Heropende musea goed bezocht

Vernieuwde musea doen het goed in hun eerste jaar. Wat doen ze met de extra inkomsten? En blijven die ook?

Een financieel probleem aan de goede kant van de streep. Zo noemde Wim Pijbes de extra inkomsten die zijn Rijksmuseum dit jaar boekt door de enorme toestroom van bezoekers. Het museum had op 1,8 miljoen bezoekers gerekend in de eerste twaalf maanden na heropening in april, het zijn er nu al 2,2 miljoen. Het nieuwe Rijks heeft daardoor ongeveer 4 miljoen euro meer aan inkomsten dan begroot.

Ook andere in 2013 heropende musea kennen dit luxeprobleem. Een nieuw of vernieuwd gebouw trekt vele nieuwsgierigen en dat zorgt voor flink wat entree-inkomsten. Wat doe je met dat extra geld? En, durf je voor komende jaren ook een hogere inkomsten te begroten? In het verleden zijn musea na aanvankelijke successen nog wel eens te optimistisch geweest, waardoor ze later in financiële problemen kwamen. Maar grote spaarpotten opbouwen mogen de musea ook weer niet van hun subsidieverschaffers.

Het Rijksmuseum heeft zijn prognose licht aangepast, laat een woordvoerder weten. Waar de meerjarenbegroting bij opening uitging van 1,5 miljoen bezoekers per jaar vanaf 2014, durft het museum nu te rekenen met 1,8 miljoen bezoekers. De 4 miljoen euro zal (op een begroting van 75 miljoen euro) uitgegeven worden aan de verbouwing van de Philipsvleugel. „Die kunnen we meer realiseren zoals we dat eigenlijk wensen, die was eerst krap begroot”, aldus de woordvoerder. Ook zal er meer geld gestoken worden in de Rijksstudio, de digitale uitlaat van het museum waar iedereen afbeeldingen van de kunstwerken en andere objecten gratis kan downloaden. Er staan 150.000 objecten op, maar „daar kunnen we nu versneld meer objecten aan toevoegen”. Verder zal geld gestoken worden in audiotours en digitale toepassingen in het museum.

Bij het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn sinds de heropening in september 2012 bijna 1 miljoen mensen de toegangspoortjes gepasseerd, waarvan 700.000 dit jaar. Dat is 150.000 meer dan begroot. „We realiseren ons dat dit een uniek jaar is”, zegt algemeen directeur Karin van Gilst. „Voor 2014 hebben we de bezoekcijfers iets conservatiever in de begroting gezet”. De extra-inkomsten uit 2013 gebruikt het Stedelijk, dat door de gemeente fiks gekort is op zijn subsidie, vanaf 2012 als kleine extrabuffer. „In vergelijking met veel andere instellingen, zijn onze reserves niet zo groot”, aldus Van Gilst.

Museum De Fundatie in Zwolle, dat sinds de heropening eind mei 170.000 bezoekers trok, stopt 550.000 euro aan extra-inkomsten vooral in zijn tentoonstellingsreserve. „Daardoor hopen we met grote tentoonstellingen mensen te blijven trekken. Zoals de al aangekondigde Turnertentoonstelling in 2015 en ik ben nu in Berlijn voor een Auerbach-expositie”, zegt directeur Ralph Keuning.

Het Noord-Brabants Museum, dat samen met het Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch in mei in een nieuw pand heropende, is voorzichtig. Ook al komt het in 2013 na ruim een half jaar uit op 145.000 tot 150.000 bezoekers, terwijl het voor de verbouwing 120.000 bezoekers per jaar trok. „We moeten nog zien of het extra-inkomsten oplevert, we hebben in de openingsfase ook extra kosten gemaakt die niet allemaal uit de reguliere subsidie te dekken zijn”, zegt zakelijk leider Leo van Rozendaal.

Voor het Fries Museum is het nog te vroeg om over extra geld uitgeven na te denken. Op 13 september opende het nieuwe gebouw. Voor het eind van het jaar verwacht het museum 60.000 bezoekers. Er was aanvankelijk op 35.000 mensen gerekend. In 2014 hoopt het museum op 80.000 bezoekers, in het oude museum trok het jaarlijks 55.000 mensen.

Bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam is na de heropening in 2011 het bezoekersaantal al weer aan het teruglopen. Het ligt wel nog altijd fors hoger dan voor de verbouwing. In 2012 kwamen er 430.000 bezoekers, terwijl er voor de verbouwing gemiddeld 200.000 belangstellenden per jaar kwamen. In 2013 schat het museum op 330.000 bezoekers uit te komen. „In de begroting hebben we voor deze jaren gerekend met 300.000 verkochte kaartjes”, zegt een woordvoerder.

De extra inkomsten uit 2012 heeft het Scheepvaartmuseum geïnvesteerd in een ruimer budget voor de eerste tijdelijke tentoonstelling sinds de heropening: de Zwarte Bladzijde, over slavenschip Leusden, dat in 1738 is vergaan in Suriname.