‘Groen’ kan energievraag niet bijbenen

De vraag naar energie is in Azië, Afrika en Latijns-Amerika zo groot dat fossiele brandstoffen voorlopig bepalend blijven. Dat zegt IEA-directeur Maria van der Hoeven.

De getallen laten niets aan duidelijkheid te wensen over: de wereld blijft voorlopig verslaafd aan fossiele brandstoffen. Zelfs de zwaar vervuilende steenkool blijft nog tientallen jaren een hoofdrol spelen, zo berekende het Internationale Energie Agentschap (IEA) afgelopen week.

Zelfs als alle landen hun plannen voor duurzame energie verwezenlijken, zal in 2035 nog driekwart van de energie uit olie, steenkool en gas komen. Nu is dat 82 procent en dat percentage is ondanks alle groene energie die de afgelopen jaren op de markt is gekomen, al 25 jaar hetzelfde.

‘Groen’ kan de race nauwelijks bijbenen: de komende twintig jaar zal de vraag naar energie met zeker 30 procent groeien, verwacht het IEA. Een logisch gevolg van de welvaartstijging in de opkomende economieën. De kans is groot dat de temperatuur op aarde met meer dan 2 graden Celsius zal stijgen, met alle dramatische gevolgen van dien.

Een rampscenario? „Dat woord hoef ik niet te gebruiken, de cijfers spreken voor zich”, zegt Maria van der Hoeven behoedzaam. „We hebben internationaal afgesproken hoeveel CO2 we kunnen uitstoten om de temperatuur met niet meer dan twee graden te laten stijgen. Dat CO2-budget hebben we al voor driekwart verbruikt. Als we zo doorgaan is de koek in 2035 op, en zal de temperatuur dus nog meer stijgen.”

Oud-CDA-minister en parlementslid Van der Hoeven (64) is sinds 2011 directeur van het Internationale Energie Agentschap in Parijs. De berekeningen van het IEA over de energiestromen in de wereld zijn maatgevend zijn voor beleidsmakers. De jaarlijkse World Energy Outlook, 700 pagina’s vol statistieken en scenario’s is de Bijbel van de energiewereld.

Vorig jaar wees het IEA op de energierevolutie die zich in de Verenigde Staten aan het voltrekken was dankzij de winning van schaliegas en -olie. De organisatie kwam met de voorspelling dat de VS op termijn onafhankelijk zouden kunnen worden van olie-importen. Schaliegas en IEA waren in een klap voorpaginanieuws.

In haar kantoor met uitzicht op zowel Eiffeltoren als Seine, benadrukt Van der Hoeven dat haar functie bepaald geen erebaantje is, zoals sommigen misschien denken. „Wie dat denkt moet maar eens een weekje meelopen.” Ze is net terug van een reis langs hoofdsteden van de wereld om de World Energy Outlook van dit jaar toe te lichten.

Leiding geven aan het IEA is een taaie klus: een dagelijkse confrontatie met sombere cijfers zonder de politieke macht om veranderingen af te dwingen. De Limburgse politica die twintig jaar lang in de Haagse politiek te vinden was als Kamerlid en minister van Onderwijs en later Economische Zaken, heeft zich moeten aanpassen. In plaats van politieke macht heeft ze alleen nog de macht van het woord én het getal. Gewapend met harde cijfers opgesteld door haar experts trekt ze door de wereld. Naar lidstaten en niet-lidstaten, de grenzen worden steeds dunner.

Energie is niet langer een belang van alleen rijke westerse landen, het is een wereldkwestie geworden. „Wij houden een spiegel voor. Als je niet wilt dat de wereld van 2035 – met dan inmiddels 9 miljard inwoners – opgezadeld wordt met de dramatische gevolgen van verdere temperatuurverhoging, dan moet je nu eindelijk maatregelen nemen”, stelt Van der Hoeven.

Maar wat kan het IEA doen? Het is in de jaren zeventig opgericht als belangenorganisatie van rijke westerse landen. Maar de wereld is totaal veranderd, veel belangrijke energielanden van nu zijn geen lid.

„In 1974 was het inderdaad vrij simpel. Er was een oliecrisis en de olie-consumerende landen besloten de krachten te bundelen tegenover de olie-producerende landen (OPEC). Er werden olievoorraden aangelegd die bij nieuwe crises op de markt konden worden gebracht. Maar de missie van het IEA is inmiddels uitgebreid naar energievoorzieningszekerheid in het algemeen. Zekerheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid.”

En de leden?

„We zijn nu met 28 landen, binnenkort treedt ook Estland toe. Het is een feit dat de grootste energiebehoefte nu uit Azië komt, China voorop, gevolgd door India en Indonesië. Formeel kan ik die landen niet als nieuwe leden toelaten omdat ze geen lid zijn van de OESO (economische organisatie van rijke westerse landen). Wel hebben we nu met zes opkomende economieën, de BRIC-landen, een associatieverdrag.”

Maar dat is niet hetzelfde als een lidmaatschap. U bent net in China geweest. Ik neem aan dat ze u daar beleefd aanhoren en vervolgens weer hun eigen gang gaan?

„Nee, want wij brengen wel harde data mee. Wij laten zien wat er gebeurt, stellen vragen en doen suggesties. Wij denken bijvoorbeeld mee over de inrichting van een markt voor duurzame energie. Over de aanleg van strategische voorraden om een crisis op te kunnen vangen. Daar heb je specifieke data voor nodig en expertise. En die hebben wij.”

