Het haakje van succes

Wat is er dit weekend te doen? Rolinde Hoorntje spot trends en geeft tips

Heb je dat persbericht gezien, vroeg een collega. Hij bedoelde het bericht dat het YouTube-kanaal van Spinnin’ Records vrijdag zijn driemiljoenste abonnee heeft behaald.

Moet je wat mee doen, zei mijn collega.

„Daar zitten de echte grote jongens. Drie miljoen is veel.”

Ergens heeft hij een punt, natuurlijk. Spinnin’ Records is het bijzondere succesverhaal van een klein dancelabel dat veertien jaar geleden in Hilversum begon. Eind jaren nul dreunde iedereen mee op Sidney Samsons ‘Riverside[, motherfucker]’. Het irritante computerdeuntje bleef lang nazeuren in de top-40 en was het begin van de Dirty Dutch-hype in ‘The States’. Chuckie, het gezicht van die sound, was met 200 optredens in 2011 de meest geboekte Nederlandse artiest in het buitenland. De dj’s wier carrière het label hielp lanceren, zoals Afrojack, Tiësto en Sander van Doorn, zijn uitgegroeid tot internationale popsterren. Afrojack heeft een XL-wagenpark en een eigen jet, Tiësto is met een jaarinkomen van 32 miljoen dollar de tweede in het Forbes-lijstje met best verdienende dj’s wereldwijd. De electronic dance music-parels hebben Spinnin’ geen windeieren gelegd. Het label is uitgegroeid tot marktleider wereldwijd.

Tenminste, in volume.

En volume is een graadmeter voor succes. Massa is kassa, zoals ID&T’s Duncan Stutterheim het zou kunnen zeggen.

Maar kwantiteit is geen graadmeter voor kwaliteit. Daarmee wil ik niet zeggen dat Spinnin’ Records geen goede muziek heeft uitgebracht, maar er is iets vreemds aan de hand als het om de verslaggeving van elektronische muziek door traditionele media gaat: altijd weer die zoektocht naar het economische haakje.

Pas met een reclamecontract van Calvé en een eigen jet mag je aanschuiven bij Pauw & Witteman. Pas dan is je muziek de moeite waard, zo lijkt het.

Dat klopt niet, vergeleken met de aanpak van andere kunstredacties. Bekijkt de boekenredactie het aanbod op basis van verkoopcijfers? Het katern zou een grote Harlequin-folder zijn. Toetst de redacteur klassiek het nieuwe album van Janine Jansen aan de bezoekcijfers van het Concertgebouw? Nee, ze kijkt naar compositie, techniek en uitvoering. De kwaliteit is leidend – dan volgen media-aandacht en volume vanzelf.

In dezelfde maand dat Spinnin’ zijn driemiljoenste YouTube-abonnee wierf, bracht Delsin zijn honderdste plaat uit. Een mijlpaal voor het Amsterdamse label dat drie jaar eerder dan Spinnin’ werd opgericht en geldt als een van de meest invloedrijke technolabels wereldwijd. Heb je Delsin-artiesten als Claro Intelecto of Delta Funktionen ooit bij Pauw & Witteman gezien? Vast niet. En dat is jammer, want de meeste releases van het undergroundlabel zijn meer dan de moeite waard.

Massa is kassa, maar kassa is niet per se een criterium voor kwaliteit.