Mensen willen huilen of ze willen ermee ophouden

Het decor: een verlopen bar in Hollywood, waar de stamgasten elke avond aan de bar dromen van een beter leven, terwijl ze langzaam de afgrond in glijden. De verteller: een barkeeper die er al even erg aan toe is . Het resultaat: een roman doortrokken van drank, drugs, drank, kots en geweld.

De roman in kwestie is Afwassingen, het debuut uit 2009 van de Canadese schrijver Patrick DeWitt. Het is nu in het Nederlands vertaald, in het kielzog van DeWitts succesvolle tweede roman, de komische western De gebroeders Sisters, die in 2011 de shortlist van de Man Booker Prize haalde. Dat boek had een aanstekelijke verteltoon die uiteindelijk niet het hele boek droeg.

Afwassingen is iets grimmiger dan De gebroeders Sisters. Het is geen verhaal met een kop en een staart en een strakke spanningsboog die alles bij elkaar houdt. De roman bestaat uit een serie los samenhangende observaties van de barkeeper waarin steeds weer dezelfde stamgasten en collega’s terugkeren. Daar zitten mooie, tragische personages bij, zoals de rondzwervende filmliefhebber Monty, die beweert ‘dat de mensheid is verdeeld in twee types: mensen die graag willen huilen en mensen die al aan het huilen zijn en daarmee willen ophouden’.

De barkeeper doet zijn relaas in de tweede persoon enkelvoud, een gekunsteld en gevaarlijk perspectief : omdat de verteller zichzelf lijkt toe te spreken, liggen sentimentaliteit en buitensluiting van de lezer op de loer.

Bij Afwassingen werkt dat perspectief goed. De keuze ervoor wordt logisch wanneer je de ondertitel van het boek erbij betrekt: ‘Aantekeningen voor een roman’. De tekst is als het ware één groot geheugensteuntje voor de verteller, die blijkbaar ooit nog eens een grote roman over zijn ervaringen als barkeeper wil schrijven. Veel passages beginnen dan ook met de aansporing ‘Vertel over…’ (‘Vertel over Brent de ongelukkige uitsmijter’). Die aanpak past goed bij de losse structuur van het boek. Voor de sentimentaliteit die bij een vertelling in tweede persoon enkelvoud op de loer ligt hoef je bij Afwassingen niet bang te zijn, daarvoor is de verteller te afgestompt.

Dat is ook meteen het probleem. De verteller blijkt ver heen (hij drinkt, steelt, bedriegt, mishandelt), maar in de laconiek-beschrijvende toon van zijn relaas vind je dat amper terug. Die toon werkt soms komisch, maar ondertussen slaagt DeWitt er niet in die lagen aan te boren waar de echte wanhoop zich schuilhoudt. De echte pijn ervaar je als lezer niet. Daarom staat deze roman ondanks al zijn kwaliteiten toch een treetje lager dan klassieke romans over alcoholische losers van schrijvers als Bukowski en Brusselmans.

Rob van Essen

    • Rob van Essen