Nederlandse concerns ‘hun’ bedrijven overnamen. Deze internationalisering van het topkader viel samen met de internationalisatie van de toezichthoudende raden van commissarissen. Dat gaf zeker in spannende situaties, zoals de overnamestrijd om ABN Amro in 2007, strubbelingen. Een buitenlandse president-commissaris die de continuïteit van het bedrijf en alle relevante (lokale) belangen in het oog moet houden, staat ver af van de Nederlandse realiteit.

Sinds die overnamestrijd kiezen commissarissen vaker een Nederlandse voorzitter. Dat heeft voordelen, maar het moet hier niet te knus worden, zoals bij het mislukte overnamebod van de Mexicaanse telefoongigant América Móvil op KPN. De reflex om consensus te willen bereiken, is in Nederland al sterk genoeg ontwikkeld. Bij KPN werkten het ministerie van Economische Zaken en de speciale stichting die zichzelf een groot aandelenpakket in KPN toekende om de continuïteit van het bedrijf te verzekeren wel heel nauw samen.

Meer topmanagers met een Nederlands paspoort geven een goed gevoel. Holland’s got talent. Maar de Nederlandse economie is bij uitstek internationaal. De toegevoegde waarde van de export is goed voor bijna eenderde van onze welvaart. Dat moet ook weerspiegeld worden in de samenstelling en diversiteit van het personeelsbestand in grote(re) ondernemingen. Op de werkvloer en in de top. Alleen ondernemingen met een breed scala aan buitenlandse kennis en ervaring kunnen over de grens kansen benutten en risico’s beheersen. Als een Nederlandse topman (m/v) daarin past, prima, maar laat het geen voorbode zijn van een zucht naar zekerheid en een terugtrekken op de thuismarkt.