Die nieuwe stemcomputer wordt een gedrocht

Het is een reële mogelijkheid dat Nederland de hand op de knip houdt en met potlood blijft stemmen, schrijft Herbert Blankesteijn.

De actiegroep ‘Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet’ had toch gelijk. De commissie-Van Beek bevestigt veel van de bezwaren die in 2007 tot de afschaffing van de stemcomputer leidden. Elektronisch stemmen kan, maar alleen in een wat gekunstelde constructie. Het is dan veel duurder dan het rode potlood.

Wat de commissie adviseert, lijkt een gedrocht: een papieren stem die uit een printer komt en daarna verdwijnt in een scanner. Het oogt als een compromis tussen de voorstanders in de commissie van herinvoering van de stemcomputers, zoals burgemeester Bernt Schneiders van Haarlem, en de tegenstanders zoals IT-ondernemer Arjen Kamphuis. Schneiders riep vorig jaar als voorzitter van het Genootschap van Burgemeesters op „gewoon” weer stemcomputers te gaan gebruiken. Kamphuis publiceerde online een column waarin hij de stemcomputer typeerde als „de zombie die maar niet dood wil”.

Zet die mensen bij elkaar in een commissie en wat krijg je dan? Het rapport blijkt bij lezing een helder en logisch werkstuk, met onontkoombare conclusies. Conclusies die veel bezwaren van de actiegroep ‘Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet’ van Rop Gonggrijp bevestigen. Het rapport stelt: „Bij de stemcomputer is het onduidelijk of er programmeerfouten in de software zitten die de uitslag kunnen beïnvloeden. Ook fraude kan onopgemerkt plaatsvinden. Een betekenisvolle hertelling is met deze stemcomputers niet mogelijk. Deze vorm van elektronisch stemmen is in de visie van de commissie om deze redenen volstrekt ongeschikt.”

Zodoende is de stemcomputer waarmee Schneiders gewoon weer verder wilde, niet eens onderzocht door de commissie waar hij zelf inzat.

Papier moet dus leidend worden vindt de commissie, om twee redenen waar Gonggrijp en de zijnen lang op hebben gehamerd: de kiezer moet zijn eigen stem kunnen verifiëren en de correctheid van een elektronische telling moet achteraf (steekproefsgewijs) worden geverifieerd. De commissie beveelt zelfs aan dat een methode voor hertellen wordt ontworpen door statistici. Voorzieningen hiervoor ontbraken volledig in het kiezen met stemcomputers tot 2007.

De gemeenten hebben lang volgehouden dat stemmen per computer goedkoper zou zijn. Een van de eerste wapenfeiten van ‘Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet’ was een WOB-verzoek bij de gemeente Amsterdam waaruit bleek dat stemmen per computer drie euro per stem duurder was. De commissie bevestigt nu dat elke vorm van elektronisch stemmen duurder is, ook de methode die ze zelf voorstelt. Veiligheidsmaatregelen en een meer verantwoord ontwerpproces zijn daar mede voor verantwoordelijk.

Ook pleit de commissie voor openbare broncode van de stemapparatuur. De broncode van de software van de stemcomputers van Nedap was bezit van een firma genaamd Groenendaal, die deze informatie behandelde als bedrijfsgeheim. Daardoor kende ook de overheid zelf de werking niet. Certificering van de stemcomputers was tot 2007 niet geregeld.

Er waren tests van TNO maar die betroffen zaken als de elektrische veiligheid en niet de het correct tellen van de stemmen. De commissie pleit nu voor tweejaarlijkse certificering door onafhankelijke deskundigen. Het zijn stuk voor stuk punten die ‘Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet’ in 2007 al had gescoord maar die door Schneiders c.s. tot nu toe waren genegeerd.

De commissie heeft expliciet gemaakt dat de enige vorm van elektronisch stemmen die beantwoordt aan democratische principes, veel geld kost: jaarlijkse investeringskosten van 19 tot 31 miljoen plus 6 tot 10 miljoen extra per verkiezing (bovenop de 42 miljoen die verkiezingen per keer toch al kosten). De politieke vraag die nu beantwoord moet worden is of het sneller tellen van de stemmen plus meer toegankelijkheid voor gehandicapten zoveel geld waard zijn.

Hoe zit het dan met al die landen – zoals België en de Verenigde Staten – die ‘gewoon’ stemcomputers gebruiken? Enerzijds kan dat lang goed gaan, zoals de stemcomputer ook in Nederland geen serieuze fraudegevallen heeft opgeleverd. Anderzijds vormen juist de VS een voorbeeld van hoe het niet moet. Ook daar is de wetgeving amateuristisch gebleken, waren fabrikanten van stemcomputers malafide en stemcomputers ondeugdelijk.

Hoe nu verder? Het is een reële mogelijkheid dat Nederland de hand op de knip houdt en met het potlood blijft stemmen. Als er geld komt, krijgen we een kiessysteem dat een internationaal voorbeeld kan worden omdat het democratische principes respecteert, terwijl de stemcomputers in andere landen dat aantoonbaar niet doen. De stemcomputer zoals we die hadden, komt zeker niet meer terug.

    • Herbert Blankesteijn