Medicijnen laten zich het beste wegslikken met whisky

In een tragikomische roman splitst Richard Yates zich op in twee personages: een verloren alcoholist en een succesvolle ex-alcoholist.

Het begin is uiterst krachtig. John Wilder, op dat moment behoorlijk succesvol verkoper van ‘advertentieruimte’, belt zijn vrouw op vanuit een bar om de hoek om te zeggen dat hij niet naar huis komt, dat hij nooit meer naar huis komt, omdat hij bang is dat hij haar en hun zoontje zal vermoorden. ‘Je hebt gedronken hè?’ vraagt ze en zijn antwoord is veelzeggend: ‘Ik heb gedronken maar ik ben niet dronken.’

Aldus wordt de eerste zenuwinzinking van Wilder ingeleid, die hem in Bellevue, het psychiatrische ziekenhuis van New York zal doen belanden. Er zullen daar vele behandelingen volgen, en Wilder zal zijn medicatie wegslikken met flessen whisky, tierende artsen, psychiaters, obers en ook zijn jonge, mooie vriendin Pamela schofferen, die om niet geheel duidelijke redenen lange tijd van hem blijft houden. Paranoia, hallucinaties en uiteindelijk ook messianistische waanvoorstellingen volgen en leiden naar een tragisch, maar sereen beschreven einde.

Richard Yates (1927-1992), vooral bekend door de (verlate) erkenning en verfilming van zijn beste roman Revolutionary Road, wist waarover hij schreef; dit boek ontstond tijdens en kort na een van zijn eigen heftigste alcoholische periodes in het midden van de jaren zeventig, zoals te lezen valt in de biografie A Tragic Honesty: The Life and Work of Richard Yates (2003) die Blake Bailey over hem schreef.

Dat Yates een scherp inzicht had in zijn eigen situatie wordt bijvoorbeeld geïllustreerd door het feit dat hij, naar het lijkt, zichzelf in dit boek in twee personages heeft opgesplitst. Want naast de opzettelijk zo onuitstaanbaar en onhandelbaar getypeerde Wilder, heeft hij een soort ideaal alter ego geschapen in de persoon van mede-alcoholist Chester Pratt, die de drank heeft afgezworen en succesvol schrijver is geworden.

Na een AA-bijeenkomst in het verleden kruisen hun paden elkaar opnieuw in Hollywood, waar Pratt hem de mentale doodklap geeft door hem niet alleen zijn meisje maar ook in zekere zin het script van zijn levensverhaal af te nemen. Het is Pratt en niet Wilder die een baantje krijgt als speechwriter van Robert Kennedy, een functie die Yates in het werkelijke leven vervulde tot aan Kennedy’s dood in 1968.

Het boek is behendig geschreven, bevat heftige en aangrijpende episodes, maar is toch als roman niet helemaal geslaagd. Dat ligt vooral aan de onderlaag van het verhaal, de mogelijke verfilming van Wilders ervaringen in Bellevue waaraan genoemde Pamela hem overhaalt deel te nemen. Het hele project verandert op typische Hollywood-wijze tot iets onherkenbaars, in de handen van mensen die helemaal niet beseffen dat Wilder, de mede-scriptschrijver, eigenlijk het onderwerp is. Dat leidt tot tragikomische situaties, maar Yates lijkt zich hier in te houden alsof hij de dramatische kracht daarvan niet helemaal onderkent.

De uitgave werd door Marijke Emeis van een verhelderend nawoord voorzien en zij maakte opnieuw een goede vertaling, na ook Yates’ vorige werk in het Nederlands te hebben overgezet. Mijn enige opmerking behelst de titel: die suggereert dat Wilder slechts éénmaal de orde verstoort. In werkelijkheid zijn die verstoringen talrijk.

Jan Donkers

    • Jan Donkers