Homo’s komen uit de kast, maar weg is nog lang

Religieus verzet tegen het homohuwelijk is er niet, maar homo’s waren lang onzichtbaar. Dat verandert snel.

Homoseksuele stellen gaan op de foto in de Tokyo Rainbow Week, eind april. Foto’s AFP

Zonder een spoor van verlegenheid zegt Kozue Yamamoto tegen een bezoeker in de kunstgalerie in het centrum van Tokio waar ze werkt: „Ik ben lesbienne.” De 31-jarige praat er gemakkelijk over – nog steeds uitzonderlijk in Japan. Als er één woord is dat de positie omschrijft van seksuele minderheden, is het ‘onzichtbaarheid’.

Maar Japan staat aan de vooravond van een keerpunt voor homorechten. Yamamoto zegt dat ze „totaal geen problemen” had uit de kast te komen. Haar collega’s en vrienden weten het, en ze praat erover met wildvreemden. Aan haar ouders heeft ze het nog niet verteld. Niet omdat ze bezorgd is. „Ik vertel het wanneer ik met iemand ga samenwonen.” Ze zullen het begrijpen, weet ze.

„De situatie is erg veranderd de afgelopen twintig jaar”, zegt Maki Muraki, hoofd van Nijiiro Diversity. Haar organisatie adviseert bedrijven over problemen van seksuele minderheden op de werkplek. „Er is veel betrokkenheid, mensen doen hun best en er is media-aandacht. Het is de laatste tijd echt fantastisch. Er is veel hoop.”

Zo besloot in september het eerste Japanse overheidsorgaan, een stadsdeel van Osaka, tot officiële steun aan de LHBT-gemeenschap (Lesbisch, Homo-, Bi-, en Transseksueel). Het was een grote stap in Japan, dat nog geen wet tegen homodiscriminatie heeft. Een andere belangrijke mijlpaal dit voorjaar was de eerste Tokyo Rainbow Week. Liefst zeven LHBT-organisaties werkten hierbij samen, een unieke situatie.

De transformatie begon in de jaren 80. In de jaren 90 werden het Lesbian and Gay Film Festival gehouden en de Tokyo Pride Parade. „Buitenlandse informatie drong eerst niet door”, zegt Muraki, „Met internet gaat dat gemakkelijker en is het ook simpeler voor LHBT’ers om elkaar te vinden. Ik heb de indruk dat mensen op jongere leeftijd contact krijgen met de gemeenschap.”

Er zijn nu openlijk homoseksuele politici. Dit jaar organiseerde Tokyo Disneyland een lesbische huwelijksceremonie – wettelijk zonder betekenis, maar wel symbolisch. „Er zijn nu meer rolmodellen op de tv dan toen ik jong was”, zegt Muraki, geboren in 1974. Ze heeft goede hoop dat Japan ooit het homohuwelijk aanvaardt. In een recente enquête van het zakenblad Nikkei Shinbun toonde veertig procent van de ondervraagden zich positief over het homohuwelijk.

Maar de weg is nog lang. Een struikelblok is dat de Japanse homoseksuele gemeenschap zo onzichtbaar is. Dat is deels omdat er nauwelijks conflicten zijn. „In Japan heb je geen confrontaties tussen LHBT’ers en religieuze groepen zoals in andere landen”, zegt Gon Matsunaga, een van de organisatoren van de Tokyo Rainbow Week in april.

De afwezigheid van een religieuze filosofie die homoseksualiteit zondig vindt, heeft grote voordelen. Er is heel weinig geweld tegen homo’s, homoseks is niet strafbaar, er er is relatief veel tolerantie en de gemiddelde LHBT’er komt zelden in aanraking met discriminatie. Maar hierdoor blijft de gemeenschap ook buiten de schijnwerpers.

„LHBT’ers kunnen normaal leven als ze discreet zijn over hun seksuele voorkeuren”, schreef Wataru Ishizaka, een openlijk homoseksueel politicus, in het dagblad Asahi Shimbun. Maar die relatieve tolerantie schept ook onverschilligheid, constateert hij. „Zolang er geen onmiddellijke noodzaak of voor de hand liggend voordeel is om uit de kast te komen, zullen seksuele minderheden minder geneigd zijn te vechten voor hun rechten.”

„Ik hoor zelden dat er bij een Japans bedrijf iets veranderd is omdat LHBT’ers er hun mond over opendeden”, zegt Muraki van Nijiiro Diversity. „Het zijn doorgaans anderen die dat doen, de bedrijfsleider of personeelszaken. Als LHBT’ers het zelf doen wordt er gezegd dat ze enkel maar aan zichzelf denken.”

Dit beperkt het activisme en houdt LHBT’ers van het toneel. „Seksualiteit kun je niet zien”, zegt activist Matsunaga. „Dus veel heteroseksuele mensen weten niet dat we bestaan.” Onzichtbaarheid schept onwetendheid, ook onder LHBT’s.

Het Japanse onderwijs zou een belangrijke rol kunnen spelen om die onwetendheid te bevechten, maar juist hier zijn de hindernissen hoog. „Weinig docenten komen uit de kast”, vertelt Muraki. Een probleem is dat veel conservatieve politici fanatiek tegen seksuele voorlichting zijn. „Het is officieel niet verboden, maar veel scholen zijn bang voor hen”, zegt Muraki.

Bedrijven zijn ook slecht op de hoogte van LHBT-problematiek. „De meeste bedrijven zeggen dat er bij hen geen LHBT’ers werken”, zegt Muraki. Zonder anti-discriminatiewetgeving maakt dit de stap om op de werkplek uit de kast te komen extra groot. Velen wagen het niet. „Er is beleid nodig om mensen te beschermen op het werk”, zegt ze. „Maar wanneer je er met mensen over praat, tonen ze veel meer begrip dan je zou verwachten.”

Dat is ook Yamamoto’s ervaring. „Men gaat er goed mee overweg. Ze zeggen gewoon: ‘Oh ja?’ En veel mensen zijn nieuwsgierig.” Ze begint hardop te lachen. „Vooral over hoe ik seks heb!”

Veel Japanse LHBT’ers zijn nog voorzichtig, maar de veranderingen vallen niet te ontkennen. De eerste stappen werden gezet in de jaren 90, toen de LHBT-gemeenschap uit de kast kwam, zegt Muraki. „Nu zien we de tweede stap, waarin de hele samenleving betrokken is.”

Activist Matsunaga is optimistisch. „Op mijn reclamebureau heb ik de leiding over diversiteitsbeleid. Ik kan zien dat we op de drempel staan van grote veranderingen.”

    • Kjeld Duits