Geen bal aan

De laatste wedstrijd voor de winterstop staat op het programma. „Zal ik meegaan?”, vraagt mijn vriendin. „Hoe bedoel je?” „Komen kijken”, zegt ze. „Naar jou. Vind je dat leuk?”

Ja, dat vind ik zeker leuk. Héél erg leuk zelfs. Ik ben nu een half seizoen scheidsrechter en nog geen enkele maal heeft ze me in actie gezien. Eigenlijk had ik het idee gekregen dat mijn vriendin er geen bal aan vindt. Voetbal is niet haar favoriete sport, en mijn noodgedwongen switch van veldspeler naar leidsman werd ook al niet met veel enthousiasme ontvangen. Ze vindt het hartstikke leuk dat ik er plezier in heb, maar lijkt vooral blij als ik na mijn potjes fluiten ongeschonden thuis arriveer.

„Waar is het?”, vraagt ze.

Ik noem een dorpje, op zo’n drie kwartier rijden. Ze kijkt een beetje beduusd, maar nu kan ze voor haar gevoel natuurlijk al niet meer terug.

Een uur voor aanvang arriveren we bij de club. In de auto heb ik uitgelegd dat ze voordat de wedstrijd begint maar even iets voor zichzelf moet gaan doen.

„Ik red me wel hoor”, antwoordde ze, en als ik me na aankomst in de bestuurskamer meld, gaat zij op een plastic stoeltje in de kantine zitten. Ze haalt een boek uit haar tas tevoorschijn en begint te lezen.

Tijdens mijn warming-up zwaait ze naar me vanachter het kantineraam. Ik zie dat ze een kopje thee heeft besteld en zwaai vluchtig terug. Ze geeft me een kushandje. Ik doe wat rek- en strekoefeningen.

Vlak voor de wedstrijd wandel ik met de spelers het veld op. Ik speur de reclameborden af, maar mijn vriendin is nergens te bekennen. Na de visuele controle en de toss zoek ik weer. Nog steeds niks. Ze zou toch niet…? Jawel hoor, achter het raam wordt nog een slokje thee genomen en een bladzijde omgeslagen.

Keeper klaar? Andere keeper klaar? Grensrechters ook klaar? Ik blaas op mijn fluit, druk mijn stopwatchhorloge in en de wedstrijd is begonnen. Na tien minuten is ze er plotseling. Ze staat naast het veld met een mij onbekende man te kletsen. Zou het boek uit zijn?

Eén minuut later slaat het noodlot toe. Team 1 voert een snelle counter uit en ook ik moet omschakelen. Ik zet een sprintje in en dan tjak. Het schiet in mijn kuit, alsof een elastiekje dat de boel bij elkaar hield plotseling geknapt is.

De eerste wissel van de wedstrijd vindt plaats na slechts elf minuten. De scheids kan onmogelijk verder. Een toevallig aanwezige clubscheidsrechter neemt de fluit over en mijn vriendin zit even later achter het stuur.

„Jammer”, zegt ze.

„Wat vind je jammer?”

„Dat ik je maar zo kort heb kunnen bewonderen.”

„Ja”, antwoord ik. „Heel jammer.”

We zeggen een tijdje niks. Mijn vriendin draait de snelweg op en zet de radio aan. Ze begint zachtjes mee te neuriën.

    • Menno Fernandes