Geweld in Zuid-Soedan verspreidt zich over het land

Dinka’s en Nuer gaan elkaar te lijf, dodental onbekend

De Zuid-Soedanese stad Bor is veranderd in een geblakerde nederzetting. „Het ziekenhuis is bijna leeg, vrijwel alle patiënten en het medisch personeel zijn op de vlucht geslagen. Huizen zijn in brand gestoken en winkels geplunderd.”

Op Eerste Kerstdag schetste een Zuid-Soedanese journalist dit beeld van Bor, vlak nadat het regeringsleger deze hoofdstad van de deelstaat Jonglei had veroverd op dissidente soldaten, loyaal aan de voormalige vicepresident Riëk Machar.

Sinds het begin van de geweldsuitbarsting, twaalf dagen geleden, woedt in Zuid-Soedan in de helft van de tien deelstaten strijd tussen het regeringsleger en gewapende aanhangers van Riëk. De strijd begon in hoofdstad Juba, nadat president Salva Kiir zijn politiek tegenstander ervan had beschuldigd een coup te hebben beraamd.

Sindsdien heeft de oorlog zich razendsnel verspreid over het land. Nu wordt met name gevochten in Bentiu en Malakal, de hoofdsteden van respectievelijk Unity en Upper Nile. Dat zijn de olierijke deelstaten van het in juli 2011 onafhankelijk geworden Zuid-Soedan. Vijftig olievelden, ongeveer de helft van het totaal, zijn in inmiddels in handen gevallen van de dissidenten. Sinds het begin van het conflict is de olieproductie met eenvijfde afgenomen. De regering van president Salva Kiir is vrijwel volledig afhankelijk van olie-inkomsten.

Berichten uit Malakal spreken over geplunderde winkels en over talrijke lijken op straat, die door de hevige gevechten niet kunnen worden weggehaald. De gevechten begonnen in kazernes, maar sloegen over naar de woonwijken. Gisteren was de helft van Malakal in handen van dissidente troepen. In Bentiu is de situatie onduidelijk. De Verenigde Naties meldden eerder de vondst van twee massagraven in Bentiu, maar trokken dit bericht later in.

Er bestaat weinig twijfel over dat de politieke ruzie tribale dimensies heeft aangenomen en is overgeslagen naar de straat. President Kiir is een Dinka, de grootste bevolkingsgroep in het land. Riëk is een Nuer, de tweede bevolkingsgroep. Gevechten binnen het leger tussen Nuer en Dinka soldaten, hebben geleid tot moordpartijen tussen burgers van beide stammen. Er zijn berichten over slachtpartijen van Dinka’s tegen Nuer en vice versa.

„Als ze weten dat je Nuer bent, hebben ze geen vragen meer. Er gaat gewoon een kogel door je hoofd”, zei student Jicksen tegen televisiezender Al Jazeera. Hij ontvluchtte het huis waar hij verbleef, nadat verschillende van zijn vrienden werden gedood. „Ze bonden hun handen vast achter hun rug, en slachtten ze af.” Over het aantal slachtoffers bestaat onzekerheid, gezien de chaos in het land en de slechte communicatie. De VN houden het op „meer dan duizend doden”.

Zowel Kiir als Riëk heeft gezegd te willen praten, maar er zijn geen aanwijzigen dat ze met elkaar in contact staan. In de Keniaanse hoofdstad Nairobi zou vandaag overleg beginnen tussen vijf staatshoofden uit de Oost-Afrikaanse regio, onder wie president Kiir. President Kenyatta van Kenia en premier Haile Mariam Desalegn van Ethiopië reisden gisteren naar Juba om dat topoverleg voor te bereiden. Zij spraken met elf gearresteerde hoge politici die door Kiir waren beschuldigd van samenzwering met met Riëk. De onder huisarrest geplaatste Rebecca Garang, prominent tegenstander van het autoritaire beleid van Kiir, is inmiddels vrij. Volgens haar moeten alle gevangenen vrijkomen voordat over een bestand kan worden onderhandeld.