Dromen van leven zonder zorgen

Ali en Amadu verblijven al tien jaar zonder vergunning in Nederland. Papieren krijgen ze van niemand, wel steun. Van de ondernemer die een advocaat aanbood tot de cabaretière met haar kerstshow.

Het begon met een mailtje van cabaretière en zangeres Veronique Sodano. Zij had in deze krant artikelen gelezen over twee illegale mannen: Ali Isiaki en Amadu Diallo. Die mannen hadden haar „geraakt en geïnspireerd”. Ze mailde haar liedje: Ik Droom. Ook om aan hen door te sturen.

Ze zingt: Sommige mensen dromen, van een villa bij de zee. Van heel rijk en heel beroemd zijn, een carrière op tv. Sommige mensen dromen van een mooi en slank figuur. Van altijd jong zijn, zonder rimpels, een kast vol haute couture.

Het is sentimenteel. Maar dat mag, want het is cabaret. Als ze over Ali en Amadu zingt, daalt haar stem. Ik droom van een sleutel, tot een deur alleen van mij. En van een douche waar ik kan douchen, zonder anderen erbij. Ik droom van een keuken, ook al was het maar piepklein. En van een baan die ik mag hebben, zonder illegaal te zijn. Ik droom van een paspoort met de Nederlandse vlag. Van een papiertje dat verzekert, dat ik hier altijd blijven mag.

Ali Isiaki: „Ik schaam me om het te zeggen, maar ik moest er om huilen.”

NRC Handelsblad volgt inmiddels ruim twee jaar het leven van de twee illegalen. De krant ging mee naar Brussel, naar de ambassade van Benin (Ali) en Guinee (Amadu) waar ze om uitreispapieren vroegen. Beide ambassades weigerden, omdat de mannen geen documenten hebben die aantonen dat ze echt uit die landen komen.

Het leven tussen niet kunnen vertrekken en niet mogen blijven is lastig. We volgden Ali en Amadu in hun zoektocht naar onderdak, eten en geld. We zagen waar ze de goedkoopste kip kopen, hoe ze bij vrienden op de bank overnachten. En hoe ze hier klusjes doen: ramen lappen of tuinen bijhouden. Uitbuiting ligt op de loer. Opgepakt worden ook. Ze vertelden hoe ze opletten, nooit in een groepje op straat staan, dat ze altijd licht hebben op hun fiets, nooit door rood lopen. Aanhouding betekent vreemdelingenbewaring.

Dat ís het Nederlandse vreemdelingenbeleid. Bedoeld om te ontmoedigen en ervoor te zorgen dat mensen zonder papieren vertrekken. Maar als je op je vijftiende bent vertrokken uit Afrika, je familie dood is, en je ruim tien jaar in Nederland leeft, is terugkeer moeilijker dan blijven. Wie hen niet persoonlijk kent, denkt makkelijk: nou, pech gehad dan.

Een ondernemer uit de Randstad belde de krant. Hij heeft twee volwassen zoons, in de leeftijd van Ali en Amadu. Zijn zoons studeren en krijgen waarschijnlijk goede banen. Door het verhaal van Ali en Amadu besefte hij weer hoezeer de plek waar je toevallig wordt geboren, uitmaakt welke kansen je krijgt. Hij zocht contact met de mannen en vroeg een advocaat naar hun dossiers te kijken. Je weet maar nooit.

Hij ging met hen lunchen, een keer naar het strand. Hij kookte voor hen, en nog een keer. De mannen voelen zich inmiddels zo vertrouwd dat ze na het eten een keer in slaap zijn gevallen op zijn bank. Hij verteld het grijnzend. Hij vindt het fijn iets voor hen te kunnen betekenen.

Pakjesavond vierden ze bij hem en zijn zoons. Sinterklaas hadden ze nog nooit gevierd. Alle jongemannen kregen sokken en een chocoladeletter. En een lekker luchtje van de Sint met een gek gedicht over vrouwen die ze nu van zich af zouden moeten slaan. „Ik heb zo gelachen”, zei Ali achteraf.

Er was een lezer die graag een hele uitzet cadeau wilde doen: pannen, borden, bestek. Dat was aardig, maar niet handig. Een illegaal heeft geen eigen plek en al helemaal geen eigen keuken.

Een lezeres mailde dat ze de mannen graag een Museumjaarkaart cadeau deed, „zodat ze troost konden vinden in de kunst”. Ze leidde hen zelf rond in een museum. Ze was onder de indruk van hun veerkracht. Ze wilden alles weten over de kunst die ze zagen. Ze wilde meer weten, meer. Ze sprak na de eerste ontmoeting vaker af. De Museumkaart is verlengd.

Via haar kwamen de mannen in contact met een gezin met twee kinderen, in het midden van het land. De moeder kende een advocaat die wel een keer naar het dossier wilde kijken. Maar een advocaat hadden ze al via de ondernemer. Twee advocaten is zelfs voor illegalen te veel.

Het contact met het gezin bleef. Ali en Amadu worden uitgenodigd op verjaardagen en stonden voor het eerst op de tennisbaan. Afgezien van hun status, zien de gezinsleden twee mannen die het liefst veel van hun leven zouden willen maken – een studie, een baan, een huis, een vrouw, een kind. Die de hersens en de drive ervoor hebben, maar niet de mogelijkheden.

De moeder verdiept zich in het vreemdelingenrecht om te kijken of Ali een opleiding elektrotechniek zou kunnen volgen. Hij vertelde haar dat hij dat graag zou willen. Maar zelfs voor een LOI-cursus heb je een sofi-nummer nodig. Ze windt zich erover op.

Dat er mensen zijn die zich om ons bekommeren, die vrienden zijn geworden, zegt Ali. „Dat geeft zoveel moed.”

En nu dus Veronique Sodano. Zij trekt deze maanden met haar band door het land voor haar kerstshow. Ze nodigt Ali en Amadu uit om te komen als ze optreedt in het Rotterdamse theater Walhalla, ‘op Zuid’.

Het is zondagmiddag en het kleine theater zit tot de nok vol. Ze vult de middag met grappen en liedjes, twee kerstboompjes bungelend aan haar oren.

Na de pauze is het zover. Ze vertelt het publiek over twee illegale jongens die zo graag meer van hun leven zouden maken. Het publiek luistert stil.

Ze zingt: [Ik droom] Van iets terug te kunnen geven, aan al die mensen om mij heen. Die altijd voor mij klaarstaan, als ik bang ben en alleen. Als ik echt groots durf te dromen, zelfs van een vrouw en een gezin. Van een simpel leven zonder zorgen... Van een nieuw begin.

Applaus volgt. „Het is extra bijzonder”, zegt ze, „dat de jongens deze keer in de zaal zitten.” Het zaallicht gaat aan en Ali en Amadu lachen verlegen en trots.

Na de voorstelling in de kleedkamer geeft ze allebei de mannen een cd en een pandoro classico. Dat is een cake die Italianen met de Kerstdagen eten. Ze deed het voor tijdens de show. Kauw, kauw, kauw, de hele dag door op de pandoro, en dan je geliefde zoenen met je mond vol.