Hoe komt het IEA aan zijn gegevens?

„Dat is de kern van ons werk: gegevens verzamelen en valideren, bekrachtigen. Daartoe onderhouden we contacten met nagenoeg alle landen op de wereld. Met bedrijven, overheden, financiële instellingen. Er werken hier 250 mensen aan.”

Om het heden te beschrijven, maar ook om de toekomst te voorspellen?

„Dat doen we aan de hand van modellen. Wij laten zien waar je uitkomt als je de gegevens van dit moment voegt bij de beleidsplannen en dat doorrekent. Als iemand dan tegen mij zegt, die uitkomsten van jou die wil ik niet, dan is mijn antwoord: als je andere uitkomsten wilt moet je een ander beleid voeren.”

Maar die voorspellingen komen vaak niet uit...

„Het zijn scenario’s, geen voorspellingen. Op het moment dat er in het uitgangspunt iets verandert, verandert ook de uitkomst van het scenario. Bijvoorbeeld door de Amerikaanse schalierevolutie. Daardoor zijn de uitkomsten nu wereldwijd anders dan we tien jaar geleden voorzagen.”

Dankzij het schaliegasverhaal stond het IEA vorig jaar ineens vol in de aandacht. Maar uw klimaatverhaal vindt veel minder gehoor. Politieke leiders willen er niet aan.

„De media nemen het wel over en politici reageren daar dan weer op. Zo werkt het nu eenmaal. Ieder land moet het naar zijn eigen situatie vertalen. Nederland is niet gek bezig met zijn Energieakkoord voor verduurzaming.”

Maar het hangt wel aan een dun draadje. Als het kabinet vorige week gevallen was over het pensioenakkoord, was alles ineens weer anders geweest.

„Ja, dat is waar.”

En zelfs als het Energieakkoord overeind blijft, is de uitvoering politiek moeizaam En dan hebben we alleen nog maar over Nederland. Iedereen heeft zijn eigen beleid.

„Het is nog erger: op dit moment zie je in Europa een subsidieconcurrentie als het om hernieuwbare energie gaat. Daarom produceren landen als Spanje en Italië soms zoveel groene energie dat ze het niet eens kwijtkunnen omdat de verbindingen met de buurlanden te dun zijn. Er moet infrastructuur komen en een gezamenlijk markt: de subsidie kan pas omlaag als de elektriciteitsprijs omlaag gaat. Dat moet Europees geregeld worden.”

Maar dat ligt politiek moeilijk...

„Héél moeilijk.”

Misschien maar eens even de stroom afzetten en iedereen laten voelen?

Van der Hoeven kijkt verschrikt op. „Nee! Al moet ik wel toegeven dat iedereen wakker wordt als er een flinke stroomonderbreking is geweest. Maar als voorzitter van het IEA moet ik beseffen wat ik wel en niet kan doen. Ik heb mijn politieke schoenen uitgetrokken. Ik kan alleen de boodschap zichtbaar maken.”

Hoe kijkt u naar de schaliegasdiscussie die in Nederland?

„Het is belangrijk dat alle informatie op tafel komt, dat er volle openheid is tegenover de bevolking. Dat je alle plussen en minnen laat zien, niet alleen de problemen maar ook wat het kan betekening van de energievoorziening. Maar je moet wel helder zijn over hoe je mogelijke vervuiling gaat voorkomen of oplossen. En je moet vooral zorgen voor de juiste wetgeving.

„ Het moet duidelijk zijn waar bedrijven zich aan moeten houden en op welke manier verantwoording moet worden afgelegd. Dat zeggen we tegen alle landen met voorraden schaliegas. Daarbij zeggen we ook dat het Amerikaanse voorbeeld moeilijk herhaalbaar is. Om juridische redenen, maar ook omdat de schalieformaties anders zijn.”

Toch moet het frustrerend zijn om alleen maar een spiegel te kunnen voorhouden. In de ministerraad of de Tweede Kamer kun je als politicus nog eens een flinke rel maken om iets voor elkaar te krijgen. Hier draait alle om diplomatie.

Van der Hoeven schatert het uit en vertelt dat het moeilijk genoeg is om in een internationale organisatie als het IEA alle belangen in evenwicht te houden. Op kantoor is dat gelukkig geen probleem, vertelt ze tevreden. Vorige week hebben alle 250 medewerkers met elkaar ‘Stille Nacht Heilige Nacht’ gezongen, ieder in zijn eigen taal.

Dus toch een erebaantje?

„Nee, je bent voortdurend met de inhoud bezig. Hier in Parijs, op internationale conferenties, bij de president van Korea of de premier van Kazachstan om maar twee uitersten te noemen.”

Zit u avondenlang achter de dossiers?

„Ze gaan mee naar huis, in het vliegtuig en in de trein.”

Want u woont niet in Parijs?

„Ik heb hier een pied-à-terre en ik reis in het weekend als het kan naar huis in Maastricht. Net zoals ik twintig jaar lang vanuit Den Haag deed. Het verschil maakt nauwelijks uit. Ik pak vrijdagmiddag altijd de trein van 18.00 uur naar Luik.”

En dan staat u zaterdagochtend gewoon weer bij de Albert Heijn in Maastricht?

„Ja.”

    • Renée Postma